De eunuch uit Ethiopië

Rembrandt van Rijn:  De doop (babybesprenkeling) van de Kamerling 

Wanneer een nieuwe mijlpaal aanbreekt in het rijk van God, worden vaak rechtstreekse, goddelijke aanwijzingen gegeven. Soms worden engelen ingeschakeld om een nieuw tijdperk bekend te maken. Zij geven dan aanwijzingen voor een nieuwe handeling.

Een nieuwe mijlpaal

In Handelingen 8:26-40 is ook sprake van een nieuwe mijlpaal in het rijk van God. Daar lezen we het verhaal van de eunuch uit Ethiopië. Een engel van de Heer geeft Filippus de opdracht om naar de ongeveer 100 kilometer lange weg te gaan die van Jeruzalem naar Gaza afdaalt. Had Jezus niet gezegd dat zijn leerlingen getuigen zouden zijn te Jeruzalem, in heel Judea en Samaria tot het uiterste van de aarde? Filippus, die juist in het gebied van de Samaritanen met grote zegen gewerkt had, krijgt nu de taak om een man tot bekering te brengen, die een exponent was van het heidendom; een vertegenwoordiger van het einde van de wereld in die dagen.

Hij wordt beschreven als een Ethiopiër, dus als zeer ver van Israël wonend. Hij is donker van huidskleur, want Jeremia stelde al de oratorische vraag: ‘Kan een Ethiopiër zijn huid veranderen’ (Jer.13:23)? Ook is de Ethiopiër een nakomeling van Cham, want Ethiopië is in het Hebreeuws Koesj, die naam wordt genoemd in de volkenlijst van Genesis 10:6. Zo staat deze Ethiopiër voor de andere heidenen op de plaats, als vreemdeling in het rijk van God. Daarom kunnen we spreken van een bijzondere mijlpaal in de reddingsgeschiedenis: De eerste heiden maakt kennis met het eeuwig evangelie, waarnaar hij op zoek was.

Het is voor Filippus een moeilijke taak om deze vreemdeling (die bovendien een eunuch, kamerling, Moor, ontmande wordt genoemd) over het evangelie te vertellen. Het woordje ‘eunuch’ betekent immers ‘ontmande’ of ‘gesnedene’, de naam voor een man die voor het huwelijk fysiek ongeschikt was gemaakt (zie Matth.19:12). Filippus moet hier een eeuwenoude barrière overwinnen, want een ontmande mag volgens Deuteronomium 23:1 niet in de joodse samenkomst komen. Sinds het prille bestaan van Israël gold deze discriminerende wet (verg. de ‘moderne’ Amerikaanse 17e en 18e eeuw). Nu grijpt Jezus zelf in door een engel. In dit opzicht is de opdracht aan Filippus zwaarder dan die later aan Petrus wordt gegeven als deze naar de Romeinse hoofdman Cornelius moet gaan. Bij die gelegenheid moet Petrus een barrière overwinnen door middel van het visioen, waarin hem gezegd wordt onrein vlees eten.

De redding komt

De eunuch is een ‘machthebber’, die aangesteld was over de schatkist van de Candáce, de koningin-moeder, die de draagster was van het erfrecht van haar zoon en die als eigenlijke heerseres werd beschouwd. Deze ‘rijksgrote van Candáce’ had een ‘Israël reis’ ondernomen om te Jeruzalem te gaan aanbidden, net als dit ooit enige Grieken hadden gedaan, die Jezus wilden zien (Joh.12:20,21). Zij waren dus niet gekomen om een onbekeerd Joods volk wat Jezus Christus verwerpt, te aanbidden, zoals we dat nu kennen.

Jesaja’s kostbare boekrol

In Jeruzalem had hij een kostbare boekrol van Jesaja gekocht, want hij was in de bevoorrechte positie dat hij de Griekse vertaling (de Septuagint) kon lezen. Aan een wetsrol met allerlei regels, ceremonieën en verboden, die de middelmuur van de scheiding alleen maar verhoogde, had hij geen behoefte. Hij verdiepte zich liever in de troostrijke woorden van de evangelist onder de profeten. En daar mag de evangelist Filippus nu op inhaken. In het hart van de eunuch is een verlangen om God en Zijn plan met de mens beter te leren kennen. Nu is hij op de terugreis. Hij zit in zijn prachtige wagen, die naar de eigenlijke betekenis van het woord, het model van een strijdwagen had (verg. Openb.9:9). Tijdens de lange reis naar huis kan hij de profetische boekrol lezen (een goed voorbeeld voor de vele betoverde kerkmensen vandaag…). 

Wanneer het gaat om het brengen van het eeuwig evangelie, spreekt hier niet een engel maar Gods Geest in en door Filippus. Deze Geest zegt tot hem: ‘Breek nú het taboe, breek de barricaden af en maak contact met deze eunuch’. Gods Geest zal Filippus bijstaan bij zijn evangelisatiewerk. Wanneer de eunuch op zijn lange reis naar Ethiopië bij het lezen van Jesaja 53 wordt geholpen, zal hij vanuit het begrijpen van deze fundamentele verzen, ook de volgende hoofdstukken kunnen begrijpen. Dan zal hij blij erkennen dat de Heilige van Israël, de God van de hele aarde zal worden genoemd (Jes.54:5). De God van het nieuwe verbond wordt nu inspirator en voorwerp van aanbidding dóór Jezus Christus.

Met de bekering van de eunuch is een nieuwe tijd voor de heidenen aangebroken. Het aanbod van Jesaja 55 is voor álle dorstigen, want Jezus Christus is tot een getuige voor álle natiën gesteld. Tenslotte zal de eunuch zich verwonderen en blij zijn bij het lezen van hoofdstuk 56, dat ook voor hem de redding is gekomen. Hij zal al lezend gaan beseffen dat hij zich op een geweldig keerpunt van de tijd bevindt. Wat zal er veel gaan veranderen! Tot zijn verbazing wordt tot hem gezegd:

  • ‘De vreemdeling die zich met God heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘God zondert mij zeker af van zijn volk…’ En laat de eunuch niet zeggen: ‘Ik ben maar een dorre boom…’ 
  • Ik geef hem iets beters dan zonen en dochters: een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad….’ Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is…’ Waarachtig, Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken…’ (Jes.56:1-8).

Het traditionele verdwijnt, de wet van Mozes verliest haar kracht om plaats te maken voor de wet van Gods Geest, die in de harten wordt ingeschreven. 52 keer per jaar de verplichte wet opdreunen is voorbij. Wordt wakker, want dan zullen ook de aardse heiligdommen instorten, want Gods redding is binnen bereik. De eunuch, de geschondene, zal de eerste bekeerde uit de volkenwereld zijn. Gods Geest attendeert Filippus op deze nieuwe periode:

  • ‘Ga naar de wagen en loop mee op. En Filippus liep er snel naar toe.’

Begrijpt u ook wat u leest?

Deze vraag is overbekend. De eunuch is een nederige man en antwoordt:

  • ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’

De Schriftgeleerden in Jeruzalem waar hij juist vandaan kwam, lazen wel wat er stond, maar begrepen niet wat zij lazen. Zij stonden op hetzelfde niveau als de vele kerkgangers die nu nog zeggen: ‘Lees wat er staat. Ook de kaft….!’

De haat van de Joden: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!’

Omdat de Joden niet begrepen wat zij lazen, hadden zij Hém (Jezus Christus) vermoord, Die hun de weg had gewezen. Ook hadden zij de hulp van de apostelen tot hun eigen schade áfgewezen. Ook nu nog is het gedeelte uit Jesaja 53:7 en 8 moeilijk uit te leggen, vooral omdat de Griekse tekst afwijkt van de Hebreeuwse lezing. De gewoonte om hardop te lezen was in de oudheid algemeen. Dit kwam door het gebrek aan boeken en maar weinig mensen konden lezen of schrijven. Iemand spreekt dan de woorden hardop uit om ze zo tot gedachten en zinnen te verbinden. Uit de herhaling van woorden kon Filippus merken, dat de inhoud voor de eunuch duister bleef. Ieder die een vak uitoefent, heeft een leermeester nodig. God geeft leraars aan de gemeente. Wat wisten de rabbijnen van de bedoeling van de woorden: 

  • ‘Als een schaap werd hij naar de slacht geleid; als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed hij zijn mond niet open’?

Zij begrepen niet, konden niet geloven en daarom werd hun ‘de arm van de Heer (Gods Geest) niet geopenbaard’. Maar wat betekende verder:

  • ‘Hij werd vernederd en hem werd geen recht gedaan’?

Het antwoord is: Zijn vernedering was aan het kruis, maar daar werd Hij niet veroordeeld. Hij bleef immers een rechtvaardige, zoals zelfs de hoofdman moest erkennen. Daarom overwon Hij. De vertaling in het Hebreeuws luidt:

  • ‘Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen’.

Hij was verdrukt en vernederd en werd niet veroordeeld. Hij bleef staan toen de schuld van de mensen op Hem werd gelegd. Dan volgt:

  • ‘Wie zal van zijn nakomelingen verhalen?’

Zijn afkomst of letterlijk zijn generatie is zijn nageslacht of zijn ‘nakroost’, zoals de Leidse vertaling heeft. Jezus Christus heeft een geestelijke nazaat en dit kreeg Hij niet tijdens zijn leven, maar nadat Hij zijn Zichzelf als offer vrijwillig beschikbaar had gesteld. Wie begreep dit? Wie heeft ooit een nageslacht gekregen na zijn sterven? Wie dit begrijpt, gaat door de deur tot het leven in. Wie dan door de poort van het Koninkrijk van God gaat, is opnieuw geboren en komt op de hoge weg, waar ‘geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besnedenen of onbesnedenen, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus’ (Col.3:11).

De juiste leer noodzakelijk

Filippus opende zijn mond, een Semitische uitdrukking wanneer er iets heel belangrijks werd gezegd. Het eerste onderwijs van Filippus aan de heidenen ging over Jezus, over Zijn persoon en leer. Het lijden en sterven van onze Heer betrof een geestelijke zaak, net als geloven, bekering, nieuwe geboorte en doop met Gods Geest, begrippen uit de onzienlijke wereld zijn. Wanneer de eunuch, Jesaja 53 goed begrijpen zou, kon hij ook verder lezen en zich zo de redding boodschap toe-eigenen.

Waarom klimt Filippus op de wagen? Omdat de eunuch honger heeft en de evangelist in zijn behoefte kan voorzien. Van welke Bijbeltekst de evangelist ook uitgaat, hij zal altijd de leer van Jezus moeten brengen, namelijk die over het Koninkrijk van de hemelen. Als je dan goed voedsel krijgt, moet je daarnaast niet van alles eten. Je kunt niet geloven zonder te lezen, maar ook niet zonder te begrijpen. De eunuch vertrouwt zich aan Filippus toe en zo stelt de christen zich ook nu nog onder de leiding van zijn voorganger en oudsten. Deze horen echter te leren wat Filippus, Paulus en Petrus doorgeven. Lezen en verkeerd begrijpen leidt tot leringen van demonen, die van de onwetendheid gebruik maken. De Bijbel is een geestelijk boek en vraagt de dingen te bedenken die boven zijn, waar Christus is. De verborgenheden van het Koninkrijk van de hemelen vereisen nadenken en kennis.

De doop van Jezus IN water

Filippus rondt zijn boodschap af met de doop van de Ethiopiër. Hij beperkt deze doop met de woorden: ‘Als u gelooft met heel uw hart, is het toegestaan’. Als christen reist de Ethiopiër terug naar zijn vaderland, vol blijdschap, misschien wel in talen sprekend en zingend, want enkele handschriften maken nog de opmerking:

  • ‘Gods Geest kwam over de eunuch en een engel van de Heer voerde Filippus van hem weg’.

Een getuigenis voor de wereld

Handelingen 8 is het hoofdstuk van Filippus. Hij is beeld van de gemeente van de Heer in haar opdracht om het evangelie overal door te geven. Deze evangelist begon te Jeruzalem als ‘een van de zeven’. Na een zware vervolging in die stad ging hij naar Samaria om daar met grote zegen ‘over de Christus te vertellen’. Daarna stuurde God hem naar de heidense eunuch uit Ethiopië. Zo voert Filippus de woorden van Jezus uit:

  • ‘Als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verspreid als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen’, (dat wil zeggen dat men dan zal opmerken wat voor kracht het in zich bergt en wat voor herstel het zal veroorzaken) (Matth.24:14).

In dit verhaal staat Filippus dus ook als eerste van een lange rij boodschappers, die het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen nog over de wereld zullen brengen, want deze boodschap is nog nauwelijks doorgegeven. De zonen van God zullen dan tot de volkomenheid van het geloof en Gods Geest komen. De kerk begon met een pinksterfeest en zij zal in de laatste dagen nog een grootse herhaling ervan meemaken. Geen aardsgerichte kerken meer, maar Gemeenten van Jezus Christus. En de taak van de gemeente is om het eeuwig evangelie met grote kracht te verspreiden tot aan het uiterste van de aarde!