
- ‘Terwijl Apollos in Corinthe bleef, reisde Paulus door het binnenland naar Efeze. Hij ontmoette er enkele leerlingen en zei tegen hen: Hebt u Gods Geest ontvangen toen u gelovig werd?’ (Handelingen 19:1,2).
Ongeveer 20 jaar na de uitstorting van Gods Geest vond het hierboven genoemde plaats. De apostel Paulus kwam tijdens zijn reis in Efeze. Hij ontmoette daar in de gemeente van Christus enige mannen, bij wie hij aan hun persoon en optreden merkte dat er iets aan hun belijdenis of ervaring ontbrak. Hij vroeg hun: ‘Hebt u Gods Geest ontvangen, toen u tot het geloof kwam?’ Hun antwoord was dat zij nog nooit iets over Gods Geest gehoord hadden. Door volgelingen van Johannes de Doper waren zij gedoopt met de doop van bekering tot geloof in Jezus, die komen zou. Maar met de grote gebeurtenis en betekenis van de uitstorting van Gods Geest waren zij nog onbekend. Zij kwamen uit streken, waar het evangelie van de opgestane Jezus, die met Gods Geest doopt, nog niet was doorgedrongen. Paulus vertelde hen over het eeuwige evangelie van de verheerlijkte Christus, die Gods Geest na Zijn hemelvaart zou sturen. Elke gelovige kon nu gedoopt worden met Gods Geest. Na deze uitleg werden de leerlingen te Efeze volwassen gedoopt in de naam van deze Jezus, die met Gods Geest doopt. Paulus heeft voor en met hen gebeden, hun de handen opgelegd en zij ontvingen Gods Geest. Als bewijs dat dit alles de hemelse waarheid was, kregen zij deel aan het Pinksterwonder en spraken zij in andere talen.
Er zijn kerkmensen, die zich christelijk noemen, maar een leven leiden zonder het Bijbels gelegde fundament. Men heeft alleen gelezen over het werk van Gods Geest, maar men is niet bekeerd en gedoopt met Gods Geest, laat staan volwassen gedoopt IN water. Het is belangrijk dat zij in gaan zien dat zij Gods Geest missen. Daardoor missen zij de blijdschap van het geloof en ervaren niet de kracht van de verlossing. Zij blijven – naar eigen zeggen – zondaar tot de dood. Zij moeten beseffen dat zij opnieuw geboren moeten worden, nadat zij zich bekeerd hebben.
Voor het normale christelijke leven is het onmisbaar dat men Gods Geest langs die weg ontvangt. Anders zou Paulus aan de Efeziërs niet gevraagd hebben of zij Gods Geest hadden ontvangen, toen zij tot het geloof kwamen. De leerlingen van de Heer Jezus waren oprechte gelovigen. Gods werk in hen was echter niet eerder volkomen, totdat zij de belofte van de Vader ontvangen hadden. Jezus blies op zijn leerlingen en zei: ‘Ontvang Gods Geest’ (Joh.20:22). Daarna moesten zij nog met Gods Geest gedoopt en vervuld worden in de opperzaal. Paulus had Jezus in zijn hemelse heerlijkheid gezien en was daardoor bekeerd. Dat was echter niet voldoende. Ananias moest komen om hem de handen op te leggen, zodat hij Gods Geest zou ontvangen. Toen pas kon hij een getuige van Christus zijn.
Er waren toen ook mensen, die van een dergelijke ervaring van Gods Geest weinig of niets wisten. Dit werd duidelijk als we letten op wat in Samaria gebeurde (Hand. 8). Filippus had daar geëvangeliseerd, velen waren tot het geloof gekomen en gedoopt in de naam van Jezus, waardoor er grote blijdschap in de stad was. Toen de apostelen dit hoorden, stuurden zij Petrus en Johannes naar die stad. Toen zij daar kwamen, baden ze voor hen dat zij Gods Geest mochten ontvangen. Gods Geest werkte in hen, zodat zij zich bekeerden en geloofden. Dit was van een hogere orde dan het werk van Filippus. Via Petrus en Johannes werd hun – door de verhoogde Heer Jezus – Gods Geest gegeven om hen te heiligen en te vervullen. Was dit niet gebeurd, dan waren zij zwakke christenen gebleven.
Het doel van het evangelie
Het doel van het verspreiden van het eeuwig evangelie is om mensen tot God te brengen, zodat zij zich bekeren en zich laten dopen IN water en met Gods Geest. Dit was immers ook het grote doel van de Heer Jezus t.o.v. zijn leerlingen? Hij had hen drie jaar opgevoed, onderwezen en gevormd, zodat zij na Zijn hemelvaart, op de belofte van de Vader zouden wachten om Zijn Geest te ontvangen. Dit was ook het doel van Petrus op de Pinksterdag, toen hij de mensen opriep om zich te bekeren en te laten dopen tot vergeving van zonden en daarna Gods Geest te ontvangen. Paulus had ook dit doel. Hij vraagt in zijn brieven aan de christenen of zij niet weten dat zij een tempel van Gods Geest. Ook roept hij hen op dat zij met Gods Geest vervuld moeten worden.
Paulus laat de leerlingen in Efeze zien wat er nog in hun leven ontbreekt: de doop met Gods Geest. Zoals alleen iemand die dorst heeft met smaak water zal drinken, zoals alleen een zieke de dokter zal opzoeken, zo kan alleen de volle zegen van de Geest aan gelovigen gegeven worden als zij het gebrekkige in hun toestand ontdekken en erkennen. Zolang kerkmensen denken dat het hun alleen maar ontbreekt aan meer toewijding, meer activiteiten en meer serieus en ernstig gedrag, zolang zal het evangelie van een volkomen redding hun weinig helpen. Zij moeten inzien dat het hun zwakheid en zonde is, dat zij niet in de juiste verhouding tot God staan.
Oprechte mensen die naar Jezus en God zoeken, moeten geholpen worden om zich deze zegen in het geloof toe te eigenen. In de Handelingen wordt telkens gesproken van handoplegging en gebed. Zelfs een man als Paulus, die zo krachtig en rechtstreeks door de Heer zelf aangesproken werd, moest door handoplegging en gebed van Ananias Gods Geest ontvangen. Voorgangers en oudsten moeten zelf de kracht van Gods Geest in zich hebben om anderen te kunnen zegenen. Zwakke gelovigen moeten aangespoord en geholpen worden om zich de zegen toe te eigenen. De gave van Gods Geest wordt door God zelf aan allen gegeven. Maar de persoon, die Gods zegen ontvangen wil, zal er zelf om moeten vragen. Hij, maar ook degene die hem zal dopen met Gods Geest, zal in een levendige relatie met God moeten leven. Anders kan er geen vrijmoedigheid zijn om de volle Pinksterzegen te verwachten.
Deze zegen zal de gemeente terug brengen tot de oorspronkelijke Pinksterkracht. Op de Pinksterdag was het spreken in andere talen en het profeteren het gevolg van de vervulling met de Geest van God. Twintig jaar later werd in Efeze hetzelfde wonder gezien, als zichtbaar teken van de andere geestelijke gaven. Er is geen enkele Bijbelse grond voor de bewering dat hierin van Gods kant verandering gekomen is.
Klachten
Er wordt vandaag de dag door de zich christelijk noemenden, onophoudelijk geklaagd over het gebrek aan werkelijke geestelijke kracht. Men mist de kracht tot bekering en de kracht in de strijd tegen wereldgelijkvormigheid, ongerechtigheid en ongeloof, die men op grond van de Woorden van God zou mogen verwachten. Men klaagt hier veel over. Pas als in de gemeente het enige Bijbelse Fundament gelegd is, zal het ontvangen van de volle Pinksterzegen ook ervaren worden. De gemeente zal dan haar eerste werken kunnen doen.
De eerste behoefte van de gemeente van Christus is het vinden van mensen, die van deze Pinksterzegen getuigen kunnen. Het komt er niet in de eerste plaats op aan of er leraars zijn zoals Petrus en Paulus of diakenen, zoals Filippus. Er is geen behoefte aan voorgangers die kerkje willen spelen, er is behoefte aan gelovigen als Ananias, door wiens handoplegging en gebed Paulus Gods Geest ontving. Er is behoefte aan boodschappers als Johannes de Doper, die Jezus aankondigde als degene die met Gods Geest doopt. Alleen hij zal de volle Pinksterzegen kunnen brengen, die persoonlijk midden in de strijd staat en persoonlijk getuigen kan van de doop met Gods Geest.
Ook vandaag nog mag de volle zegen ontvangen worden, in de eenzaamheid en gemeenschappelijk. Heeft u Gods Geest in zijn volheid ontvangen, nadat u zich bekeerd en geloofd heeft? De Vader wil u ook zegenen met de vervulling met Zijn Geest. U mag aan Jezus belijden wat u ontbreekt. Al begrijpt u niet helemaal wat de zegen is of hoe Gods Geest tot u komt, dit zal geen verhindering zijn Gods Geest te ontvangen. De leerlingen hadden er ook weinig kennis van, maar zij kwamen gemeenschappelijk naar de opperzaal om biddend en smekend op de belofte van de Vader te wachten. Dat mag ook door u gebeuren. U kunt er op rekenen dat het wonder van Jeruzalem en van Samaria, van Caesarea en Efeze, zich zal herhalen. U kunt en u zult met Gods Geest gedoopt worden! Amen.