God is de enige!

  • ‘U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan. Maar de demonen geloven dat óók en ze sidderen’ (Jacobus 2:19)

De fundamentele waarheid

Dit is bijzonder: de demonen van satan geloven hetzelfde als de kinderen van God: God is één. Dat God één is wordt zowel door de hemel als het dodenrijk aanvaard en men houdt zich er ook aan. Zij bakent de grens af tussen het Koninkrijk van God en het rijk van de satan met zijn demonen. Het hart van het oude verbond was: ‘Hoor Israël: de Heer is onze God; de Heer is één!’ De Joden hadden deze uitspraak in hun gedenkriemen en aan de rechter deurpost van hun huizen bevestigd. Mozes, de wetgever van het oude verbond en Jezus, de wetgever van het nieuwe verbond, lieten onmiddellijk op deze woorden volgen:

  • ‘Luister Israël: de Heer, onze God is de enige!’ (Deut.6:4,5).
  • ‘Heb daarom uw God lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten’ (Marc.12:29,30).

De liefde van de mens, zijn spreken, denken en handelen, moeten helemaal op God (die één is) gericht zijn. Dit één zijn is het wezen van God. Hij verandert daarin nooit. God is enkel licht en in Hem wordt geen duisternis gevonden. Hij is vol liefde en wijst alles af wat daar niet mee overeenkomt. Zijn afkeer van de duisternis is absoluut en volkomen. God is trouw aan iedere wet die Hij heeft gegeven en aan iedere belofte die Hij heeft uitgesproken. Deze kloppen altijd. Zo wordt in zijn hele wezen geen enkele tegenstelling gevonden. Ieder van zijn eigenschappen is één enkelvoudige volheid. God is een volheid van volmaaktheid, die alleen binnen Zijn grenzen zijn en buiten Hem niet gevonden worden. Daarom moeten kinderen van God in Hem zijn om ook één te worden. Onze God is niet gecompliceerd, maar Hij is eenvoudig.

Jezus Christus – De eniggeboren Zoon van de Vader

Ook Jezus Christus, de Zoon van God, is één (en geen verzonnen 1/3 godheid uit Rome). Hij is immers de volkomen openbaring en afdruk van het goddelijk Wezen (Hebr.1:1,2). Wie Hem gezien heeft, heeft God gezien. Hij kon zeggen: ‘Ik en de Vader zijn één in doen, denken en handelen’ (Joh.10:30). Daarom heeft ook Hij geen enkele overeenkomst met de duisternis. Er werd geen wetteloosheid in zijn lichaam, ziel of geest gevonden. Hij had geen gemeenschap met zonde of ziekte; daarom kon Hij zeggen: ‘De overste van deze wereld komt (bij Jezus’ kruisdood) en heeft niets aan mij’ Jezus was vol genade en waarheid en buiten Hem waren de duisternis, angst, onreinheid, zonde, ziekte en de dood.

Satan, de grootste gevallen troonengel. Hij is één met alle soorten van kwaad!

  • ‘Het woord van de Heer kwam tot mij: Mensenkind! Hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus (beeld van satan) en zeg tot hem: zo zegt de Heer God: U, verzegelaar van de som (Petr. Can. Vert.), volmaakt bent u van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon. In het (hemelse) Eden was u, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet (beeld van geweldige capaciteiten)’ (Ezechiël 28:11-17).

Ooit was er volkomen harmonie in de schepping van God. Lucifer (de satan) bekleedde een hoge rang in dit rijk van het licht. Toen is deze aartsengel niet in de waarheid blijven staan’ (Ez.28:15-19). Hij wilde zich verheffen en zijn troon verplaatsen van onder God, náást God (Jes.14:12-14). Zo wilde hij zich ‘aan de Allerhoogste gelijkstellen’, dus een duo vormen en meeregeren. Hij gaf daardoor aan dat het werk van God niet volkomen was (vergelijk de zonde van Korach, Dathan en Abiram tegen Mozes en vergelijk ook hun straf).

God stootte echter deze wetsverachter van zich af en stelde hem buiten zijn besluiten en buiten het licht. De satan had geen enkel contact meer met het licht, de waarheid en met het heilige. Deze wetteloze heerst in de wetten van de zonde, dood en ontbinding. De duivel en zijn demonen zijn één. Zij zijn alléén duisternis, leugen, onreinheid en volkomen in alles wat afwijkt van de wetten van God. Zo is het wezen van satan. Hij is de vader van de leugen. Hij zondigt vrijwillig(!) vanaf het begin. Hij is de grootste mensenmoordenaar Joh.10:10).  Zo is er dus het rijk van de Schepper van alle dingen vol van licht, vrede, gehoorzaamheid en harmonie. Daarbuiten is het rijk van de vorst van de duisternis vol van ellende, dwang, ongerechtigheid, vrees en de dood. Vooral de laatste 5 jaar: 2 miljard bewust vermoorde, onschuldige mensen, incl. ongeboren embryo’s. Al deze demonen sidderen van angst, wanneer zij denken aan hun Heilige Schepper, bij wie nooit meer een plaats voor hen zal zijn. Zij hebben grote angst voor het oordeel dat hen voor eeuwig wacht. De vuurpoel voor eeuwig.

De mens die niét een is

Tussen deze twee rijken staat de mens. Hij is geschapen om te leven in gemeenschap met zijn Schepper en om te horen bij het rijk van het licht. Door zijn geest is hij geschikt om dit doel te bereiken. Maar hij is (door zijn ongehoorzaamheid aan God) terecht gekomen onder de invloed en macht van satan. Deze is direct zijn werk van ontbinding in de mens, in geest, ziel en lichaam begonnen. God heeft echter in zijn barmhartigheid en geduld, de grote liefde die Hij voor zijn beelddrager koesterde, niet verloochend. Hij heeft verlossing en redding beloofd, dat is herstel voor de mens die aan alle kanten verscheurd werd. Met enerzijds zijn verlangen naar God en anderzijds zijn binding aan de duivel was de mens als een schip, dat op de wilde zee heen en weer geslingerd wordt.

Maar God bleef spreken tot de mens, bleef roepen, bleef zorgen en begeleiden. Hij sprak door zijn profeten van de tijd, dat de mens weer in het volle licht van God zou wandelen. Hij sprak tot hen van de weg, die daar naar toe leiden zou. Hij sprak van de Knecht van de Heer die dat alles zou realiseren. Deze profeten onderzochten en speurden wie toch wel deze volkomen genade en behoud ontvangen zouden. Uiteindelijk heeft God tot de mens door zijn Zoon gesproken. In Hem en door Hem werd het geluk geopenbaard. Hij maakte de weg voor de mens vrij om het koninkrijk van God binnen te gaan en geheel verlost van zijn vijanden te leven al de dagen van zijn leven. Wat aan Davids huis was toegezegd, dat wil Hij nu aan Zijn kinderen geven.

De mens die één is

In Christus heeft God een nieuw verbond met de mens gemaakt: het oude is voorbij gegaan, het nieuwe is geworden en nu aanwezig. Wie in Hem gelooft heeft Hij macht gegeven een kind van God te worden. Hij maakt de mens tot een nieuwe schepping. Hij verlost hem uit de macht van de duisternis en brengt hem over in het Koninkrijk van zijn geliefde Zoon. Zijn doel is om de mens aan het beeld van de Zoon gelijkvormig te maken: ‘Zodat zij één zijn, zoals God en zijn Zoon één zijn’ (Joh.17:22). Hij geeft daartoe de mens van God, heerlijkheid. Het was de heerlijkheid die Hijzelf bezat toen Hij hier op aarde was. Hij wil niet dat de nieuwe mens langer heen en weer geslingerd wordt en daarom geeft Hij hem Gods Geest, om hem te leiden, te verlichten en kracht te geven.

De doop met Gods Geest

Wie geheel vervuld is met Gods Geest, is niet meer gedeeld maar één. Hij ontvangt dezelfde heerlijkheid die Jezus ook heeft. Hij heeft God lief met heel zijn hart, ziel, verstand en kracht. Voor zo’n christen die één is, sidderen de demonen van angst. Schijnheilige, vrome mensen en ook zij die én de duisternis én het licht liefhebben zijn bij God niet gewild:

  • ‘Zij moeten niet verwachten iets van God te ontvangen’ (Jacobus 1:8).
  • Niemand kan twee heren dienen: ‘Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, twijfelaars, maar stelt uw hoop volkomen op God’ (Jac.4:8).

Juist nu is dit actueel, omdat tegenwoordig de tekens van de eindtijd openbaar worden. De tijd waarin de Heer van de oogst een honderdvoudige vrucht verwacht is aangebroken. De tijd waarin die heilig is, nog heiliger moet worden, want nu gaat God zijn engelen uitzenden om de ongerechtigheden uit zijn Koninkrijk bij elkaar te schrapen, zodat de kinderen van de Vader zullen blinken als de zon. 

Dé antichrist – Dé zoon van het verderf

Anderzijds zal de satan proberen zijn rijpe vrucht binnen te halen: de zoon van het verderf (een mens) zal ook één zijn. Zo volkomen is deze in zijn goddeloosheid dat: ‘Hij zich in de tempel van God zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is’ (2 Thess.2:4). Daarmee komt hij tot dezelfde zonde als zijn vader, de satan en ontvangt hij ook dezelfde straf (Op.20:11). Allen die hem aanbidden en zijn teken dragen op handen en voorhoofd (666), zullen ook met hem volkomen zijn in de zonde: dus volkomen één in het kwaad.

Er wordt in het kerkdom veel gesproken over de eenheid van alle gelovigen en over een onderlinge gemeenschap. Maar pas wanneer álle gelovigen één zijn zoals de Vader en de Zoon één zijn, zullen zij ook automatisch één van hart en één van zin zijn. Dan pas kunnen en zullen zij de gemeente van Jezus Christus met elkaar vormen. Zij zullen samen wandelen in het licht. De Heer zelf zal ze samenvoegen.