
- ‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren’ (Fil.3:10).
De leer van de opstanding tussen de doden uit, is de belangrijkste pijler waarop het christendom rust (1 Cor.15:12-28). Deze opstanding betreft zowel de innerlijke als de uiterlijke mens, dus de herleving van ziel, geest en lichaam. Het is een vernieuwingsproces dat bij bekering en nieuwe geboorte begint en voor degene die in Christus is, zal eindigen met een lichamelijke hernieuwing bij de terugkomst van Jezus Christus. Er is ook sprake van hen die nu al deel hebben aan de eerste opstanding (Op.20:4-6). Deze opstanding begint met het leggen van het enige Bijbelse fundament van God in eigen leven en wordt bij de lichamelijke opstanding voltooid. De tempel van God is af, wanneer de christen naar ziel, geest en lichaam hersteld en volkomen vervuld is met Gods Geest.
De opstanding van de doden bepaalt de mens bij de waarheid dat de mens eeuwig blijft bestaan. De Bijbel leert dat het zichtbare van de mens tijdelijk is, maar het onzichtbare van hem eeuwig (2 Corinthe 4:18). De ziel met de geest hoort bij de geestelijke wereld en daardoor is de innerlijke mens onvernietigbaar, net als alle hemelse wezens dit zijn. Efeziërs 2 zegt dat mensen dood waren door hun overtredingen en zonden. Dit dood zijn betekent niet dat hun innerlijke mens vroeger niet bestond, maar wel dat hij vervreemd was van het echte leven met zijn Schepper. Hij functioneerde niet naar Gods wetten en was een prooi was voor de satan en zijn demonen. Daarom wordt gezegd:
- ‘Waarin u vroeger gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld (waar de satan macht heeft) naar de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht (de lucht is een beeld van het Koninkrijk van de hemelen, hier van de duistere kant van de onzienlijke wereld), van de geest die nu werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid’.
Het dodenrijk met haar afgrond

Voor de uiterlijke mens is doodgaan de scheiding van de innerlijke mens en het lichaam. Het dode lichaam is niet onveranderlijk, het ondergaat een negatieve en ontbindende werking. In het lichaam openbaart zich de dood als ontbinding, het uiteenvallen en het terugkeren tot het stof van de aarde. Een mens die innerlijk dood is, ondervindt echter de ontbindende werking van haat, jaloezie, leugen, onreinheid, depressie, enzovoort. Hij functioneert naar de wetten van zonde en destructieve demonen. Waar leven is naar de wetten van God, dus leven in gerechtigheid, openbaren zich blijdschap, vrede en kracht naar de innerlijke mens en gezondheid naar de uiterlijke mens.
Opstanding wil zeggen: overgaan van de dood in het leven, van de duisternis in het licht, onttrokken zijn aan de macht van satan en toegekeerd naar God. Bij de verloren zoon begon de opstanding toen hij zei:
- ‘Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en hem zeggen: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten’.
Zijn overgaan van de dood naar het leven werd realiteit toen de vader hem weer als kind aannam, hem de mooiste kleren liet aantrekken, de ring aan zijn vinger schoof en zorgde voor schoenen aan zijn voeten. Daarom zei de vader over zijn zoon: ‘Hij was dood en is levend geworden’ (Lucas 15:11-32). Jezus omschreef deze geestelijke opstanding met de woorden:
- ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gestuurd heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en dat wie Hem horen, zullen leven’ (Joh.5:24,25).
De oude mens begraven IN water

Bij zijn volwassen(!) doop in water getuigt de christen dat zijn oude mens en denkwereld, begraven is en dat het nieuwe leven, gevoed en versterkt vanuit de hemelse gewesten, begint. Velen geloven dat een christen pas ná zijn sterven in de hemel komt en sommigen van hen hebben daar ook een bepaalde voorstelling van. De hemel is voor hen aan een bepaalde plaats verbonden, hoog in de lucht. Maar hoe kan hij dan door zijn doen en laten tijdens zijn leven op aarde al in de hemel zijn? Hoe kan hij tijdens zijn aardse leven strijden en overwinnen in de hemelse gewesten, als hij daar niet aanwezig is? Er staat:
- ‘En heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus’ (Efeze 2:6).
Wie in Christus is – dat wil zeggen: bij Zijn geestelijk lichaam hoort waarvan Jezus het hoofd is – bevindt zich in de hemel aan de goede kant, in het Koninkrijk van God. Aan hem wordt het gebed van onze Heer vervuld: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te zien’ (Joh.17:24). Opnieuw geboren christenen leven daarom op aarde vanuit geloof en zien met ogen die geestelijk geopend zijn. Deze geestelijke wereld is niet te doorkruisen met aardse voeten of te zien met lichamelijke ogen of te tasten met vleselijke handen. Men hoort daar de stem van God in de innerlijke mens en drukt zich uit in beelden, ontleend aan het natuurlijke leven, om zich een voorstelling te maken van deze onzienlijke, onhoorbare en ontastbare werkelijkheid. Zo sprak ook Jezus over deze wereld in gelijkenissen. Hij begon zijn lessen met de woorden: ‘Het Koninkrijk van de hemelen is gelijk aan.’ Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven’. Opnieuw geboren christenen staan met Hem op, als zij zijn manier van denken overnemen, want dan zullen ook zij spreken en handelen zoals Hij dit deed. Dan bezien zij de situaties op aarde vanuit de hemelse gewesten of ‘van boven’.
Toen Petrus Jezus probeerde te verhinderen naar Jeruzalem te gaan om daar te lijden en te sterven, zag de Heer direct wie in de geestelijke wereld Petrus beïnvloedde en infiltreerde. Daarom zei de Heer tegen Petrus: ‘Ga achter Mij, Satan’. Voordat dezelfde leerling Hem verloochende in de hof, waarschuwde Jezus dat de satan hem zou ziften als de tarwe. De Heer vertelde er echter ook bij, dat Hij voor hem gebeden had, dus in de hemelse gewesten bezig was geweest om deze apostel uit de klauwen van satan los te maken.
Ziende blind en horende doof

Massa’s kerkgangers hebben geen inzicht in de wereld van het Koninkrijk van de hemelen en kunnen (en willen) daar ook niet leven en zich ontwikkelen. Zij hebben zich nooit bekeerd en leven op oudtestamentische basis. Het Bijbelse Fundament wijzen zij al eeuwenlang af. Zij weigeren bewust dit Fundament in hun leven te leggen en weten het veel beter dan Jezus Christus. Hun kennis is verbonden aan de natuurlijke wereld en deze reikt slechts tot aan het graf. Wat daarná gebeurt is voor hen een bewust gesloten boek. Zij gebruiken graag de Oudtestamentische uitspraak van Mozes als eeuwig mantra:
- ‘De verborgen dingen zijn voor de Heer, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd’ (Deut.29:29). Alsof Jezus Christus en het nieuwe testament niet bestaan!
Maar in het nieuwe verbond staat de Paulinische gedachte: ‘Want Gods Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten (diepste gedachten) van God’ (1 Cor.2:10). Het is geweldig om deze Geest te ontvangen!
De zielenslaap – ‘Gans niets te zijn…’

Een favoriete tekst voor hen die de zogenaamde zielenslaap leren, is:
- ‘De hemel is de hemel van de Heer, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven. Niet de doden zullen de Heer loven’ (Psalm 115:16).
Men ziet niet in dat juist deze uitspraak wijst op het enorme verschil tussen het oude en het nieuwe verbond. De Heer zegt immers tot zijn volgelingen:
- ‘Het is ú gegeven de geheimen van het Koninkrijk van de hemelen te kennen, maar hen is dit niet gegeven’ (Matth.13:11).
- Prediker constateert: ‘De doden weten niets en zij hebben nooit deel aan iets, dat onder de zon gebeurt’.
Hij doelt hier op hen die nu nog op oudtestamentisch niveau leven: zij hebben wel kennis van wat op aarde gebeurt, maar weten niets van alles wat in verband staat met het onzienlijke Koninkrijk van de hemelen. Zij hebben geen deel aan het lichaam van de Heer dat daar gevormd wordt.
Als iemand begraven wordt, is hij voor zijn omgeving dood, maar voor God die in de onzienlijke wereld is, leeft hij of zij (Lucas 20:38). De zogenaamde leer van de zielenslaap gaat er vanuit dat de hele mens bij zijn sterven doodgaat. Hij zou dus naar ziel, geest en lichaam ophouden te bestaan. Deze dwaling is in flagrante strijd met de kennis die het Nieuwe Testament geeft m.b.t. het Koninkrijk van de hemelen. Denk aan het gesprek met de ‘arme’ man en de ‘rijke’ Lazarus. In Openbaring 6:10 klinkt het geroep van de zielen van hen die geslacht waren om het woord van God. Deze gestorvenen kunnen roepen, ook al bezitten zij geen aards lichaam. God zelf en de hele geestenwereld kunnen dit trouwens ook, soms met luide stem (Openb.14:15).
‘Ontwaak, u die slaapt en sta op uit de doden!’
Iemand die slaapt, is niet dood, maar beweegt zich alleen in de onzienlijke wereld. Daar kan hij met zijn geest wandelen, strijden, bang zijn en zelfs grote reizen maken, dus zich in de geest verplaatsen. Wanneer een christen sterft, kan hij niet meer werken. Hij is ontslapen of begonnen met slapen. Hij leeft dan verder in het onzienlijke Koninkrijk van God. Naar de innerlijke mens is de opnieuw geboren christen bij zijn nieuwe geboorte, dus tijdens zijn leven op aarde, al opgestaan tot een nieuw leven. Voor hem werd waar: ‘Ontwaak, u die slaapt en sta op uit de doden’. Het moet daarom duidelijk zijn dat deze onzienlijke mens, de mens van het hart, niet voor de tweede maal sterft om bij de komst van de Heer voor de tweede maal op te staan.
In eeuwigheid niet sterven

Tegen de gelovigen van het nieuwe verbond zei Jezus, dat zij de dood in eeuwigheid niet zouden zien of proeven (Joh.8:51,52) en dat wie in Hem gelooft, leven zal, ook al is hij gestorven en dat ieder die leeft en in Hem gelooft, in eeuwigheid niet zal sterven (Joh.11:25,26). Wie eenmaal uit de geestelijke dood is opgewekt en volhardt in het geloof, sterft niet om een prooi te worden van dood of dodenrijk. Hij hoort bij het lichaam van Christus en dit kent alleen maar eeuwig leven. Als de gelovige sterft, als zijn lichaam van ziel en geest gescheiden wordt, neemt hij zijn intrek bij Christus (2 Cor.5:8). De dood heeft geen macht meer over hem, doordat hij verbonden is met Jezus Christus, het hoofd van het Lichaam, die de dood overwonnen heeft (Rom.6:9). Op aarde leefde hij door de kracht van Gods Geest, dezelfde die Jezus uit de doden deed opstaan. Wie met deze Geest verbonden is, komt niet in de dood en Hij verlaat de mens niet bij het sterven.
In 2 Timotheüs 1:10 staat dat Christus Jezus de dood van zijn kracht beroofd heeft en dat Hij onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie. De Statenvertaling luidt: ‘Hij heeft de dood tenietgedaan’ en de Engelse: ‘Hij heeft de dood afgeschaft’. Tot Adam werd gezegd: ‘Op de dag dat u van de boom van kennis van goed en kwaad eet, zult u zeker sterven’. Er is echter voor ons een Levensboom en wie daarvan eet, zal eeuwig leven. Jezus zei:
- ‘Ik ben het Levensbrood. Uw vaders hebben het manna gegeten in de woestijn en zij zijn gestorven. Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, zodat de mens daarvan eet en niet sterft. Ik ben het Levensbrood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld’ (Joh.6:48-51).
De leer van de zielenslaap tast het Bijbelse fundament aan en daarmee Jezus Christus. Zij beweert dat de mens die geestelijk opgestaan is, opnieuw moet sterven. Haar aanhangers, waaronder de Jehova’s Getuigen, hebben een godsdienst die aardsgericht is en zij houden zich bezig met de zichtbare wereld – waar dood, dóód is – en niet met het Koninkrijk van God. De bekendste tekst in de Bijbel is:
- ‘Want God heeft de wereld lief door Zijn eniggeboren Zoon, Die zijn eigen leven vrijwillig uit liefde heeft gegeven, zodat ieder die in de Zoon gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Joh.3:16).
Door dit ‘eeuwige leven’ kan de innerlijke mens het ‘eeuwig’ volhouden. Dit leven kan niet door de dood aangetast worden, doordat het gedragen wordt door Gods Geest. Het is kwaliteitsleven. In 2 Corinthe 5:1-10 schrijft Paulus over het sterven als van het afbreken van een aardse tent. Hij wijst erop dat de gelovige dán al een gebouw heeft van God in de hemel, een eeuwig huis. De apostel verlangde ernaar om in dit hemelse huis zijn intrek te mogen nemen. Het is een ‘hemelse woonplaats’, aangezien het een zuiver geestelijk lichaam is. Het functioneert dus alleen in de onzienlijke wereld.
De opstanding van de doden

Wat is nu de opstanding uit de doden? Betekent dit dat de graven opengaan en er grafzerken opgelicht worden, waaronder dan plotseling mensen tevoorschijn komen? Hoe moet dat dan met hen die eeuwen geleden stierven en van wie het graf niet meer bestaat? En met de martelaars die verbrand werden en van wie de as op het water van de rivier gestrooid werd? Het antwoord staat in 1 Corinthiërs 15:35-42:
- ‘Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt en met wat voor lichaam komen zij terug? Dwaas, wat u zaait, wordt niet levend, als het niet gestorven is. En wat u zaait, daarvan zaait u niet het lichaam dat worden zal, maar een kale graankorrel, al naar het voorvalt, van tarwe of van een van de andere graansoorten. God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend en het vlees van dieren is verschillend en dat van vissen is verschillend en dat van vogels is verschillend. En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend en die van de aardse is verschillend. De glans van de zon is verschillend en de glans van de maan is verschillend en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. Zo zal ook de opstanding van de doden zijn.’
Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam. Zo staat er ook geschreven:
- ‘De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest. Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede mens is de Heer uit de hemel. Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen. En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen’ (1 Cor.15:45-49).

De korrel draagt het onzichtbare leven in zich en dit is het begin van een nieuwe plant. Uit de korrel komt geen nieuwe korrel, maar een nieuwe plant die later nieuwe korrels zal opleveren. Het nieuwe leven begint bij de nieuwe (her)geboorte van de bekeerde mens en groeit zoals de plant zich ontwikkelt vanuit de korrel. De korrel wordt niet levend, maar sterft. Maar wat zich in de korrel als leven bevond, ontplooit zich tot een nieuwe plant. Zo wordt het natuurlijke lichaam dat begraven is, niet levend, maar het vergaat, zoals het omhulsel van de zaadkorrel. Het innerlijke leven ontwikkelt zich tot een nieuwe vorm, verschillend van de zaadkorrel, maar overeenkomende met de levenswetten die in hem verborgen waren.
Uit ieder zaad ontwikkelt zich een eigen lichaam. Dit kan een boom worden of een struik of een graansoort of een ander gewas. De opgroeiende plant is dus te vergelijken met het geestelijke huis. De verdwijnende korrel ontbindt zich in de aarde, beeld van het natuurlijke lichaam, terwijl de plant zelf zich ontplooit in een andere sfeer, waar licht, lucht en zon is. De Bijbel vergelijkt dit geestelijke lichaam met een ‘blinkend en smetteloos fijn linnen kleed’, dat geweven wordt uit de ‘rechtvaardige daden van de heiligen’ (Openb.19:8). Bij de terugkomst van de Heer worden allen die in Christus ontsliepen, opgewekt, zij zullen het eerst opstaan. Niet hun natuurlijk lichaam, dat in de aarde al lang vergaan is, wordt opgewekt, maar hun onzienlijk geestelijk lichaam.
Het verheerlijkte lichaam
Opstanding is een opnieuw functioneren in de zichtbare wereld. De ontslapenen hebben gerust van hun werken, maar op een teken van de Allerhoogste staan zij op en gaan zij aan het werk. Gods kracht geeft aan hun geestelijk lichaam gestalte, zodat dit de beschikking krijgt over vlees en gebeente, net zoals de verheerlijkte Heer dit heeft. Het geestelijke lichaam blijft echter geestelijk, dat wil zeggen alleen onderworpen aan geestelijke wetten en niet aan aardse. Daardoor is het niet afhankelijk van plaats, tijd of afstand; men kan dit lichaam niet lokaliseren noch chronologiseren.
Hoewel het leven met een opstandingslichaam een mysterie is, is er misschien toch een zwakke vergelijking mogelijk. Waterdamp is onzichtbaar. Het is onderworpen aan de wetten voor gassen. Waterdamp kan zelfs door muren heen dringen. Onder bepaalde voorwaarden wordt het echter omgevormd en wordt zichtbaar in water, mist, ijzel, sneeuw of hagel, die alle aan de wetten van vloeistoffen of vaste lichamen onderworpen zijn. Het opstandingslichaam van Jezus kon zich door gesloten deuren bewegen, maar de Heer kon ook zeggen:
- ‘Kijk, Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb’ (Lucas 24:39).
De opstanding is dus volkomen, wanneer het geestelijke lichaam bij de terugkomst van de Heer opgewekt wordt om te gaan functioneren in de zichtbare wereld. Bij zijn hemelvaart werd Jezus door een wolk ‘onttrokken’ aan de ogen van de leerlingen. Hij is nu alleen in de hemelse gewesten, hoewel de mogelijkheid openstaat dat onze Heer in een bepaalde gedaante verschijnt (Marc.16:12). Denk bijvoorbeeld aan wat Johannes op Patmos zag of aan Paulus van wie meegedeeld wordt dat hij ‘voorbestemd was om de Rechtvaardige te zien en een stem uit zijn mond te horen’ (Hand.22:14). Tijdens zijn leven op aarde leeft de opnieuw geboren christen in twee werelden. Met zijn uitwendige mens is hij op aarde ‘ver van de Heer in een vreemd land’ en met zijn innerlijke mens is hij ‘in Christus’, dat is in diens lichaam. Bij het sterven wordt hij losgemaakt van de aardse sfeer en bevindt hij zich nog alleen bij de Heer.

Wanneer Jezus terugkeert naar de aarde, wordt Hij vergezeld door de ontslapen heiligen. Wanneer Hij verschijnt, zullen zij met Hem verschijnen. De christenen die dan nog op aarde ‘levend achterbleven’, zullen dan in een ondeelbaar ogenblik veranderd worden, zodat hun vernederd lichaam gemetamorfoseerd wordt in een onsterfelijk en verheerlijkt lichaam, waarmee zij hun Heer tegemoet kunnen gaan en zich voegen bij de al opgestane heiligen (1 Thess.4:16,17). De tijd is dan gekomen, dat de ‘planting van de Heer’ opnieuw gaat werken en opnieuw vrucht gaat dragen. Van dit ‘levensgeboomte’ staat, dat het twaalf maal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende en dat haar bladeren (geestelijke gaven) zijn, tot genezing van de volken (Op.22:2).
De boeken geopend

Tenslotte: in dit artikel is niet gesproken over de laatste opstanding, waarbij de doden, klein en groot voor Gods troon zullen staan. Wie over de laatste algemene opstanding meer wil weten, kan dit vinden in het hoofdstuk van ‘De Openbaring van Johannes’.