
Ze had al eerder belangstelling getoond. Hele gesprekken hadden ze samen gevoerd, over het geloof, over de bekering, over God en over Jezus. Ze was het beslist niet met alles eens. Maar het was toch wel interessant. Het Was allemaal zo anders als ze gewend was. Niet dat ze zo aan haar kerk gebonden was, hoor! Zeker niet! Sinds ze getrouwd waren, kwam daar niet zoveel meer van.
Hun huwelijk was ingezegend en hun baby’tje was pas gedoopt (besprenkeld) dat hoorde er natuurlijk bij…, maar verder had ze er niet zoveel aan, zei ze. Toch vond ze het fijn om met haar nieuwe buurvrouw over deze onderwerpen te praten. Ergens een zeker heimwee misschien? Als ze dat zo hoorde, dan beleefde haar buurvrouw alles echt persoonlijk. En beslist geen ouwe zeur, maar even jong als zijzelf, met twee kleine kinderen en de derde op komst.
Een gewoon gezinnetje en toch – ze hadden wat! Trouwens, al die mensen die daar over de vloer kwamen, hadden datzelfde, dat gewoon blije, dat zekere, dat vrije. Hoe ging dat eigenlijk toe in die samenkomsten? Net als in de kerk? Ze moest maar eens in de samenkomst komen – dan zou ze het zelf meemaken. Misschien volgende week zondag? Dan was er een doopdienst door onderdompeling.
Baby’s dompel je toch niet onder?
Haar hele gezicht was een groot vraagteken. Baby’s dompel je toch niet onder!? Haar buurvrouw schoot in de lach, baby’s doopte je toch niet! Nee, bij hen werden alleen degenen, die zich bekeerd hadden, gedoopt door onderdompeling. Een doop dus nadat men was gaan geloven. Aan de hand van diverse Bijbelteksten werd de ‘echte’ doop uitgelegd. Ze begreep het goed – heel goed zelfs. Ze was bijna geneigd het volledig te accepteren. Bijna. Want er was ineens iets wat haar tegenhield – je kon het merken aan haar plotselinge geslotenheid.
Ze is bij nader inzien toch maar niet meegegaan naar die doopdienst. En toch, het liet haar niet los. Ze begon er steeds weer over. Totdat de knellende vraag eruit kwam: Wat hebben jullie dan voor de kinderen als je ze niet doopt? Als de doop wordt ‘verschoven’ naar de tienerjaren, wat blijft er dan bij jullie voor de baby’s over? Heeft je kind dan wel ergens aanspraak op, welke beloften heeft je kind dan? Want staat er niet in de Bijbel: voor u is de belofte en voor uw kinderen. Het was moeilijk om dat zomaar uit te leggen. Ze moest maar meegaan als het inmiddels geboren dochtertje werd opgedragen.
En ze is gekomen. Het was wel vreemd – eerst dat blije zingen – en dan dat spontane bidden van al die mensen, het was zo anders. Maar in haar hart genoot ze. Toen de voorganger begon, was haar hart geopend om te luisteren.
- ‘Laat de kinderen bij Me komen, hou ze niet tegen, want het koninkrijk van God is voor hen zoals zij’ (Lucas 18:16).
Kijk, zei de voorganger, dat is nu echt het eeuwig evangelie, de blijde boodschap. Het is een blijde boodschap, een belofte waar ouders zich aan vast kunnen houden: het Koninkrijk van God is ook voor mijn kinderen, al begrijpen ze er nog niets van! Maar dat is niet de enige belofte die God openbaar gemaakt heeft door de woorden van Jezus. Er zijn er veel meer. Beloften van vergeving, verlossing, herstel, zoonschap van God, eeuwig leven, vrede, blijdschap, gerechtigheid. Allemaal dingen die God bestemd heeft voor ons mensen, klein en groot, jong en oud, allemaal.
God heeft het voor de mensen bestemd, maar daarom bezitten ze het nog niet automatisch. Ook kun je al deze belangrijke zaken nergens halen of in een winkel kopen. Je kunt de beloften niet krijgen door uren op je hoofd te gaan staan, of door een trouwe kerkgang, of door een officieel lidmaatschap van kerk of genootschap. Je hebt geen recht op de beloften door natuurlijke erfelijkheid en ook niet door het besprenkelen met een paar druppeltjes water. Nee, er is maar één weg waardoor je de beloften ontvangen kunt en dat is door geloof! Dat geldt voor ieder persoonlijk, want zonder geloof kan niemand God behagen.
Nu kun je onmogelijk zeggen dat de baby, die we gaan opdragen, geloof bezit. Dat kan niet. Daarom zijn de beloften wel voor deze baby, maar ze krijgt ze pas als ze in staat is om te geloven. Deze ouders zijn zich dat zeer goed bewust. Het is echter hun verlangen om hun kind tijdens het opvoeden zo te leiden dat het kind later zelf het wil gaan geloven. De ouders zullen zich inzetten om als gelovige kinderen van God hun kind tot voorbeeld te zijn. Zij zijn dankbaar dat de rijke beloften van God ook voor hun kind zijn. Door dit kleine kindje nu op te dragen, belijden ze voor God en zijn Gemeente:
- “We zullen ons inzetten om voor ons kindje op de bres te staan in de geestelijke wereld zolang het zelf daartoe nog niet in staat is. We zullen het leiden en begeleiden in het leren kennen van God en zijn Woord, zodat het later, wanneer het zelf kan kiezen, de juiste keuze zal doen. Dan zal het door haar eigen geloof deel krijgen aan Gods beloften. Wij vertrouwen bij dit alles op Gods hulp en op de hulp van onze broers en zussen van de gemeente.”
Wat een voorrecht, vervolgde de voorganger, een kind te zijn van ouders die Gods kinderen zijn. Ieder kind heeft de belofte van Gods Koninkrijk. Maar kinderen die hierin worden opgevoed, kunnen gemakkelijker echt deel krijgen aan die beloften. Nu heeft dit baby’tje er nog geen deel aan – het gaat volkomen buiten haar om. Het is vanmorgen ook niet een feest voor de baby, maar een feest voor de ouders. God zegt als het ware: vader en moeder, het is de moeite waard om je kindje op te voeden in de ‘ontzag voor de Heer’, want God maakt geen uitzonderingen. Ook voor jullie kind geldt, dat als ze gelooft, ze deel zal krijgen aan Gods beloften.
Daarna heeft de voorganger het baby’tje aan God opgedragen. Hij stelde het als het ware aan God voor. Hij zegende de ouders en bad hun Gods wijsheid toe in de opvoeding van hun kind. En de gemeente ging daarachter staan. Als het ware om de ouders te verzekeren dat ze in moeilijke ogenblikken ook op hen konden rekenen. Ze zongen de ouders toe:
“Wees krachtig en wees sterk,
Want God begon een werk in u en zet dit voort.
Geloof Hem op zijn Woord.
Het behoud voor u gegeven,
Doorstroomt heel uw leven,
Zodat u ook Gods zegen
Uw kinderen door kunt geven”