5. De doop als beeld van de besnijdenis van het hart

<<<<<

De besnijdenis is volgens Oudtestamentische ‘inspirators’ een teken van het oude verbond, dat God met Abraham en zijn natuurlijke nakomelingen oprichtte. Wij zien dit als een leugen. Nergens wordt in het nieuwe testament melding gemaakt van een verplichte besnijdenis of verminking van het vlees. Paulus trapte in deze val door Timotheüs te besnijden, zoals hij ook werd verleugend door zich kaal te knippen en oudtestamentische offers te brengen in de tempel van Jeruzalem met een van zijn leerlingen. Dat de Heer Jezus dit toeliet was om hem uiteindelijk helemaal te genezen van het afschuwelijke Judaïsme. Jaren van gevangenschap volgde om hem hiervan af te brengen. Wij verwerpen dan ook de besnijdenis door Abraham, zoals wij ook zijn door satan ingefluisterde moord op zijn zoon verwerpen. De Oudtestamentische verminkingen verwerpen wij, zoals daar staat: ‘Dit is mijn verbond, dat u zult houden tussen Mij en uw nageslacht: al wat bij u mannelijk is, zal besneden worden; u zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u’ (Gen.17:10,11).

De eerste vijf boeken zijn door Mozes geschreven. Hij miste het inzicht dat God enkel goed is en schreef daarom ook deze verminkingen toe aan God. God heeft geen verminking van het vlees nodig om zijn plan met de mens via bloedige wijze te realiseren. Bloedverbonden worden gesloten tussen heidenen en barbaren.

Abraham door het gelóóf gerechtvaardigd

Abraham was al een gelovige, vóórdat hij besneden werd. Op grond van dat geloof had hij ook de gerechtigheid ontvangen. Omdat hij God geloofde, was hij het beloofde land binnengegaan, al was het dan ook als vreemdeling. Toen Abraham, Ur van de Chaldeeën verliet, had hij al de belofte ontvangen, dat met hem alle geslachten van de aarde gezegend zouden worden (Gen.12:3). Hij had de belofte dat hij een erfgenaam van de wereld zou zijn (Rom.4:13). Het hoogste dat de aarde te geven had, zou uit hem voortkomen, namelijk Christus en die in Christus zijn.

Ook al zou Abraham een groot aantal kinderen gehad hebben, dan was dit nog geen garantie dat zijn nakomelingen wereldbeheersers zouden zijn en talrijk zouden worden als het zand van de zee. Zijn geloof werd echter extra beproefd, omdat hij geen kinderen had. Toen hij op aanraden van Sara de slavin Hagar tot vrouw nam, was dit niet in strijd met zijn geloof in de belofte. Wél met polygamie, iets wat ook zeker niet uit God is. God moest hem toen echter nog duidelijk maken, dat de belofte niet was voor de zoon van het dienstmeisje, de slavin, maar voor die van de vrije.

De besnijdenis was een zichtbaar teken van iets, dat Abraham zou krijgen op het geloof en waarvan alleen een pril begin in zijn leven geopenbaard werd: maar één zoon en twee kleinzoons. Abraham liet zich besnijden met zijn zoon Ismaël en met meer dan 300 huisgenoten. Maar de zoon van de belofte was er nog niet bij. Ook de slaven en degenen die in het huis van hun meester geboren waren, zouden later bij het volk Israël het teken van het verbond dragen. Het was dus geen teken of zegel van geloof, maar een bewijs dat men bij het natuurlijke geslacht van Abraham gerekend werd. Hier is dus het bewijs dat mensen die oprecht in God geloven, direct worden misleid door de satan. Een zichtbare, menselijke verminking werd er door satan bijgemaakt als sacrament tot aan vandaag. En wee degene die zich niet aan de sacramenten houdt!

‘Als u zich laat besnijden, zal Christus u geen nut doen’ (Gal.5:2)

Wie nu de babybesprenkeling in de plaats van de barbaarse besnijdenis stelt, aanvaardt weer de natuurlijke lijn van de geslachten en hun demonen. De doop heeft dan betrekking op het natuurlijke en tijdelijke leven. Geloof kan men immers niet van een baby eisen of verwachten. Maar dan geldt voor de babybesprenkeling ook het woord van de apostel: ‘Als u zich laat besnijden, zal Christus u geen nut doen’ (Gal.5:2). Daarom stijgen de volks- en familiekerken niet uit boven het geestelijke peil van het oude Israël. Zij blijven op hetzelfde vlak en vormen nooit geestelijke mensen. Zij weigeren immers het enige Bijbels Fundament in hun leven te leggen. Ook al verdraaien zij dit via allerlei uitgekookte, geraffineerde redenen.

Voor Mozes was de besnijdenis niet relevant

Gezien de waarde die de orthodoxie aan de besnijdenis hechtte, is het opmerkelijk dat Mozes maar eenmaal de natuurlijke besnijdenis in de wet noemt, namelijk in Leviticus 12:3. Jezus wees hierop, toen Hij in een discussie opmerkte: ‘Mozes heeft u de besnijdenis gegeven – NIET DAT ZIJ VAN MOZES KOMT(!) – maar van de voorvaders en u besnijdt een mens op de sabbat’ (Joh.7:22). De voorvaders, onder wie Abraham, ontvingen een dubieuze ‘opdracht’ hun zonen op de achtste dag te besnijden, maar er was geen wet die hun verbood op sabbat enig werk te doen (Gen.17:12). Ook voor Mozes was het probleem van een besnijdenis op sabbat niet relevant, want ‘al het volk dat geboren was in de woestijn onderweg na de uittocht uit Egypte, had men niet besneden’ (Joz.5:5). Heel duidelijk wees Mozes echter op de geestelijke besnijdenis, die van het hart. In Deuteronomium 10:16 en 30:6 zei hij tot het volk: ‘Besnijdt dan de voorhuid van uw hart en wees niet meer hardnekkig’. Het volk moet ‘gerechtigheid en recht doen’, ‘weduwen en wezen recht doen en de vreemdeling liefde bewijzen’ door hem brood en kleding te geven. Zij waren immers ook vreemdelingen geweest in Egypte’. ‘De Heer, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakomelingen besnijden, zodat u de Heer, uw God, liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel, zodat u leeft’.

Opnieuw geboren en Geestvervulde christenen zijn navolgers van Jezus in diens gedachten en woorden. Over Jezus had Mozes geprofeteerd: ‘Een profeet uit uw midden, uit uw broers, zoals ik ben, zal de Heer, uw God, u verwekken; naar Hem zult u luisteren’ (Deut.18:15). Jezus wees de Joden op hun inconsequente houding ten opzichte van de sabbat. Het gebod om de sabbat te houden staat immers in de tien geboden en die waren erg heilig voor de Schriftgeleerden. Toch lieten de door satan geïnspireerde farizeeërs het gebod aan Abraham, die zonder wet leefde, prevaleren en besneden zij rustig een kind op de sabbat. Vreemd dat men dan wel viel over het feit dat Jezus op een sabbat een mens gezond gemaakt had! Men keurde het sterk af, ook omdat Hij op het vorige feest een man, die in Bethesda 38 jaar verlamd had gelegen, op sabbat volledig zowel naar zijn natuurlijk als zijn geestelijk lichaam had genezen. Jezus had hem bevrijd van demonen van ziekte- en zonde. Daarom kon Hij tot hem zeggen: ‘Zondig niet meer, zodat u niet iets ergers overkomt’ en de zondemacht, vergezeld van veel sterkere geesten, terugkeert’ (Joh.5:14; Matth.12:45). Als een door satan verzonnen ingreep wél mag op sabbat, waarom dan niet een totaal herstel van de mens?

Men denkt ook wel dat de lichamelijke besnijdenis van hygiënisch belang zou kunnen zijn, maar dat zou betekenen dat de mens niet ‘zeer goed’ is geschapen, want men zou dan al vroeg een ingreep moeten laten doen. De lichamelijke besnijdenis wordt ook vermeld in de Codex Hammurabi van ca.1780 voor Christus en het is toch zeer onwaarschijnlijk dat deze heidense wetten door God zouden zijn ingegeven. Alleen de besnijdenis van het hart waarvan Mozes sprak, maakt daarom een mens gezond.

De ware besnijdenis

Zij die in het nieuwe verbond ‘zaad van Abraham’ genoemd worden, zijn degenen die net als hij geloven in de beloften van God, maar dan aan de ‘betere beloften’, waarop het nieuwe verbond rust (Hebr.8:6). In het eerste verbond was er een teken in het vlees en een verbond voor nakomelingen. Bij het nieuwe verbond is er een teken aan het hart en een verbond in de geest, dat is in de onzienlijke wereld. Dit verbond heeft betrekking op de innerlijke mens, op zijn verstand en op zijn hart: ‘Want dit is het verbond, waarmee Ik Mij verbinden zal aan het (geestelijk) huis van Israël na die dagen, zegt de Heer: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen en Ik zal die in hun harten schrijven’ (Hebr.8:10). Het nieuwe verbond is geen voortzetting van het oude, maar loopt er parallel mee op een hoger niveau. Deze verbonden zijn als twee wegen, waarvan de één over de aarde gaat en de ander door de hemel, de onzienlijke wereld. In het oude verbond was alles afgestemd op de aarde en de zintuiglijke wereld. In het betere verbond dat op betere beloften gegrond is, is alles op de hemel en de geestelijke wereld gericht.

  • Zo was er een aardse tabernakel in het oude verbond en er is een hemelse, ware tabernakel in het nieuwe verbond (Hebr.8:2).
  • Er waren toen aardse priesters en nu is er een hemels priesterschap (1 Petr.2:9).
  • Er was een aardse hogepriester en er is nu een hemelse Hogepriester (Hebr.8:1).
  • Er was een schaduwachtige wet van de Sinaï en er is nu een wet van Gods Geest, ‘want uit een verandering van priesterschap volgt noodzakelijk ook een verandering van wet’ (Rom.8:2 en Hebr.7:12).
  • Het oude verbond werd gemaakt met het natuurlijke volk Israël en het nieuwe verbond met het geestelijke Israël van God. Paulus beroemt zich in dit verband niet op het litteken dat hij als natuurlijke zoon van Abraham droeg, maar op een litteken van Jezus, ontstaan door de besnijdenis van het hart (Gal.6:15-17).

De rust die God geeft

Na de eerste schepping rustte God van al zijn werken en daarom hield het oude verbondsvolk zijn aardse sabbatten. In de nieuwe schepping rust God van al zijn werken door het totale verlossingsplan over te geven aan zijn Zoon. Wanneer wij in deze Zoon geloven, zullen wij elke dag rusten van onze inspanningen, zoals God van de zijne. Ook de sabbat krijgt in het nieuwe verbond een geestelijke betekenis. Wie dit niet ziet, loochent de weg van Jezus en staat in dit opzicht naast de Farizeeën, die maar steeds achter de Heer aan liepen en dramden met de vraag: ‘waarom doet U dit en waarom doen uw leerlingen dat op de sabbat?’ Het antwoord was, dat Jezus ook Heer van de sabbat was. Hij bracht deze dag vanuit de schaduw van het oude tijdperk naar de werkelijkheid van het nieuwe verbond, dus van de aarde naar de hemel. Jezus vergeestelijkte de sabbat, want Hij zei: ‘Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven’. Wie op zijn woorden ingaat, heeft deel aan de sabbatsrust ‘die weggelegd is voor het ware volk van God. Zo’n mens leert rusten in het werk van zijn Zoon’ (Hebr.4:9,10). Het nieuwe verbond heeft een geestelijke ‘besnijdenis’, die geen werk van mensenhanden is: ‘In Hem bent u ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, omdat u met Hem begraven bent in de doop’ (Col.2:11,12).

U bent allen zonen van God

De besnijdenis van Christus is in tegenstelling tot die van Mozes (Joh.7:22) de manier, waarop een christen besneden wordt door Gods Geest. Daarom is de besnijdenis van het hart gekomen in plaats van een door satan geïnspireerde besnijdenis van het oude verbond en niet de babybesprenkeling. De besnijdenis van het hart is een onderdeel van het proces van de nieuwe geboorte. De doop is een getuigenis van de opnieuw geboren mens. In zijn doop wordt uitgebeeld wat aan hem in de onzienlijke wereld gebeurd is, wat hij in geloof heeft aanvaard. De demonische besnijdenis in het oude verbond was alleen voor mannelijke nakomelingen, want ‘door de wil van een man’ werden kinderen verwekt (Gen.17:10 en Joh.1:13). Het oude verbond gold dan ook voor het natuurlijke nageslacht. Het nieuwe verbond rekent alleen met de geestelijke mens en kent geen verschil tussen man en vrouw (Gal.3:28). Daarom is de besnijdenis van het hart en het getuigenis ervan in de doop voor alle kinderen van God zonder enig verschil in sekse. ‘Zij lieten zich dopen, zowel mannen als vrouwen’ (Hand.8:12).

De doop in het nieuwe verbond

Abraham was rechtvaardig door zijn geloof en niet door wettische werken. Het eerste wat de mens moet doen om in het nieuwe verbond opgenomen te worden, is zich bekeren en zijn geloof richten op de belofte van God. Wat houdt deze belofte in? Het antwoord luidt: ‘Maar allen, die Hem (Jezus) aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, hen, die in zijn Naam geloven’ (Joh.1:12). Wanneer mensen Jezus Christus aannemen gaat er van Godswege iets gebeuren. Abrahams geloof was gevestigd op degene die geboren zou worden. De verwachting van de bekeerde mens is het kindschap van God. Alles wat nu volgt wordt in de doop gesymboliseerd. Door de kracht van het woord van God wordt uit de dode mens een nieuwe schepping geboren. Het prille nieuwe leven maakt zich los van het oude. De nieuwe mens is geboren en moet vrijgemaakt worden van zijn oude leven. De nieuwe mens komt los te staan van de oude. Dit is in de geestelijke wereld een duidelijk teken dat iemand een kind van God geworden is. Hij draagt het merk: ‘Ieder, die de naam van de Heer noemt, breekt met de ongerechtigheid’ (2 Tim.2:19).

Door de ‘besnijdenis’ van het hart is hij losgemaakt van het oude leven en ontvangt hij de kracht om op te staan in nieuwheid van het leven. Het is de vrijheid van Christus, want ‘wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn’ (Joh.8:36). Het is een eerste begin, maar de nieuwe mens is burger geworden van het Koninkrijk van God en daar ingeschreven. Het oude leven wordt in het water achtergelaten om als een nageboorte begraven te worden. Zijn vernieuwde hart bewijst dat Jezus eeuwig leven aan hem heeft doorgegeven: ‘De ware besnijdenis is die van het hart, naar de geest, niet naar de letter’ (Rom.2:29). Zij is dus een besnijdenis naar de wet van de Geest en niet naar de wet van de Sinaï: ‘Want wij zijn de besnijdenis, die door de Geest van God Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen’ (Fil.3:3).

De besnijdenis van het hart hoort bij het geestelijke geboorteproces. Van hen die in het oude verbond geboren waren, moest de profeet zeggen: ‘Wat uw geboorte aangaat: toen u geboren was, werd uw navelstreng niet afgesneden’ (Ez.16:4). Zij waren dus niet losgemaakt van de oude mens. Na de geestelijke besnijdenis, opstanding tot het nieuwe leven en de doop met Gods Geest is men niet alleen kind van God geworden, maar ook ingevoegd in het lichaam van Christus, dat is de gemeente. ‘Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt’ (1 Cor.12:13). Ook daarom staat er: de besnijdenis van Christus. Het resultaat is, dat de nieuwe mens als een levende cel zijn plaats kan gaan innemen in het geestelijk lichaam van Christus.

In het nieuwe verbond wordt ook het zaad van Abraham ‘besneden’. Dit zaad is Christus en allen die in Christus Jezus zijn (Gal.3:16,29). Door de geestelijke besnijdenis van het hart is er een scheiding gekomen tussen de oude en de nieuwe mens. De oude onderhield contact met Satans’ demonen, die in hem werkten (Ef.2:2). De nieuwe is geboren vanuit de inwerking van het zaad van God, dat is het woord, op de geest van de mens. Daarom kunnen wij roepen: ‘Abba, Vader.’ Het eeuwig oordeel, de absolute scheiding tussen goed en kwaad, begint zich hier in een mensenleven te openbaren. Abraham geloofde dat hij een erfgenaam van de wereld zou zijn (Rom.4:13).

De geestelijke besnijdenis is het teken van de belofte van het zoonschap van God. Men gelooft erfgenaam te zijn in de onzienlijke wereld, erfgenaam van God en mede-erfgenaam van Christus (Rom.8:17). Dit is een zaak van geloof, al ziet men alleen nog maar het prille begin! Dit is de rijke en heerlijke betekenis van de doop. Hij heeft meer inhoud dan de doop van bekering, die Johannes bracht. Zijn doop diende om een natuurlijk volk tot de volle redding en verlossing toe te bereiden en dat werd niet aan baby’s gegeven. De nieuwtestamentische doop symboliseert hoe de oude mens van de nieuwe gescheiden wordt en kan dus zeker niet voor baby’s bedoeld zijn. Door te beweren dat de doop in de plaats van de oudtestamentische besnijdenis gekomen is, elimineert men de geestelijke besnijdenis van het hart en stelt men de ‘dopeling’ buiten de vrijheid van het Koninkrijk van God.

De doop is dus een teken van de geestelijke besnijdenis van het hart. Deze besnijdenis ‘tekent’ iemand als kind van God. In de verborgenheid onder water wordt de verborgenheid van de besnijdenis van het hart gesymboliseerd. Ieder die in de onzienlijke wereld het proces van bekering, geloof in God, nieuwe geboorte, besnijdenis van het hart meegemaakt heeft, wil en zal gehoorzamen aan de oproep om met de doop door onderdompeling, in de zichtbare wereld daarvan getuigenis te geven.

>>>>>