
- ‘Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen’ (Openbaring 20:6).
Jezus Christus is opgestaan. Allen, die in Hem zijn en in zijn woorden blijven, mogen naar geest, ziel en lichaam ervaren wat de volle betekenis van dit reddingsfeit voor hen is. Er staat immers geschreven: ‘We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden’ (Rom.6:4). Er is een opstanding van alle mensen, maar Jezus spreekt ook van een afzonderlijke opstanding van rechtvaardigen ’tussen de doden uit’. Dit is een opstanding die in verband staat met redding, verlossing en heiligheid. Deze eerste opstanding begint tijdens het aardse leven van de mens en vindt haar voltooiing bij de terugkomst van de Heer.
Opnieuw geboren worden

- ‘Werkelijk, Ik zeg u, het uur komt en is nu, dat de doden naar de stem van God zullen horen en die haar horen, zullen leven’ (Joh.5:25).
De natuurlijke mens is ‘dood in overtredingen en zonden’ (Ef.2:1). Dood zijn betekent dat Gods wetten niet meer functioneren in een mens. Dood zijn is nooit iets statisch, dood is de weg van ongerechtigheid en ontbinden. Dit is goed te zien aan een dood lichaam, dat niet in dezelfde toestand blijft, maar dat alle kwaliteiten voor het goede mist en in een staat van ontbinding raakt. Hetzelfde geldt voor een ziel, die niet meer functioneert naar de wetten van God en overgegeven is aan de demonen van de duisternis. Elk vermogen om goed te doen wordt langzamerhand afgepakt. Het zielenleven wordt steeds destructiever en is naar de duisternis gekeerd. In zo’n mens woont dus geen gerechtigheid.
Maar wanneer zo iemand de stem van God hoort en de blijde boodschap van Jezus Christus aanneemt, kan hij zich losmaken van de macht van satan en zich richten op God. Zo komt hij vanuit de duisternis naar het licht. Door geloof en bekering wordt hij opnieuw geboren. Hij staat als het ware op uit de dood: ‘Hij was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden’ (Lucas 15:32). Het oude gaat voorbij en alles wordt nieuw. Opnieuw geboren worden betekent tot leven komen en contact met God krijgen. Zoals een zaad in de aarde valt en sterft om nieuw leven te geven, zo ook is het proces van het opnieuw geboren worden. De nieuwe mens wordt geboren uit water en Geest (Joh.3:5). De oude mens wordt begraven in het water en sterft weg, de nieuwe mens staat op uit het watergraf en groeit op.
De dode mens heeft de stem van God gehoord, daaraan gehoorzaamd en is tot nieuw leven gekomen. Hij leeft omdat Gods Geest zich nu aan zijn geest kan hechten, waardoor groei mogelijk is en men vrucht gaat dragen. De geest van de mens, die geboeid en uitgeschakeld was door het vlees waarin satan en zijn demonen werkten, is nu vol ‘leven vanwege de gerechtigheid’ (Rom.8:10). Gods liefde is oneindig groot. Hij heeft de mens, als slaaf van de zonde, teruggekocht en betaald met het vrijwillige bloed van zijn Zoon Jezus. Door Zijn opstanding werd Jezus ‘een levendmakende geest’, dat is een geest die andere geesten levend maakt (1 Cor.15:45). Daardoor gaat een opnieuw geboren kind van God over van de dood naar het leven. De prikkel van de dood is verdwenen.
Van de oude naar de nieuwe mens

Deze eerste opstanding moet doorwerken in het zielenleven van de mens. De ziel zal op haar beurt het lichaam in beweging brengen om de werken te doen die Jezus deed. Wanneer een aardappel in de grond gebracht wordt en er een nieuwe plant uit opschiet, zal de oude vrucht sterven. Alle contact is echter niet onmiddellijk verbroken. Naarmate de plant echter groeit, verdwijnt de connectie met het oude leven. Dit gebeurt ook in het ontwikkelingsproces van de opnieuw geboren mens. De nieuwe plant haalt uit de oude plant nog wat leven geeft, maar de rest wordt aan het verderf prijs gegeven. De oude mens wordt afgelegd. Met het aandoen van de nieuwe mens sterft de oude af. Het ‘kruisigen’ van de oude mens en het afleggen geeft een continue strijd tegen de demonen, want zij proberen telkens weer een aanknopingspunt te vinden. Nu komt het er op aan om vol te houden:
- ‘Maar die volharding moet volkomen doorwerken (in lichaam, ziel en geest) zodat u volkomen en onberispelijk bent en in niets tekort schiet’ (Jac.1:4).
De nieuwe mens staat in deze strijd niet alleen. Gods Geest strijdt mét de menselijke geest en leidt het hele groeiproces van het ware leven. Zo werkt de nieuwe mens aan zijn behoud, ‘daarbij lettend op de Woorden van God en zijn leiding, want God is het die zowel het willen als het handelen in u werkt’ (Fil.2:12,13). De Geest van God wekt in het zielenleven het verlangen en de wil naar het goede op; het lichaam werkt deze dingen uit.
Gelukkig en heilig is hij, die deel heeft aan deze eerste opstanding!

Nergens leert de Bijbel dat de oude mens pas bij de lichamelijke dood verdwijnt. Veel kerkgangers denken echter dat dat wél zo is. De oude mens zullen deze nooit bekeerden zonder Bijbels Fundament, nooit weg kunnen doen tijdens het leven op aarde:
- ‘Wij blijven zondaars tot de dood, het slechte is altijd bij ons…’
Ze geloven dan wel weer dat de dood de doorgang wordt naar het eeuwige leven. Maar Jezus zegt: ‘Wie de Zoon gelooft heeft eeuwig leven.’ Dat is niet iets voor het moment van sterven, maar nú al. Dát is de eerste opstanding!
Verwoestende demonen – Mensen zijn hun prooi (Gen.6:1,2)

Bij de oude of natuurlijke mens werken satans demonen die met hun perverse geesten verbonden zijn tot in het zielenleven. Onreine geesten hebben immers geen ziel of lichaam om iets van hun slechte wezens te laten zien. Zij proberen zich dus in nauwe verbinding met de menselijke geest in de menselijke ziel te openbaren en hun zeer slechte werken zichtbaar te maken door het lichaam van de mens. Zo werkt een geest van toorn door in het zielenleven en het lichaam van de mens. Dat lichaam laat die toorn zien door getier en gevloek of door smijten met voorwerpen. Een geest van onreinheid of wellust wekt het verlangen en de wil om kwaad te doen in het zielenleven van de mens op. Hij gebruikt het lichaam van de mens om de werken van de duisternis zichtbaar te maken.
Bij het sterven wordt de mens geen geest, maar hij legt alleen zijn natuurlijke lichaam af. Onafscheidelijk blijven dan geest en ziel verbonden, die samen de ‘innerlijke’ mens vormen. Wanneer Paulus zegt dat de tijd van zijn ontbinding nabij is, wil dit niet anders zeggen dan dat zijn ziel en geest binnenkort gescheiden zullen worden van het lichaam. Demonen die in de ziel van een mens werken en zonden als hoererij, onreinheid, hebzucht, toorn, kwaadaardigheid en laster voortbrengen, geven de inhoud en het geëigende aan het zielenleven van de niét opnieuw geboren mens.
De Geest van God
Hoe anders is het wanneer Gods Geest verbonden is met de menselijke geest en Deze doorwerkt in het zielenleven. Dan worden de vruchten van de Geest gezien en gehoord. In het zielenleven is dan geen plaats voor:
- Haat, maar liefde;
- geen toorn, maar zachtmoedigheid;
- geen onreinheid, maar heiligheid;
- geen leugen, maar waarheid;
- geen ongerechtigheid, maar gerechtigheid.
De mens wordt weer een levende ziel, dat is een ziel waarin Gods Geest doorwerkt, een ziel waar de ingeschapen wetten van God in functioneren. In het centrum van het zielenleven, dat is het hart en in het middel om de dingen van God te onderzoeken en te verstaan, dat is het verstand, heeft God zijn wetten geschreven en gelegd (Hebr.8:10). De goede werken, die volgen als iemand Gods Geest in zich laat werken, vormen een schat in de hemel. Zij vormen de inhoud en het geëigende van de ziel van de opnieuw geboren mens. Het zielenleven met zijn inhoud is blijvend, want: ‘Hun werken volgen hen na’ (Op.14:13).
Een volmaakt opstaan

- ‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan Hem gelijk worden in zijn dood’ (Fil.3:10).
De eerste opstanding ’tussen de doden uit’ (Grieks – Nestlé) is een vrucht die gepaard gaat met het sterven van de oude mens:
- Paulus noemt het in de volgende verzen ‘een wedloop naar de volmaaktheid’. Hij weet dat hij dit nog niet bereikt heeft, maar hij staat op het goede spoor en streeft ernaar het einddoel te bereiken en zo deel te krijgen aan de volmaakte eerste opstanding.
- Ook Jezus zelf spreekt over een selectie, over hen ‘die waardig gekeurd zijn aan de opstanding uit de doden’ (Luc.20:35). Hij spreekt ook van ‘de opstanding van de rechtvaardigen’ (Luc.14:14).
- Paulus ziet voor de met Gods Geest versterkte mens de mogelijkheid om ‘vervuld te worden tot alle volheid van God’ (Ef.3:19), dit wil zeggen dat het wezen van God volledig in zo’n mens is terug te zien.
- Hebreeën 12:22,23 (St. Vert.) noemt het ‘geesten van de volmaakte rechtvaardigen’ die, net als wij, ook ‘genaderd zijn tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem’.
- Op deze berg zijn zij: ‘de onberispelijke eerstelingen, die uit de mensen en van de aarde (niet uit de engelenwereld) zijn losgekocht en die het Lam gevolgd zijn waar het ook heenging’ (Op.14:1-5).
- Het zullen geen baby’s zijn die deel hebben aan de eerste opstanding, maar het zullen koningen en priesters zijn. De tweede dood zal geen macht meer hebben om hen te beschadigen, want zij zijn overwinnaars (Op.3:11).
- In de twééde dood zal iets van de inhoud van de ziel verloren gaan, namelijk datgene wat door de apostel gekwalificeerd wordt als hout, hooi of stro.
- Bij het laatste oordeel zal wel het Levensboek zijn, maar degene die erin ‘gevonden’ wordt: ‘zal schade lijden, maar hijzelf zal gered worden, maar als door vuur heen’ (1 Cor.3:13-15). Zijn werken werden niet vol bevonden voor God.
- Als Jezus terugkomt, zal het zijn als op de Paasdag. ‘Veel lichamen van de ontslapen heiligen waren toen opgewekt’ (Matth.27:52).
- Het is een anonieme lijst van heiligen, maar het was een selectie. Op die dag zullen veel ‘zielen weer levend worden’ (Op.20:4).
Zolang men hier op aarde is, heeft men een vernederd en sterfelijk lichaam. In dit lichaam wil Gods Geest echter ook werken, zodat het functioneert naar de wetten van God. De sterfelijke lichamen worden levend gemaakt door Gods Geest, die in hen woont. Toch blijft het op aarde een sterfelijk lichaam, onderworpen aan de macht van de dood. Een christen mag dus naar een gezond lichaam verlangen, zodat zijn aardse omhulsel de onvergankelijke schat kan bewaren tot het lichaam wordt afgelegd.
Tussen de doden uit

Met een opstandingslichaam kan de ziel zich weer openbaren (1 Cor.15:50-58). Dit opstandingslichaam is een verheerlijkt of geestelijk lichaam, dat wil zeggen aan het opstandingslichaam van de Heer gelijk. Dit lichaam vormt een volmaakt geheel in volkomen harmonie met de menselijke ziel en geest en is zo een volmaakt instrument voor deze beide, dat het noch aan tijd, noch aan ruimte en nog aan materie gebonden is. Met het ontvangen van zijn opstandingslichaam is de eerste opstanding voltooid en heeft de mens zijn volmaaktheid bereikt. Dan zal Christus veel zonen en dochters tot heerlijkheid geleid hebben en zij zullen met Hem zitten op zijn troon, zoals ook Hij nu zit met zijn Vader op zijn troon! (Op.3:22).