
- ‘En direct dreef de Geest Hem uit, de woestijn in. En Hij was daar in de woestijn veertig dagen en werd verzocht door de satan; en Hij was bij de wilde dieren en de engelen dienden Hem’ (Marcus 1:12,13).
De doop IN water

Een onderdeel van het Bijbels fundament van het geloof luidt: ‘Een leer van dopen’ (Hebr.6:2). Het woord ‘dopen’ is hier geen werkwoord maar een meervoudsvorm. De meest bekende is de doop IN water. Jezus zei tegen zijn navolgers: ‘Maak al de volken tot mijn leerlingen en doop hen’. Wie zich laat dopen is een leerling van Jezus en legt in de onderdompeling in water getuigenis af van zijn of haar geloof in hun werk. Je geweten is zuiver. Je zult niet in het dodenrijk afdalen als je sterft want je bent opnieuw geboren in de hemel, in het Koninkrijk van de Vader.
De doop met Gods Geest

De doop met Gods Geest komt meestal daarna, wanneer men in navolging van Jezus, in geloof hierom vraagt en ook gelooft dat men deze belofte heeft ontvangen. Gods Geest komt in de gelovige wonen en zo heeft de christen deel aan het leven van God en zijn Zoon, Jezus Christus. Je gelooft dit op zijn Woord en op deze manier begin je een hemels leven te leiden. Dit is een heel ontwikkelingsproces, totdat je volwassen bent geworden. Johannes de (water)-doper, zei van Jezus: ‘Hij zal u dopen in Heilige Geest én vuur’!
Na Jezus’ hemelvaart doen zijn volgelingen dat door hun getuigenis van het evangelie en handoplegging. Dit is een intieme gebeurtenis in de onzichtbare wereld. Zo krijgt een mens deel aan de ‘genen’ van de Vader en de Zoon, een wonderlijke en ontroerende gebeurtenis.
De vuurdoop

Dan is er nóg een doop: de vuurdoop. Welk vuur wordt hier bedoeld? Niet het rustige branden van de lichten van de kandelaar in de tempel; beeld van het licht en de warmte van Gods Geest in de gemeente. Of de ‘tongen als van vuur’ die zichtbaar werden en zich verdeelden en zich zetten op de gelovigen op de eerste Pinksterdag. Het vuur van de zogenaamde vuurdoop is vreemd vuur, dat alles verteert wat brandbaar is en dat is nogal wat. Dit vuur gaat niet van God uit, noch van de Zoon, noch van hun volgelingen.
Jacobus en Johannes dachten nog als de profeet Elia, toen ze een Samaritaans dorp in vlammen wilden laten opgaan, maar Jezus bestrafte hen door onder andere te zeggen dat ze niet wisten ‘uit wat voor geest’ ze handelden. Zo’n verterend vuur is een beeld van de activiteiten van satans demonen in de hemelse gewesten. Zij zijn actief in de wereld en vallen de gedachtewereld van de mensen aan, gelovig of ongelovig. De laatste decennia met volop vrijwillige medewerking van zeer slechte mensen op aarde. Het gevolg: miljarden onschuldig vermoorde mensen.
De legers van satan en zijn vrijwillige helpers op aarde, mensen

De grondbeginsels van de schepping komen onder vuur te liggen door de werking van satan, zijn gevallen engelen en hun vrijwillige meehelpers op aarde, mensen. Velen staan gewetenloos toe te kijken hoe de brand om zich heen slaat, aangewakkerd door allerlei winden. De principes van recht en gerechtigheid, het mijne en het zijne, eerlijkheid en naastenliefde, goed voor kwaad laten doorgaan en vice versa; alles wordt een prooi voor de vlammen. Het is verschrikkelijk om dit aan te zien en de radeloze angst onder de volken op aarde neemt alleen maar toe. Dat vuur komt ook af op de opnieuw geboren christen, vanaf het moment dat men de hoge weg gaat bewandelen en men zich de gedachtewereld van God eigen gaat maken. De draak is immers de tegenstander van God en wie van God is, krijgt satans vlammenwerpers op zich gericht.
Weerbaar tegen het vuur
Het evangelie van het Koninkrijk van God is erop gericht de mens weerbaar te maken tegen het vuur, zodat de gelovige mens er tegen bestand is en deze ellendige verzoekingen kan doorstaan. Dat valt niet mee en is vaak zwaar. Jezus moest daar ook doorheen en Hij zag er erg tegenop. Het vloog Hem wel eens naar de keel toen Hij zei:
- ‘Ik moet een (vuur)doop ondergaan en hoe houd Ik het uit’ (Lucas 12:50). En Marcus schrijft in hoofdstuk 10: ‘Kunnen jullie gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word?’
Toen de vlammen van de verzoeking om Hem heen sloegen en hij beklaagd werd door vrouwen, zei Hij:
- ‘Als ze dit doen met het groene hout (dat is Hijzelf), wat zal er met het dorre hout (de onbekeerde mens en de dwaze maagden) gebeuren?’
De verzoeking van Jezus in de woestijn

Jezus onderging de vuurdoop in de woestijn direct na zijn vervulling met Gods Geest, waar Hij 40 dagen door satan en zijn demonen verzocht werd, maar deze verzoeking overwon. Ook overwon Hij aan het kruis, waar alle(!) demonen van de wereld op Hem aanstormden (de hemel werd zwart) en waar hij ondanks de helse pijnen toch niet zondigde (Psalm 22:13-22). Hij stierf als een vlekkeloos Lam en daarom kon het dodenrijk Hem niet vasthouden.
Waarom gebeurde dit alles? De losprijs aan satan!

Hij werd verzocht om mensen (de geestelijk doden) het eeuwige leven te kunnen geven. Het leven van Jezus bleek uiteindelijk bestand tegen het demonische vuur. Hij werd met vuur gezouten en verloor zijn kracht niet. Het vuur hoeft de opnieuw geboren en Geestvervulde christen dus niet te verwonderen. Het komt ongevraagd op hem of haar af op zoek naar brandbaar materiaal. Het overkomt hen omdat hij of zij het Lam volgen waar het ook heen gaat: omdat zij Gods werken aan het doen zijn die er altijd op gericht zijn om mensen te behouden. De grote dag waarin men nu leeft en waar de Zoon in de christen bezig is te verschijnen (parousia), geeft als reactie in de hemel, het vuur van de satan. Immers, Paulus schrijft in 1 Corinthe 3:13:
- ‘Ieders werk zal aan het licht komen. De oordeelsdag zal het aantonen, want die verschijnt met vuur en het vuur zal uitwijzen wat ieders werk waard is’.
Bewaard in Gods liefde
Het is een feit, dat als men in de gezindheid van Jezus, Paulus, Petrus en veel anderen die voor de doden door het vuur zijn gegaan uit liefde voor hen, men als een gelouterd overwinnaar tevoorschijn zal komen als puur goud. Van deze gelovigen wordt in Openbaring 15:2 gezegd dat ze óp (en niet áán) de zee van glas met vuur vermengd staan’. Ze zijn er met Gods hulp doorheen gekomen omdat ze hebben liefgehad tot het einde. Zo werden en worden ze bewaard in de liefde van God, omdat ze weerstand hebben geboden aan verzoekingen en kracht ontvingen om in waarheid te wandelen.
‘Bid dat u niet in verzoeking valt’
Laat men de raad van Jezus serieus ter harte nemen wanneer Hij zegt: ‘en mocht men er eens in vallen; er is altijd een weg terug naar Hem’. Zelfs wanneer men Hem ontrouw zou worden en verraad plegen aan de Christus of anderen, dan kan men nog terug. Dat is te zien aan Petrus die uiteindelijk een rots in de branding bleek te zijn, omdat hij wist dat God enkel goed is. Misschien is men van uur tot uur in gevaar, sterft men elke dag en vecht men met wilde dieren; de liefde voor Hem en voor de ‘levende doden op aarde’, zal de christen overeind houden. Soms moet men heel wat doorstaan om mensen, broers en zussen of de Vader in de hemel. Daarom eindigen we met een uitspraak van de grote Voorganger, Redder en Verlosser van de gemeente:
‘In de wereld lijdt u verdrukking, maar houd goede moed, Ik heb de wereld overwonnen!’
