
- ‘Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld. Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekens: in mijn Naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in andere talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niets doen en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen’ (Marcus 16:16-18).
Kerken en hun demonenblindheid

Veel vertalers en uitleggers hebben moeite met het slot van het evangelie van Marcus. Zij hebben daarom het laatste gedeelte van hoofdstuk 16 tussen haakjes gezet. Er wordt beweerd dat dit gedeelte later toegevoegd werd. Dit ‘later’ ziet dan beslist niet op de tijd van nu, want er is geen gedeelte van de Bijbel dat aan het zogenaamde gezonde verstand zoveel ergernis geeft als deze verzen. Geen synodes of concilies zouden zulke zinnen in onze moderne tijd durven formuleren en toevoegen. Zij zijn allen demonenblind.
Halverwege de vorige eeuw schreef dr. J. de Zwaan in zijn ‘Inleiding tot het Nieuwe Testament’:
- ‘Het oorspronkelijke slot van de schrijver is door slijtage of ongeval (bij enkele oude handschriften) weggeraakt’. De inhoud van dit slot vindt u echter in de drie andere evangeliën terug. Al deze gedeelten lijken veel op elkaar. De schrijver van Marcus 16:16-18 was iemand die geheel in de sfeer van zijn Heer leefde.’
Terwijl Jezus van zijn leerlingen afscheid neemt, zegt Hij wat er bovenaan dit artikel staat. Gelooft u deze laatste woorden? Hij zegt hier dat de tekens die Hem vergezelden, ook de opnieuw geborenen christenen zullen volgen. Deze afscheidswoorden vatten het evangelie van de apostelen en profeten samen. Dit is het ‘evangelie van Jezus Christus’ dat Marcus beschreef (1:1). Het is de boodschap van redding, genezing, bevrijding en verlossing. Het spreekt van het herstelplan van God. Daarom schamen wij ons niet voor dit evangelie. Ook niet voor de slotverzen van Marcus, want het is een kracht van God tot behoud (Rom.1:16). Voor het enige evangelie dat het mensenleven vernieuwt, hoeven wij ons niet te schamen!
Allereerst is sprake van geloof
Als u de woorden van Jezus Christus aanvaardt, wordt u behouden. Dit is het begin van uw herstel naar ziel, geest en lichaam. De meeste mensen geloven echter in de leugens van de duivel, die zegt dat u slecht bent en slecht zult blijven (de verzonnen erfzondeleer). Maar ú moet geloven wat de Bijbel zegt. Daar staat:
- ‘God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie NIET in Hem gelooft IS al veroordeeld, omdat hij NIET wilde geloven in de Naam van Gods enige Zoon’ (Joh.3:17,18).
Wie niet in Jezus gelooft, heeft een schuld die hem scheidt van God. Maar wie gelooft dat Jezus voor de zonde van heel de mensheid gestorven is, weet dat hij geen zondeschuld meer heeft: ‘Het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (1 Joh.1:7). Wanneer u dat gelooft, is de scheiding tussen God en u weggenomen. De Hebreeënschrijver spreekt over een ‘geloof, dat de ziel behoudt’ (10:39). Geloof daarom niet in de leugens van satan, maar geloof dat Jezus Christus ook voor u gestorven is: ‘Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered’ (Rom.10:10). Als u gelooft, doet u dit met uw innerlijke mens, het hart. Als u aanvaardt wat de Heer voor u deed, bent u een rechtvaardige die zonder schuld voor God is. U bent dan door een poort gegaan, die u op een hele nieuwe weg brengt. Dan moeten er volgende stappen gedaan worden.
Laat u dopen IN water, net als Jezus!

De eerste stap op deze reddingsweg is uw doop IN water. Uw waterdoop volgt dus op uw volwassen geloof en niet op een babybesprenkeling in uitzichtloze kerkgevangenissen. Uw doop is de eerste daad waarmee u uw geloof openbaar maakt. U gaat openbaar maken dat u werkelijk in Jezus Christus gelooft. U getuigt dan in de zichtbare wereld wat er in uw hart is gebeurd. U belijdt dat u met het oude leven gebroken hebt en opgestaan bent uit het water(graf) tot een nieuw leven. Petrus zei op de Pinksterdag:
- ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden’ (Hand.2:38). Filippus zei tegen de eunuch toen zij bij een water kwamen: ‘Als u met heel uw hart gelooft, is het geoorloofd’ (Hand.8:36).
Beiden daalden toen af in het water. Zo werd ook Jezus zelf ondergedompeld.
De tekens volgen
Veel kerkbewoners blijven staan bij de schuldvergeving en komen nooit verder:
- Zij kennen geen bevrijding,
- genezing,
- redding,
- de doop met Gods Geest,
- ontwikkeling van de geestelijke gaven,
- geestelijke groei en heerlijkheid.
De Heer sprak echter van tekens, die het bewijs zijn dat God in de gelovigen met zijn Geest woont. U moet zich niet alleen bekeren en laten dopen, maar zo zei apostel Petrus tijdens zijn toespraak op de Pinksterdag:
- ‘En u zult de gaven van Gods Geest ontvangen, want voor u is de belofte’. Jezus zegt ook tot u: ‘En zie, Ik doe de belofte van mijn Vader op u komen…, u zult bekleed worden met kracht uit de hoogte’ (Lucas 24:48,49).
Ook Jezus gedoopt met Gods Geest

Na zijn waterdoop werd ook de Heer zelf in Gods Geest gedoopt en Hij is het voorbeeld. De krachten van het Koninkrijk van God openbaarden zich in Hem. De tekens volgden Hem als bewijs, dat de Geest van God in Hem was:
- ’Hoe God, Jezus uit Nazareth met Zijn Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij’ (Hand.10:38).
Is Gods Geest ook met u?

- Jezus was ‘een man, u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekens, die God door Hem in uw midden gedaan heeft’ (Hand.2:22).
- Maar ook ‘door de handen van de apostelen gebeurden veel tekens en wonderen onder het volk’ (Hand.5:12).
- Van Filippus wordt gezegd: ‘En toen de mensen hem hoorden en de tekens zagen, die hij deed’ (Hand.8:6).
- Paulus bracht het evangelie ‘door kracht van tekens en wonderen, door de kracht van Gods Geest’ (Rom.15:19).
Jezus zei dat deze tekens de gelovigen zouden volgen. Het is vanzelfsprekend dat de gelovigen die Hem volgen, de werken doen die Jezus gedaan heeft (Joh.14:12).
De gelovigen zullen demonen uitdrijven!

Wat er nu volgt, is voor de fatsoenlijke kerkganger zeer moeilijk te accepteren: ‘De gelovigen zullen demonen uitdrijven!’ Deze woorden zijn niet verzonnen, maar zijn door Jezus uitgesproken. Ga eens met deze Bijbelse uitspraak naar uw dominee of priester, Dordrecht of Rome. Zij zullen u verwonderd en misschien medelijdend aankijken:
- ‘Wie gelooft er nu nog in demonen en in de mogelijkheid dat men deze in de naam van Jezus kan bevelen heen te gaan?’
Maar Jezus ‘dreef de demonische geesten uit met zijn Woord’ (Matth.8:16). Jezus Christus (waarnaar christenen zich noemen…) zei: ‘Let op, ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees ik mensen en op de derde dag bereik ik de voltooiing’ (Lucas 13:32). Hij wilde dat de gelovigen Hem in dit opzicht ook zouden navolgen. Hij leerde ook u bidden: ‘Verlos mij van het kwaad’. De demonen van satan zijn de veroorzakers van alle ellende en rampen. Zij zijn de verleiders van de mens en kunnen in hem dringen en hem zelfs geheel in bezit nemen. Ze kunnen ook bepaalde sectoren van het leven zó overheersen, dat de mens uitroept: ‘Want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik’ (Rom.7:15).
De bron van alle kwaad, alle ziekte en alle gebondenheid ligt bij satans’ demonen, die hun wetteloos principe door de mens in deze wereld brengen. Wie verder wil op de weg naar het geluk, moet verlost worden van deze gevallen engelen. Wie deze oplossing verwerpt, zal tot de dood moeten belijden dat hij een zondaar is; dus een slaaf en handlanger van de duivel. Wanneer u moet liegen, stelen en onrein bent; wanneer u opgejaagd wordt door dwangvoorstellingen, door angst of op andere manier gedwongen wordt tot wetteloosheid, bent u een gebondene. Herken uw vijand, want u kunt in de naam van Jezus Christus van hem bevrijd worden.
In andere talen zullen zij spreken

Haal nu niet ongelovig de schouders op, maar onderwerp u ook aan deze uitspraak van de Heer. Hij weet beter wat goed voor u is dan uzelf. Paulus ontmoette in Efeze enkele leerlingen, die niét met Gods Geest gedoopt waren. Hij legde hun de handen op en zij ontvingen Gods Geest na hun bekering én waterdoop. Het resultaat was dat zij in andere talen spraken. Hij legde ongeveer twaalf mannen de handen op en allen begonnen zij in andere talen te spreken, net zoals het op de Pinksterdag gebeurd was: ‘Zij werden allen vervuld met Gods Geest en begonnen met andere talen te spreken’ (Hand.19:6,7 en 2:4).
Toen Petrus in het huis van Cornelius het evangelie bracht, begonnen allen die zijn woord hoorden, in talen te spreken en God groot te maken (Hand.10:44-48). De apostel schreef: ‘Ik wilde wel, dat jullie allen in talen spraken’ (1 Cor.14:5). Van zichzelf getuigde hij: ‘Ik dank God, dat ik meer dan jullie allen (de Corinthiërs spraken dus allen) in talen spreek’ (1 Cor.14:18). Echt, u kunt beter de woorden van de apostel serieus nemen dan die van de kerkbewoners, die de woorden van God alleen maar aanvaarden als het hen zo uitkomt.
Spreken in andere talen is goed voor u. Wanneer iemand spreekt, vormt hij met zijn geest gedachten en met zijn verstand de woorden en zinnen. Wie in andere talen spreekt, vormt met de geest gedachten, maar zijn woorden worden door Gods Geest gevormd: ‘Als ik bid in een taal, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand blijft onvruchtbaar’ (1 Cor.14:14). Wie in talen bidt, wordt niet door zijn verstand in zijn woordkeus geleid en ook niet door zijn gevoel overheerst, maar er staat: ‘Zij begonnen (met hun geest) in andere talen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken’ (Hand.2:4).
Wie in een taal spreekt, bouwt zichzelf op en versterkt zijn contact met God. Hij is rechtstreeks bezig in de geestelijke wereld en kan zich daar nauwkeuriger en directer uitdrukken dan door middel van zijn normale spreektaal. Zij is een van God gegeven gave!
Wie een slang opneemt…

Wie een slang opneemt, grijpt zo’n beest achter de kop en maakt hem op deze manier machteloos. Paulus maakte mee dat een giftige slang zich aan zijn hand vastbeet. Hij nam dit dier toen niet op, maar schudde het van zich af in het vuur zonder gewond te raken (Hand.28:5). Slangen zijn echter ook beeld van gevallen engelen. In Lucas 10:19 staat: ‘Kijk, Ik heb jullie de macht gegeven om slangen te vertrappen’.
Jezus noemde de leiders van zijn tijd: slangen en addergebroed. Deze onreine dieren typeren de demonen van satan. Toen Jezus eens met de demonen die de Farizeeën inspireerden, discussieerde, nam Hij ze op en maakte ze onmachtig, want er staat: ‘Ook durfde niemand vanaf die dag Hem nog iets te vragen (Matth.22:46).
Onderzoek de geesten of ze uit God zijn
Ook beloofde de Heer de gelovigen dat het hun geen schade zou doen, als zij iets dodelijks zouden drinken. God vervult, wanneer nodig, ook letterlijk deze belofte. Maar wat belangrijker is: in de geestelijke wereld is er nog méér sprake van vergiftiging. Op tientallen manieren probeert de satan het geestelijk leven van de christenen te vergiftigen. Allereerst door verleidende leugens die het geloofsleven vergiftigen, maar ook door de vergiftiging van het moderne cultuurleven. Het is dan ook belangrijk om te kunnen onderscheiden uit welke geest iets komt.
De gelovigen zullen de handen op zieken leggen

Gelovigen leggen de handen op in de naam en in de autoriteit van Jezus Christus. De hand is het beeld van Gods Geest. Wanneer de psalmist zegt dat hij door Gods hand geleid wordt, bedoelt hij door Gods Geest. Wie zo de hand op een zieke legt, gelooft dat de ziektemachten en onderdrukkende geesten moeten wijken voor de naam van Jezus door de kracht van Gods Geest.
Het kan zijn dat de menselijke levensgeest niet meer in staat is een demon van ziekte tegen te houden of zijn wetteloos werk te verhinderen. De kracht van Gods Geest komt dan te hulp. Wanneer de ziektegeest wijken moet, kan het lichaam weer herstellen. Alleen wanneer de schade zo groot is, dat de natuur het niet meer aan kan, is het mogelijk dat diezelfde Geest ook het herstel plotseling bewerkt.
Wanneer Gods Geest met ‘geweld’ herstelt, wordt dit een wonder genoemd en wie de Woorden van God gelooft en echt een gelovige is, bidt: ‘Uw wil zal gebeuren’. Deze wil is naar Romeinen 12:2: ‘Het goede, volmaakte en Hem welgevallige’. Gelovigen kennen de wil van God, want Gods Geest wil het herstel van de mens naar geest, ziel en lichaam. God wil een leven zonder zonde en ziekte. Deze dingen zijn mogelijk door Gods Geest, die in de opnieuw geboren(!) christen woont.
Verwerp dit heerlijke Woord van God niet, maar accepteer het. ‘Jezus Christus is gisteren en vandaag dezelfde’ (Hebr.13:8). Hij is dit ook voor u!