De vleeswording van het Woord

  • ‘Ik ben de telg van David, zijn nakomeling, de stralende Morgenster’ (Openb.22:16).

De Morgenster van de eerste schepping

Bij de schepping van de aarde wordt vermeld, dat de morgensterren samen juichten en al de zonen van God jubelden (Job 38:7). De profeet Jesaja deelt mee dat de duivel vóór zijn val zo’n morgenster was. Aan het begin van de schepping van de hemel is hij ‘de zoon van de dageraad’. Hij had een plaats in de hemelse hof van Eden en droeg de koningsmantel. Zoals in het aardse paradijs alle dieren en planten geschapen waren om de mens, die over hen moest heersen, zo waren veel engelen klaar toen deze morgenster geschapen werd:

  • ‘Je was op de heilige berg van de goden, je wandelde tussen vlammende stenen’ (Ez.28:14).

Deze heilige berg is het hemelse Sion, waarop de stad van God gebouwd wordt en beeld van de Geest van God. De ‘vlammende stenen’ gaan de muur en de fundamenten vormen van het nieuwe Jeruzalem. Zij zijn de machtige engelen die de heilige stad omringen en haar beschermen. God is immers een vurige muur rondom zijn volk.

Satan verbleef in de onmiddellijke nabijheid van God. Hij was een ‘beschuttende cherub met uitgespreide vleugels’. Van hem kon dus gezegd worden, dat ook hij ‘bij God was’. Hij was een heerser in het hemelse Eden, zoals Adam koning was in de zichtbare hof. Deze grote morgenster zocht echter naar een grotere macht in de hemel. Hij wilde ‘opstijgen boven de hoogten van de wolken’, een beeld van Gods heerlijkheid. Hij wilde zelfs zijn koningstroon stellen:

  • ‘Boven de sterren van God … en zich aan de Allerhoogste gelijkstellen’ (Jes.14:13,14).

De val van Lucifer, de grote morgenster

God duldde hem echter niet als medeheerser en keerde zich van hem af. Satan werd verstoten uit het hemelse paradijs, het Koninkrijk van God. Hij werd verbannen van de berg Sion: ‘en God verdreef hem van zijn plaats tussen de vlammende stenen’. Zijn deel werd afgenomen van de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem. Voortaan werd zijn koninkrijk verbonden met eeuwige duisternis.

Waar de satan verschijnt, voert hij steeds dit domein met zich mee en openbaart hij zich als tegenstander van het licht. Het licht van deze morgenster werd volkomen gedoofd. Satan kende de diepten van God niet en dit werd zijn val en ondergang. Hij wilde zich: ‘aan de Allerhoogste gelijkstellen en zich zetten op de berg van de samenkomst ver in het noorden’. Maar dit was niet de bedoeling van God. God had van eeuwigheid een ander plan. God is geest en daarom zoekt Hij zich een lichaam, waarin Hij wonen kan, een tempel. Bovendien zoekt Hij voor zichzelf een gelijkwaardige partner op de troon van het heelal, waarmee Hij gemeenschap kan hebben en zijn macht delen.

Het paradijs

Het begin van uitvoering van dit plan was de schepping van de aarde met de mens. Deze had een grotere en heerlijker toekomst dan de wereld van de engelen. Voor de mens geldt, dat alle dingen onder zijn voeten onderworpen zullen zijn, zowel de zienlijke als de onzienlijke, de aardse als de hemelse (Hebr.2:6-8). Maar de mens viel. De duivel verleidde hem en zo werd de koning van de schepping, het beeld van God, overweldigd. De hele schepping werd toen aan de vruchteloosheid onderworpen door Adams’ daden. De duivel maakte de mens tot zijn slaaf om zijn wetteloze werken in deze wereld te krijgen en Gods gerechtigheid en plan teniet te doen. Hij nam zelfs bezit van deze tempel van God. Hij zocht gemeenschap met de geest, die God zelf in de mens gelegd had en kwam met geweld binnen. Ja, de mens viel zo diep, dat hij zelfs rechtstreeks contact zocht met de machten van de duisternis langs occulte (verborgen) weg. Daardoor werd hij nog sneller en steviger gebonden.

De morgenster van de nieuwe schepping

God laat zijn plan echter niet torpederen, maar houdt het doel dat Hij met de mens heeft, vast. Zijn keuze is zonder berouw. Hij heeft de mens uitverkoren om in hem woning te maken en gemeenschap te hebben met zijn geest. De morgenster van de eerste schepping werd verworpen om plaats te maken voor die van de nieuwe schepping, zoals Ezau verworpen werd voor Jacob en Kaïn voor Abel. God wilde de mens verheffen tot een gelijkwaardige partner om naast Hem als koningin plaats te nemen op zijn troon. Zoals in de zienlijke wereld Eva genomen werd uit Adam, zo werd het Woord van God uit God genomen:

  • ‘Het Woord (Gods Logos, Joh.1:1) was bij God en het Woord was God’. Dit Woord kende de diepten van God, omdat het uit God is. Daarom kon dit Woord zeggen: ‘Zie, hier ben Ik, om uw wil te doen, o God’ en ‘U hebt Mij een lichaam gegeven’ (Hebr.10:5-7).

Jezus Christus is de volwaardige troonpretendent. Hij is de morgenster, maar ook de wortel en het geslacht van David. Het Woord is vlees geworden! Het werd vlees, het werd mens om voor de Vader een huis te bouwen waarin deze wonen kan. Van Jezus werd gezegd:

  • ‘In Hem heeft heel de volheid willen wonen’ (Col.1:20).

In Bethlehem werd Jezus geboren als eersteling van de nieuwe schepping van God. Toen juichten de aan God trouwe engelen opnieuw. God had uiteraard ook een nieuwe mens weer rechtstreeks kunnen scheppen uit de elementen van de aarde, maar Hij gebruikte Maria als een levende band met het menselijke geslacht. Niet als ‘moeder van God…’, maar van Jezus Christus. Door zijn moeder werd Jezus verbonden aan het huis van David, wat het vlees betrof. Maria had gemeenschap met Gods Geest. De kracht van de Geest, die het licht voortgebracht had, de zon, de sterren en alle levende wezens, creëerde een zaad.

De kracht van de Allerhoogste overschaduwde Maria. Daarom was God in de meest letterlijke zin de Vader van onze Heer Jezus Christus. Hij stond op de bres voor het natuurlijke leven van deze baby. Daarom viel zijn Zoon niet in handen van Herodes. Maar de Vader beschermde Hem ook bij het opgroeien tegen Satans demonen. Pas aan het einde onttrok de Vader zijn bescherming en gaf Hij zijn Zoon over aan de duisternis. Toen werd Jezus van God verlaten. Dit Kind was geheiligd in zijn Vader.

Als Paulus later schrijft, dat de ongelovige vrouw geheiligd is in haar man en haar kinderen daarom rein zijn, hoeveel temeer gold dit voor Jezus Christus. Bovendien was Maria geen ongelovige; maar eerder een geloofsheldin! Heiligen betekent: afzonderen en helen. Iedere macht van de duisternis, die Jezus als kind wilde aanvallen, werd teruggeslagen door zijn Vader.

Wanneer Jezus geboren wordt, is Hij de mensen in alles gelijk. Hij bezat daarom ook een geest. De ‘Vader van de geesten’ schonk Hem een zeer uitnemende geest. Deze geest was als het Woord uitgegaan van de Vader. Ook Jezus kon zeggen: ‘De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid’. Zo werd Jezus als de Zoon gegenereerd op aarde. Hij groeide op in heiligheid. Hij moest het onbevlekte Lam naar lichaam, ziel en geest worden.

Zoals God in het oude verbond ook geen kreupel dier aannam, zo zou Hij Zichzelf ook niet voorzien van een gebrekkig Lam. Zo ontwikkelde de menselijke geest van Jezus zich als bij ieder ander kind. Hij werd de mensen in alles gelijk: ‘Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en de mensen’ (Luc.2:52). Wanneer Hij werkt onder het volk, ontvangt Hij dezelfde Geest, de kracht uit de onzienlijke wereld, zoals later zijn volgelingen. Hij was zijn geestelijke broers (en zussen) in alles gelijk geworden en gekomen om velen naar de heerlijkheid te leiden.

Wie zal de morgenster ontvangen?

Zo was Jezus klaar om als volwaardig troonopvolger de plaats in te nemen met de Vader op de troon van het universum. Hij kon zeggen:

  • ‘Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk af te maken dat u mij opgedragen hebt. Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond’.

Jezus was als mens in een vernederd lichaam een ware tempel van God geweest. Hij was de hoeksteen van het Huis van de Vader. Maar God gaf deze volkomen afdruk van zijn wezen over (met vrijwillige toestemming van Jezus Zelf) om de andere mensen vrij te kopen uit de macht van satan. Zoals een gouden tientje duizend vuile centen waard is, zo was het leven van Jezus de inzet voor alle mensen.

  • ‘Na de reiniging van de zonden tot stand gebracht te hebben’ voer Hij op naar de hemel en nam zijn plaats in ‘aan de rechterhand van de majesteit in de hoge’ (Hebr.1:3).

De mogelijkheid was geopend om veel zonen en dochters naar de heerlijkheid te leiden. Ook zijn volgelingen worden voortaan uit God geboren en door Gods Geest verwekt. Zijn leerlingen ontvangen als bewijs van hun erfgenaam zijn en als onderpand van hun erfenis, Gods Geest. Zo groot is de rijkdom van genade over hen die Jezus aangenomen hebben, dat zij recht ontvangen op de troon als erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Jezus Christus. De gemeente vormt een woonplaats van God in de Geest! Christus heeft haar liefgehad om haar voor zich te plaatsen zonder vlek of rimpel of iets dergelijks. Als zodanig zal Hij haar met zichzelf als hoofd aan de Vader overgeven, als een reine bruid. Van haar wordt gezegd:

  • ‘Wie overwint zal samen met Mij op Mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met Mijn Vader op Zijn troon zit’ (Op.3:21).

Jezus belooft aan allen die tot het einde toe de werken op aarde doen, zoals Hij die gedaan heeft, dat zij de morgenster ontvangen zullen (Op.2:28). Wij leven in de grote adventstijd. Elk oog zal Hem zien. Want dit evangelie van het Koninkrijk van de hemelen zal over de hele wereld gebracht worden door de zonen van God. Jezus zal gezien worden in hen, die zijn werken openbaren, in hen bij wie in hun hart de morgenster is opgegaan en voor wie de nieuwe dag is aangebroken (2 Peter2 0). De gemeente komt op aarde tot haar doel, als zij aan het beeld van de Zoon gelijk is:

  • ‘Zodat de mens van God volkomen is, (het wezen van Jezus draagt), tot alle goede werken, (dat is het werk dat Jezus deed), volkomen toegerust’ (2 Tim.3:16). Er staat immers: ‘De vrouw heeft zich gereed gemaakt’.

Daarom verwachten wij in de laatste dagen een machtige werking van Gods Geest, want Jezus overwint op aarde door zijn volk.

In het paradijs ontving Adam het koningschap. Hij moest, om de aarde te beheersen, deze echter eerst aan zich onderwerpen. De schatten, krachten en levende wezens in de natuur zouden niet ineens aan hem ondergeschikt zijn. Toen de duivel de mens verleidde, werd hij de overste van deze wereld. Maar ook hij moet zijn macht eerst vestigen. Elke nieuwe wereldburger moet hij opnieuw onder zijn invloed brengen. Zijn macht neemt toe naar de mate hij zijn recht op de mens kan laten gelden.

De grote hoer, dronken van het bloed van de heiligen

Ook satan probeert – via de mens – de troon van God te bereiken. Vandaar dat hij een valse gemeente of een valse man of vrouw schept, de hoer. Wanneer deze vallen, vormen zij een duidelijk antichristelijke kerk en proberen daarmee zijn doel te bereiken. Tenslotte zal hij zich in de mens van de zonde volkomen kunnen openbaren, want hij ‘zet zich in de tempel van God, om te laten zien, dat hij een god is’ (2 Thess.2:4; Op.13:11-18). De mens van de zonde en satan zijn dan volkomen één geworden in de geest. Maar de Heer Jezus zal hem doden door de adem van Zijn mond, dat is door Woord en Geest.

Jezus heeft de wereld overwonnen. Aan Hem komt het koningschap toe. Ook Hij onderwerpt de aarde en de demonen door de mens heen. Ook Hij vestigt zijn macht in elk mens opnieuw en verzamelt zich zo een volk. Zij zijn het die zich openstellen voor Gods Geest, die het evangelie verspreiden, de mensen oproepen tot bekering en geloof, de duivelen uitwerpen en de handen opleggen tot genezing. Zo bereikt dit volk de mannelijke rijpheid, de maat van de volwassenheid van Christus. Het zijn de zonen van God die de morgenster ontvangen hebben, want deze is opgegaan in hun hart:

  • ‘Men zal hen noemen: ‘eikenbomen van de gerechtigheid, een plant van de Heer tot zijn verheerlijking’. ‘Wat eerder vernield werd, zullen zij herbouwen, de lang verlaten streken weer bevolken; ze herstellen de vervallen steden, verlaten sinds mensenheugenis’ (Jesaja 61:2-4).

Zij zijn het die in de dag van de ‘wraak van onze God’ de strijd beslissen tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis en tegen satans demonen in de hemelse gewesten. Want zij zullen ontvangen:

  • ‘een kroon op hun hoofd in plaats van stof, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, feestkleding in plaats van verslagenheid’.

De gemeente van Jezus Christus zal dan van haar vijanden verlost, als een stad op een hoge berg en als een licht op een kandelaar zijn. Daarom verlangt de schepping naar de openbaring van de zonen van God. Door hen wordt deze wereld van de vloek bevrijd, dat wil zeggen van de druk van de machten van de duisternis.

  • Daarom, laten wij volharden tot het einde in de gezindheid en werken van de Heer, zodat wij de morgenster ontvangen uit de handen van Jezus, de telg van David, zijn nakomeling, de stralende morgenster.