
- ‘En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met Gods Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals Gods Geest hun gaf uit te spreken’ (Hand.2:1-4).
Handelingen 2 beschrijft wat er op het eerste Pinksterfeest gebeurde. Manifestaties die voor veel kerkgangers onwezenlijk voorkomen. Zij herkennen dit niet in hun eigen kerkelijke situaties. Ook de dominees van deze kerken vinden het erg moeilijk om over dit wonder te spreken. Ze willen wel een toespraak houden over de uitstorting van Gods Geest en de tekens die daarmee gepaard gingen, maar tegelijkertijd distantiëren ze zich angstig van deze tekens. In Handelingen 2 worden ervaringen vermeld waarvan zij het nut niet van inzien en die belachelijk en aanstotelijk voor hen zijn. Het enige Bijbelse Fundament is immers nergens in de kerken gelegd, laat staan de doop met Gods Geest. Zij kennen geen Bijbelse bekering. Zij kennen alleen een bijna emotieloos ‘Ja’ zeggen nadat er een standaard formulier is voorgelezen. Zonder het Bijbelse Fundament doet men maar wat.

Als de leerlingen met Gods Geest vervuld worden, vertonen zich aan hen tongen als van vuur en beginnen zij in andere talen te spreken zoals Gods Geest het hun geeft uit te spreken. De opdracht om in andere talen te spreken voerden zij vanaf dat moment uit. De reactie van het godsdienstige publiek op deze vreemde talensprekers was ongeveer gelijk aan zoals men er nu in de kerken tegenaan kijkt:
- ‘Maar anderen zeiden spottend: zij hebben te veel zoete wijn gehad!’ (Hand.2:13).
Er was (en is nog steeds) geen geloof in de opdracht van Jezus, maar er is sprake van afkeer van deze bovennatuurlijke uiting van Gods Geest. In de protestante en roomse kerken, bij de tijdperkenknippers en hun aardse Israëlaanbidders, wordt dan ook regelmatig gewaarschuwd voor dit spreken in talen. Om te voorkomen dat Pinksteren (zoals vandaag) als zuiver historisch aan de kant geschoven zou worden, getuigt Petrus:
- ‘Dít is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen.’
- ‘Uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw jonge mannen zullen gezichten zien en uw ouden krijgen geestelijk inzicht.’
Gelooft u wat God door Petrus heen zei? Gelooft u wat er staat geschreven?
Uit de geschiedenis blijkt dat veel mensen dit niet geloofden en nog steeds niet geloven. De Geest van God is geweken. Eeuwen zijn voorbijgegaan en iedere Pinksterdag rafelt men automatisch het Pinksterverhaal op. Daarna wordt deze boodschap (waar kerken niets mee kunnen) opgeborgen tot het volgende jaar.
In deze laatste fase van de eindtijd is het echter belangrijk dat er een radicale omkering nodig is. Het natuurlijke moet weer vervangen worden door het bovennatuurlijke, het vleselijke door het geestelijke, het zichtbare door het onzichtbare. De indirecte leiding van Gods Geest moet plaats maken voor een onmiddellijke, het rationele voor het irrationele. Dan functioneren niet alleen de lichamelijke zintuigen, maar ook die van de innerlijke, geestelijke mens. De ogen worden dan weer geopend en men heeft weer oren om te horen.
Opnieuw geboren en met Gods Geest vervulde kinderen van God geloven dat de Bijbel waar en betrouwbaar is. Zij spreken in andere talen zoals de leerlingen in het begin, hun zonen en dochters profeteren, hun jonge mannen zien gezichten en hun ouden krijgen geestelijk inzicht. Dat is het echte Pinksterfeest. De late regen daalt dan neer. Wie eenvoudig de Woorden van God gelóóft, ontvangt dan ook wat er staat!
De Pinkstergemeente in Efeze

- ‘Maar dit heb Ik tegen u: u hebt de liefde van vroeger opgegeven. Bedenk van welke hoogte u gevallen bent. Breek met het leven dat u nu leidt en doe weer als vroeger. Anders kom Ik naar u toe en neem Ik, als u geen berouw toont, uw kandelaar van zijn plaats’ (Openbaring 2:4,5).
Efeze was de voornaamste stad in Klein-Azië. De naam staat in verband met wenselijkheid of aantrekkelijkheid. De gemeente in Efeze was een gemeente, zoals velen haar zouden wensen. In Handelingen 19 staat dat Paulus naar Efeze ging en daar een aantal gelovigen vond, die bij zijn komst wonderlijk gezegend werden. Het was een gemeente die drie soorten doop kende. Voordat de apostel kwam, kenden zij de doop van Johannes tot bekering van zonden om daarna de levende God te dienen. Nadat Paulus hen bezocht, ondergingen zij de waterdoop in de naam van de Heer Jezus en nog later werden zij gedoopt met Gods Geest. Eerst waren zij Oudtestamentische heilige,n die bij de doop van Johannes de schuldvergeving ontvingen. Daarna werden zij gedoopt IN water in de Naam van Jezus. Zij werden Nieuwtestamentische heiligen. Opnieuw geborenen met een goed geweten en gereinigd van alle besef van kwaad (1 Petr.3:21; Hebr.10:22).

Toen Paulus hun de handen oplegde, werden zij vervuld met Gods Geest. Paulus sprak hier tot een groepje van ongeveer twaalf mannen, die zonder uitzondering met Gods Geest gedoopt werden.
- Zij beleefden hun Pinksterfeest, want: ‘Gods Geest kwam over hen en zij spraken in talen en profeteerden.’
- De Efeziërs ontvingen Gods Geest; Deze kracht kwam over hen en het vuur werd ontstoken. Het was het ogenblik van de eerste en grote liefde.
- Zij werden: ‘mede-erfgenamen en medegenoten van de belofte (Gods Geest) in Christus Jezus’ (Ef.3:6).
- Zij werden ‘verzegeld met Gods Geest, van de belofte die een onderpand is van onze erfenis’ (1:14).
- Dit is de kracht uit de hoogte ‘die in ons werkt en bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen’ (3:20).
- Petrus zei op de pinksterdag: ‘Dít is het!’
De strijd in de hemelse gewesten

Het laatste Bijbelboek toont de openbaring van Jezus Christus in deze wereld. Het beschrijft hoe de gemeente ‘in de laatste dagen’ de werken doet die Jezus op aarde deed. Dit is het zichtbaar worden van de gestalte van de Heer in de eindtijd. De zonde van bijna alle kerken is dat zij aan het leven van Jezus weinig aandacht geven. Zij negeren de oproep tot het weer herstellen van alle dingen. Zij vinden het voldoende om te laten zien wie Hij eens wás. Zijn wonderen, tekens en geestelijke uitingen tijdens zijn leven op aarde zijn ondergeschikt geworden. Zij vinden het niet noodzakelijk om de gemeente geestelijk verder op te bouwen; al 18 eeuwen lang (de martelaren niet meegerekend). Maar Jezus zei:
- ‘Als Ik door de Geest van God (waarmee Hijzelf gedoopt was) de boze geesten uitdrijf dan is het Koninkrijk van God over u gekomen’ (Matth.12:28).
Het vrederijk komt alleen op deze manier in de harten van bekeerde en opnieuw geboren kinderen van God. Er is geen enkel vroom surrogaat dat tot de volmaaktheid en heerlijkheid leidt. Jezus zei:
- ‘Let op, Ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees Ik mensen’ (Lucas 13:32).
- ‘Hij riep zijn leerlingen en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en kwaal te genezen’ (Matth.10:1).
Zij overwonnen de demonen omdat het Woord van de Heer realiteit voor hen was:
- ‘Zie, Ik heb u macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en tegen het hele leger van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen’ (Luc.10:19).
Voor alle gelovigen geldt dat de tekens die de Heer volgden, ook hen zullen vergezellen:
- ‘In mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe talen spreken en op zieken de handen leggen’ (Marc.16:17,18).
- Zij zullen voortzetten ‘wat Jezus was begonnen te doen en te leren’ (Hand.1:1).
Ook de Efeziërs kenden deze strijd en overwinning in de onzienlijke wereld. Door de doop met Gods Geest waren zij geestelijke christenen geworden. Paulus schreef hun:
- ‘Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus’ (1:3).
- ‘En heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten’ (2:6).
- ‘Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten’ (6:12).
Te midden van deze levende Pinkstergemeente deed ‘God buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren’ (Hand.19:11,12). In Efeze beleefde men de eerste liefde en waren de eerste werken. In hun strijd tegen satans demonen in de hemelse gewesten verbrandden zij de kostbare toverboeken in aanwezigheid van allen. Wat interesseerde deze heiligen het bedrag van vijftigduizend zilverlingen? Zij waren rijk in God en bezaten de krachten van de toekomende eeuw. Zij waren verzegeld met Gods Geest van de belofte ‘die een onderpand is van onze erfenis en tot verlossing van het volk’ (1:14).
Het losmaken van banden van de duisternis

Verlossing betekent losmaking van de banden van de duisternis, vrij worden van de demonen van ziekte, zonde en gebondenheden. Dit is het deel van de erfenis die kinderen van God hier op aarde al ontvangen. Ook hierin zijn zij mede-erfgenamen van Jezus Christus. Verlost zijn betekent als vrije mensen de Heer dienen zonder angst, al de dagen van ons leven (Luc.1:74,75). Met verlossing gaat liefde tot de verlorenen gepaard, om dezen te waarschuwen, te redden en te bevrijden zoals Jezus dit eenmaal deed. Het is de openbaring van de Verlosser onder zijn volk, de boodschap van nieuw leven voor overspelers, verslaafden, geestelijk gestoorden en invaliden. Jezus bracht hun de redding en Hij gaf hen de opdracht in zijn voetstappen te wandelen. Daarom terug naar het begin, naar de eerste werken en de eerste liefde! Terug naar Pinksteren!
Uit de hemel gevallen
Wanneer de Heer Jezus zich tot de gemeente in Efeze richt, zegt Hij:
- ‘Ik weet wat u doet, hoe u zich inzet en standhoudt en dat u slechte mensen niet verdraagt. Zo hebt u mensen die beweren dat ze apostelen zijn, op de proef gesteld en als leugenaars ontmaskerd. U bent standvastig en hebt veel verdragen om mijn Naam, zonder te verslappen.’
Dit is het beeld van een goede gemeente. Toch liepen de Efeziërs serieus gevaar dat hun kandelaar van zijn plaats weggenomen zou worden, want zij hadden hun eerste liefde verwaarloosd en zij deden de eerste werken niet meer. De stem van iemand als een Mensenzoon, wiens ogen zijn als een vuurvlam en wiens stem is als het geluid van vele wateren, roept deze gemeente toe: ‘Bekeer u en doe weer uw eerste werken.’
De maagden zonder olie

- ‘Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf. Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft en de deur werd gesloten.’
De rust van de volkskerken wordt verscheurd. Zij worden opgeroepen weer terug te keren tot het begin, tot het Pinksterwonder en de Pinksterkrachten, waarmee zij begonnen was. Zij missen de werken die Jezus en de apostelen deden en die ook zij in het begin gedaan hadden. Zij zijn als de wijze maagden in slaap gevallen. Het Pinkstervuur en het vuur van de eerste liefde is gedoofd. Wonderen en tekens, duivelen uitdrijven, genezingen, bevrijdingen, dat was allemaal voor vroeger, redeneren zij. Dat was nodig toen de gemeente ontstond. Toen was het een machtige bergstroom, maar nu is het een rustige rivier geworden. Hun strijd tegen de onreine geesten in de lucht is verzand in theologie en dogmatische gesprekken. De apologeten, met hun wetenschappelijke geloofsverdediging, moeten nu de heidense filosofen met kracht van argumenten overtuigen in plaats van de tekens en wonderen van de Heer hun woorden bevestigden.
Bekeer u!
Bekeer u!, zo klinkt de oproep. Ga terug naar de Pinksterdag, terug naar het begin ‘want anders zal Ik uw kandelaar van u wegnemen. Bedenk dan van welke hoogte u gevallen bent.’ De volkskerken zijn uit de hemelse gewesten op de aarde gestort, want hun wandel is niet meer in de hemel, maar op de aarde. Hun strijd ligt in de zienlijke wereld en niet meer in de onzienlijke. Zij hebben hun hemelse visie verloren. Zij hebben het tijdelijke in plaats gesteld van het eeuwige en het vergankelijke in plaats van het onvergankelijke. Daarom zijn deze kerken ten ondergang gedoemd.

In de strijd tegen satans demonen zou de gemeente in Efeze verdwijnen. Omdat zij niet meer in staat was de demonische legermachten van de duisternis te binden of te weerstaan, zouden deze haar overweldigen. Zij was geworden als Simson, die van zijn boven natuurlijke kracht beroofd was. Deze gemeente was niet meer bestand tegen de wereldbeheersers van de duisternis en haar licht werd gedoofd.
Efeze – Vandaag een ruïne

Het tegenwoordige dorpje dat vlak bij de ruïnen van deze oude metropolis ligt, telt geen enkele christen meer. Het eeuwige evangelie moet ook nu weer gebracht worden: terug naar het begin, terug naar Pinksteren. De toespraak van Petrus tot de God zoekenden uit alle volken blijft ook nu van kracht:
- ‘Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht.’
‘En ik zag een beest opkomen…’

In de laatste dagen worden ook de occulte demonen uit de afgrond opgeroepen en ontbonden, geholpen door een grote groep bewuste Godhaters en kwaadwillenden. Zonde, ongerechtigheid en goddeloosheid zijn niet langer verborgen. Het wordt openlijk toegejuicht en uitgevoerd. Het ingeschapen geweten wordt vandaag bewust dichtgeschroeid en men aanbidt hiermee het beest uit de afgrond Apollyon, de grote verderver.
Het beest uit de aarde

Dé mens van de zonde zal ook snel geopenbaard worden en daar tegenover ook de mens van God, die tot alle goede werken volmaakt toegerust is. Alleen het evangelie zoals het in het begin gebracht en bevestigd werd, kan u redden. Jezus roept u op tot de laatste strijd. Hij zegt:
- ‘Wie overwint, zal alles erven.’
Bekeer u daarom en word behouden uit dit geslacht, dat de profeten doodt en de Geest van God weerstaat. Kom op het spoor van Jezus Christus en de apostelen en ontvang de gave van Gods Geest. Streef ernaar zoals de Bijbel zegt en strek uw handen uit naar de kracht uit de hoogte. Er is maar één keus!
Ook de kandelaars van de gemeenten zullen weggenomen worden, als zij niet terugkeren tot de eerste liefde en de eerste werken. Geloof daarom het eeuwig evangelie van redding, verlossing, vervulling met Gods Geest en genezing. Wat Jezus deed was goed. Wat de apostelen deden was goed. De eerste werken waren goed en onder deze eerste christenen functioneerde de liefde en dit was ook goed.
Volgt u ook in dit spoor?