Regen om te verkwikken

Leraar én regen

De meeste Nederlandse vertalers hebben in de pinksterprofetie van Joël het Hebreeuwse woord ‘môreh’ de eerste maal weergegeven door ‘leraar’ en de tweede maal door ‘regen’. Daar hebben ze goede redenen voor, want ongetwijfeld heeft de profeet op deze dubbele betekenis van dit woord gezinspeeld. Zelfs Petrus gebruikt de woorden van Joël als hij zegt: ‘Zij onderzochten op welke omstandigheden en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou en ook van de heerlijkheid daarna’ (1 Petr.1:11). Er staat in Joël 2:23:

  • ‘En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in gejubel om de Heer, jullie God, want Hij geeft regen om je te verkwikken, Hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd.’

Bijna alle commentatoren nemen aan dat Jezus Christus deze voorspelde leraar is. Maar in verband met de uitstorting van Gods Geest waarover Joël hier profeteert, moet deze Geest vooral gezien worden als de leraar. Zolang Jezus op aarde was, was Hij de Leraar van de gerechtigheid, maar zoals Hij een andere Trooster zou zenden, zou Hij ook een andere Leraar sturen. Gods Geest (en geen 1/3e god zoals men al 18 eeuwen in de kerken leert) zou de gelovigen alles leren en hen alles te binnen brengen wat Jezus had gesproken. In het Koninkrijk van God gaat immers niets plotseling of onverwachts.

De leerlingen en Jezus Christus, dé Leraar

Iemand alles leren vergt tijd. Het is een proces waarin Gods Geest de gedachten van Jezus (en daarmee die van de Vader) doorgeeft en in herinnering brengt. Wie les ontvangt moet kunnen luisteren naar de leraar. Helaas, de al 18 eeuwen lang, beter wetende leerlingen (de martelaren niet meegerekend) en een goede leraar, passen nog steeds niet bij elkaar (Op.6:5,6). Deze leerlingen kunnen zich ook niet concentreren. De natuurlijke wereld is voor hen veel belangrijker. Zij zijn vooral bezig met hun politieke partijtjes in een goddeloze wereld, hopend dat de satan zich toch nog eens bekeert. Maar men moet nooit twijfelen, bang zijn, in paniek raken of schrikken, want hierdoor brengt de duivel de mens in verwarring en kan men de stem van de Leraar niet meer horen. Vraag u dus eens af: kan ik de onderwijzende stem van Gods Geest wél verstaan en neem ik daar óók de tijd voor? Of zegt u zoals zo velen:

  • ‘De heilige geest was iets van vroeger, voor de Joden, maar niet meer voor ons’.

Woord en Geest

In Johannes 16:13 staat dat Gods Geest de weg zal wijzen tot de volle waarheid: ‘Hij zal niet van zichzelf spreken, maar alles wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomende dingen doorgeven.’ Jezus wist dit allemaal zo goed, omdat Hij van zichzelf ook kon zeggen: ‘Wat Ik van Hem (zijn Vader) gehoord heb, dat spreek Ik tot de wereld’ (Joh.8:26). De Vader had Jezus immers gedoopt met Zijn Geest en Jezus sprak daarom wat Hij door de Geest van God had geleerd. Gods Geest, die ook nu onderwijst, zal Jezus uitermate verheerlijken, want Hij wil het alleen maar uit het zijne nemen en het aan zijn volk bekendmaken. Zo trouw had Jezus dus de gedachten van de Vader overgenomen en doorgegeven, dat Gods Geest geen andere bron gebruiken kon. Gods Geest verheerlijkt Jezus door deze de plaats te geven die Hem toekomt.

Jezus is het vleesgeworden Woord van God (Gods Logos, Joh.1:1) en Hij wordt geëerd, omdat Gods Geest nooit buiten Hem om gaat. Ook zal Gods Geest altijd getuigen van Jezus’ plaats als Lam van God in het redding en herstelplan. Hij zal wijzen op Jezus’ leiderschap als hoofd van zijn Lichaam en dat als bouwmeester van de tempel van God in de geestelijke wereld. Hij geeft Jezus alle eer en tekent een glorierijk toekomstbeeld, dat ontleend is aan de profetieën van de Heer.

De Geest in Gods plan

Er is een evangelie óver Jezus, dat alle bijzonderheden vermeldt van wat Hij hier op aarde deed. Maar er is ook een evangelie ván Jezus, dit wil zeggen dat men de boodschap brengt die Jezus zelf bracht. In deze boodschap staat het eeuwig evangelie van het Koninkrijk van de hemelen centraal. Zo is het ook mogelijk te spreken óver Gods Geest. Voor de ware christenen is het echter van levensbelang bezig te zijn met het werk van Gods Geest IN hen. Zo zullen zij zich bijvoorbeeld verdiepen in de geestelijke gaven en hun uitingen, dus in de manier waarop Gods Geest in en door hen wil functioneren. Ze moeten leren om nauwkeurig naar Gods Geest (die in hen wil wonen) te luisteren en Gods gedachten over te nemen. Hij wil hen als Leraar opvoeden in gerechtigheid en in waarheid, hun geestelijke blindheid wegnemen en hen de weg wijzen tot het volle licht; tot een algehele geestelijke levensontplooiing. Deze hemelse Leraar (de Geest van God) kent ook de diepten van God, dit wil zeggen het eeuwige plan van de Schepper en Hij kan de gemeenten krachtig bijstaan om diens gedachten met de mens te realiseren.

Waarom de duivel de Bijbel ging uitleggen

Op school maakt een leraar gebruik van een boek. Zo heeft Gods Geest het Woord van God, de Bijbel. In de praktijk zijn er ‘lesgevers’, die het beter menen te weten dan het boek waaruit ze onderwijzen. Zij slaan bladzijden over en dicteren hun eigen politiek correcte en ‘deugende’ inzichten. Gods Geest gaat echter nooit buiten het Woord van God om. Gods Geest is geen modernistische predikant, pastoor, bisschop of rabbi, maar zijn onderwijs is afgestemd op alle woorden van God uit de Bijbel, waarin de volle raad van God is geopenbaard. In zijn hogepriesterlijk gebed zei Jezus:

  • ‘De woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hen gegeven’. Alles werd echter niet bewaard, want dan zou bij wijze van spreken ‘de wereld zelf de boeken niet kunnen bevatten’ (Joh.21:25).

Wilt u ook het resterende deel terugvinden, om daardoor het geheel niet alleen volledig te kennen, maar ook te verstaan en waar te maken in uw leven? In wat opgeschreven werd, ligt dan de controle.

Geestelijke gaven

De geestelijke gaven die Gods Geest in ware christenen ontwikkelt, komen niet over als de meiregen. Ze komen niet zo maar vanzelf. Wanneer de Leraar bij de doop met Gods Geest binnenkomt, hebben zij niet plotseling: kennis, wijsheid, onderscheiding van de geesten, krachten, profetieën, enzovoort. Zijn komst is het onderpand om deze te ontvangen. Alleen visioenen en openbaringen krijgen wij ‘meegedeeld’. Voor het ontvangen van geestelijke gaven geldt: ‘Leer van Mij!’ Men moet ze dus willen ontwikkelen door ‘er naar toe te werken’, zich er dus onophoudelijk mee bezig te houden. Dan staat er dat Gods Geest in het bijzonder uitdeelt, zoals hij (de christen) wil (1 Cor.12:11). De geestelijke gaven werken niet in miljoenen kerkgangers, omdat zij dit niet (willen) weten en er ook niet naar (willen) streven:

  • ‘Het moet je immers maar gegeven worden als God het ooit zou behagen…’

Eerst was Jezus de Leraar van de gerechtigheid die met zijn leerlingen optrok. Zijn onderwijs kwam van buiten naar binnen. Hij kon hierdoor alleen weinig mensen bereiken. Het onderwijs van Gods Geest werkt echter van binnen. Jezus zei: ‘Hij blijft bij u en zal in u zijn’ (Joh.14:17). Zo bereikt het goddelijke onderwijs alle Geestvervulde gelovigen en kon Jezus zeggen: ‘Het is beter voor u, dat Ik heenga’ (Joh.16:7). Wie van een wijze man leert, wordt verstandig. Wanneer het aan wijsheid ontbreekt, mag men om informatie vragen aan Gods Geest, want deze overtuigt van zonde en gerechtigheid, van wat slecht en goed is, van wat het waarachtige leven aantast en wat er wél bij hoort. Zo mag ook de ‘wijsheid die van boven is’ als geestelijke gave tot ontwikkeling komen. Ook draagt Gods Geest kennis over. Deze gave betreft dan vooral de onzienlijke wereld. Wie met goed gevolg zijn onderwijs heeft afgemaakt met haar theorie en praktijk, is b.v. een monteur, technicus, advocaat, ingenieur of een nog eerlijke arts (Hippocrates). De man met het diploma is de vrucht van het onderwijs dat hij volgde. Zo is de mens van God die tot alle goede werken volkomen is toegerust, de vrucht van het onderwijs van Gods Geest (2 Tim.3:16,17).

‘Als u wist van de gave van God’

Gods Geest is zelf een gave of een geschenk, zoals er staat: ‘U zult de gave van Gods Geest ontvangen’. Jezus zelf noemde zich ook een gave, want Hij zei tot de Samaritaanse vrouw bij de waterput: ‘Als u wist van de gave van God!’ Gods Geest is als ‘gave van God’ niet door geld te krijgen, zoals Simon de tovenaar dacht. Men ontvangt Hem alleen, net als de schuldvergeving door het bloed van Jezus, uit genade door het geloof in de belofte van de Vader.

‘Pro Deo’

Een (nog) goede leraar of lerares is een gave voor de kinderen. Zo is Gods Geest een geschenk voor de kinderen van God. Ook hoeft een kind van God geen enkel onderwijs te betalen, men krijgt van Gods Geest ‘pro Deo’ les. Er worden dus geen tegenprestaties gevraagd, maar alleen geloof, oplettendheid en ijver, want alles speelt zich af op geestelijk terrein. Vergeet niet dat de menselijke geest is geschapen naar het beeld van God die geest is. Alle gaven van Gods Geest zijn dus in principe aanwezig. Zij moeten alleen ontwikkeld worden en gaan functioneren. Het is in dit proces dat Gods Geest royaal uitdeelt en ondersteunt door zijn kracht. Gods Geest kan geen ongelijksoortige geest onderwijzen en zeker geen satanische geest.

Pas ná het basisonderwijs het keuzepakket

In het basisonderwijs krijgen de kinderen allen dezelfde lessen. Dit verandert zodra zij de basisschool verlaten en verder gaan studeren. Dan pas(!) kiezen zij een vak of nemen een keuzepakket. Zo moeten alle kinderen van God eerst het Bijbelse Fundament uit Hebreeën 6:1-3 onder zich hebben. Zonder deze basis kan men niet verder bouwen. 18 rampzalige eeuwen hebben dit helaas bewezen. Zelfs na alléén de waterdoop (soms zonder oprechte bekering) blijft men een geestelijke baby. Dit fundament bevat de eerste beginselen: bekering, geloof in God, leer van dopen (meervoud!), oplegging van de handen, opstanding van de doden en een eeuwig oordeel. Bij hun verdere ontwikkeling moeten zij een keus maken, dus streven om een aantal gaven in het bijzonder te ontwikkelen. Zij zullen dan natuurlijk nemen wat bij hen past.

In het natuurlijk gezin wordt langs bovenstaande weg de ene jongen bakker, de tweede notaris. In een ander gezin wordt iemand professor of gemeentewerker. Zo zijn er in het huisgezin van God verschillende genade gave:

  • ‘maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Heer; en er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt’ (1 Cor.12:4-6).

Meestal zijn er voor een bediening de ontwikkeling nodig van verschillende gaven. Wanneer bijvoorbeeld gesproken wordt over ‘gaven van genezingen’, is er een bundeling van charismatische gaven, zoals die van onderscheiding van geesten, van kennis, van geloof en van kracht die het herstel bewerkt, doordat de verzwakte menselijke levensgeest nieuwe impulsen ontvangt. Zo is ook de gave van wijsheid onlosmakelijk verbonden met die van kennis.

Proefwerken

Bij het onderwijs horen ook de proefwerken, de tentamens en de examens. Hoe hoger men komt, hoe zwaarder ze worden. Ook in de geestelijke wereld gebeurt dit. Ook daar worden de leerlingen ‘beproefd’ om te zien of het geleerde ook eigendom is geworden. Ook worden de kandidaten in situaties gebracht, waarin moet blijken of zij met hun opgedane kennis resultaten kunnen bereiken. Wie als koning met Christus wil heersen over al de werken van Gods handen, zal testen moeten afleggen, die evenredig zijn aan het niveau van de toekomstige functie. Hij zal merken dat wie groot wil zijn in het Koninkrijk van God, zijn gaven alleen dan geheel kan ontwikkelen, wanneer hij ze in liefde stelt in dienst van de anderen. Pretpakketten en gebakken lucht zijn dus niet Bijbels…

Vorming door onderwijs

Er waren ooit leraren die op het hele leven van de leerling hun stempel drukten. Jaren later kan men nog zien waar zo’n leraar had gestudeerd. Wie in de school van Gods Geest is, draagt ook een merkteken of stempel. Hij wordt gekenmerkt door de eigenschappen van zijn Leraar. Er staat: ‘Het is God die u en ons Christus als fundament geeft, die ons allen heeft gezalfd, heeft gewaarmerkt als zijn eigendom en ons als voorschot de Geest gegeven heeft’ (2 Cor.1:21,22). Van hen die onderwijs van Gods Geest ontvangen hebben, zegt Jesaja 54:13:

  • ‘Al je kinderen worden onderwezen door de Heer, rust en vrede zullen zij ontvangen; gerechtigheid zal je fundament zijn. Je zult niets meer te vrezen hebben: onderdrukking zal je niet bereiken, voor terreur blijf je gevrijwaard.’