Geloven – door God ingeschapen!

Wie in God gelooft en naar Hem luistert, ontvangt ongekende rijkdommen:

  • Schuldvergeving,
  • gerechtigheid,
  • geestelijke kracht,
  • heiligheid,
  • het kindschap en zoonschap van God,
  • het koningschap met de uiteindelijke heerschappij op de troon van God over de hele zichtbare en onzichtbare schepping.

God is goed en Zijn genade is groot door Jezus Christus. Jezus heeft ons laten zien wie God is. Jezus bracht het evangelie en had goed nieuws voor zondaars, zieken, kreupelen, melaatsen, gebondenen en bezetenen. Hij opende de gevangenisdeuren van zonde en ziekte en verbrak de werken van de satan en zijn demonen. Zondeslaven werden door Hem bevrijd. Daarom zegt Paulus: ‘Het evangelie van de heerlijkheid van Christus’ (2 Cor.4:4). Maar dit evangelie moet de mens wel willen accepteren!

Gehersenspoelde slaven

Gek genoeg schamen heel veel kerkgangers zich voor dit evangelie, want over bevrijding van zonde en ziekte wordt nooit gesproken. Men gelooft daar wel in, maar dat zal pas gebeuren ná onze dood, want (ondanks het lijden en sterven van Jezus Christus) belijdt men: ‘Ik ben en blijf zondaar tot de dood’. Deze afschuwelijke belijdenis is gebaseerd op de Godlasterende Heidelberger, waar men steeds maar weer spreekt over een straffende God (pijn is bij hen fijn en bloed moet…). sic.

Maar Paulus zegt in Romeinen 1:16:

  • ‘Ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot behoud voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood en ook voor de Griek.’ 

Niemand hoeft zich voor het evangelie te schamen, want God en zijn Zoon Jezus Christus zijn beiden enkel goed. Het openbaart de gedachten van de liefdevolle, barmhartige en enkel goede God ten opzichte van de mens. Om deze reden zal een kind van God het geestelijke contact met de demonen verbreken die hem nooit blijdschap en vrede zullen geven. Hij vertrouwt niet op aardse, natuurlijke dingen, maar op Jezus Christus, die het plan van God vorm gegeven geeft. Hij gelooft in het onzichtbare, want:

  • ‘Het geloof is de zekerheid van de dingen die men hoopt en het bewijs van de dingen die men niet ziet’ (Hebreeën 11:1).

Het geloof is niet letterlijk te zien, maar toch is het een vaste zekerheid. Daarom schrijft Paulus in datzelfde gedeelte: ‘Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem serieus zoeken’. Onze God spreekt. Daarom luisteren we naar zijn Woord (zijn Logos Joh.1:1) dat eeuwig en onveranderlijk is. Wie niet gelooft dat God bestaat, kan zich ook niet bekeren, want hij verwacht immers niets vanuit de geestelijke wereld. Zijn geloof kan zich hooguit richten op de natuurlijke dingen waarover mensen spreken. Het echte geloof concentreert zich echter bovenal op de onzienlijke wereld. Het geloof is een functie van de geest, waardoor de mens de onzienlijke dingen kan vastpakken en zich eigen kan maken.

Uitverkoren of verworpen – Een wrede god

Veel kerkgangers geloven dat het geloof iets is wat als een bijzondere gave door God aan mensen gegeven wordt en dan is dit geloof ook nog bestemd voor een kleine groep uitverkorenen. Wie dit geschenk niet ontvangen heeft, kan dus ook niet het Koninkrijk van God binnen gaan. Wat een wrede god hebben zij! Zij zeggen dit met een beroep op Efeze 2:8, waar staat:

  • ‘Want door genade bent behouden, door het geloof en dat niet uit uzelf: het is een gave van God’.

Het woordje ‘dat’ ziet echter niet terug op geloof, maar op genáde. Men zou hier ‘door geloof’ tussen haakjes kunnen zetten, want het geloof is het middel waardoor men zich de genade toe-eigent. Dan staat er:

  • ‘Want door genade bent u behouden, (door het geloof) en dat niet uit uzelf: het is een gave van God’.

Het geloof wordt niet gegeven, het gaat om de redding die een gelovige ontvangt.

Geen geloof zonder daden

Hier wordt trouwens niet gesproken over de speciale charismatische gaven van Gods Geest, waar geloof ook bij hoort. Iedere geest bezit geloof. Zelfs van demonen wordt gezegd dat zij geloven kunnen. Het geloof moet zich echter richten op de Woorden van God. De Thessalonicenzen hadden zich van de afgoden afgekeerd en van hen wordt geschreven: ‘Overal is uw geloof, dat zich op God richt, bekend geworden’ (1 Thess.1:8).

Geloven is uit het horen

Als iemand zegt dat hij de ander gelooft, moet die ander eerst iets gezegd hebben. In Romeinen 10:17 staat dan ook: ‘Zo is dan het geloof uit het horen en het horen door het woord van Christus’. Als iemand veel gezegd heeft en men dus veel van hem weet, kan men die persoon ook makkelijker geloven en vertrouwen. Iemand die in God gelooft, weet al veel van Hem. De profeten hebben veel woorden van God doorgegeven, maar het is vooral Jezus die tijdens Zijn leven heeft laten zien wie God werkelijk is. En zo kan de met Gods Geest vervulde mens de gedachten van God overnemen. Hij wordt erdoor geraakt en is er mee vervuld. Zo wordt het gedachteleven veranderd en vernieuwd. De nieuwe geboorte waarover de Bijbel spreekt, begint in het denken. In God geloven betekent dan ook: Zijn gedachten eigen maken en van daaruit spreken en handelen. Wie de leugen gelooft, luistert naar de demonen, maar wie de waarheid gelooft, aanvaardt de Woorden van God.

De losprijs aan satan IS betaald

In de Bijbel staat dat Jezus voor de zonde van de hele wereld gestorven is. Jezus nam de schuld van de mens (die ná de zondeval ontstaan is) voor zijn rekening. Hij gaf als vrijwillig Lam van God, Zijn leven in ruil voor alle mensen op aarde. Als u deze waarheid gelooft heeft u geen enkele schuld meer bij God. U mag zich dan een rechtvaardige noemen. Dan mag u zeggen:

  • ‘Ik, gerechtvaardigd uit het geloof, heb vrede met God door de Heer Jezus Christus’ (Rom.5:1).
  • ‘Want Jezus is het Lam van God, dat de zonde(schuld) van de wereld wegneemt’ (Joh.1:29).
  • In de zichtbare wereld werd Zijn bloed vergoten en in de onzichtbare wereld betaalde Hij met Zijn leven mijn schuld (Op.5:9).
  • Ik mag daarom tot God naderen ‘in volle zekerheid van het geloof met een waarachtig hart dat vrij is van schuldbesef’ (Hebr.10:22).

Op deze manier maakt God een begin met het herstel van de schepping. Als u de woorden van God accepteert, gelooft u wat God zegt dat u bent. Door dit geloof in de uitspraken van God, belijdt u dat u een nieuwe schepping bent. U noemt zich voortaan een kind van God, een erfgenaam van God en een mede-erfgenaam van Jezus Christus. Door dit geloof aanvaardt u het principe van de nieuwe mens. U zoekt geen contact meer met de demonen en verwacht ook niets meer van uw eigen inspanning. ‘De oude mens’ met zijn vroegere gedachteleven is met Christus gestorven.

Zoals Jezus vrijwillig zijn leven aflegde, zo heeft ook de opnieuw geboren of vernieuwde mens zijn oude, aan de aarde en aan de demonen verbonden, leven afgelegd. Hij wil een geestelijk mens zijn, dat is leven, wandelen, strijden én overwinnen in de hemel. Hij zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is (Col.3:2). 

Rechtvaardig voor God

  • Veel kerkgangers durven niet te belijden dat zij rechtvaardig zijn. De erfzondeleer van de kerken is door en door pervers, want zij leven niet uit geloof in de beloften van God. Zij durven zich geen kind van God te noemen en aanvaarden niet de volle genade die God aan Zijn kinderen beloofd heeft. Zij komen niet verder in het Koninkrijk van God, want in hen zit noch kracht, noch groei.

Namaak christenen

‘In God geloven’ betekent: alles geloven wat Hij gezegd heeft en alles aanvaarden wat Hij ons in genade gegeven heeft. Als u dit doet, bent u een gelovige man of vrouw. Veel kerkgangers zeggen echter dat deze beloften alleen maar voor vroeger waren en bevrijdingen en genezingen voor ‘toen’. Met deze bewering verachten zij de eeuwige en onveranderlijke woorden van God. Zij zijn in wezen surrogaten, namaakchristenen, die zeggen christen te zijn, maar ze geloven niet in Christus’ lijden en sterven. Jezus voorzag deze verwerping van zijn woorden, want Hij zei niet voor niets:

  • ‘Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan nog hét geloof vinden op de aarde?’

Het witte paard – Overwinnend en om te overwinnen

  • ‘En ik zag en zie, een wit paard en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen’ (Openbaring 6:2).

Geloven is het onzichtbare vasthouden, want woorden vertegenwoordigen gedachten en deze zijn immers niet zintuiglijk waarneembaar. Het ware geloof wordt actief door het horen van de woorden van God. Wie door het geloof in dit Woord blijft, functioneert in deze overwinning mee (dat is in Jezus Christus en het volhardend vasthouden). De Bijbel spreekt van de bedoeling en van het plan van God met de mens. Hij concentreert zich op Jezus Christus, want Deze is de hersteller, de redder, de bevrijder, de genezer en de doper met Gods Geest.

Jezus leeft, want Hij is opgestaan tussen de doden uit en Hij bevrijdt en redt de mens ook nu uit de klauwen van zijn onderdrukkers en geestelijke overweldigers. Hij redt de mens door het geloof aan Zijn woorden. Daarna geeft Hij hem Gods Geest, die ook weer in geloof aanvaard moet worden. Zo ontvangt de mens de kracht en de gaven om te genezen, te herstellen en een geestelijke christen te worden. Het geloof werkt in de onzienlijke, geestelijke wereld, zodat de gelovige mens niet alleen maar aanvaardt wat hij in de zichtbare wereld hoort en ziet.

Als u het woord van God vasthoudt, hebt u een geloof dat de ziel ‘behoudt’ (Hebr.10:39). Door het geloof in God kunt u zich dus ook in de geestelijke wereld bewegen. U leeft dan in twee sferen: de zichtbare en de onzichtbare (iets wat de kerken niet willen weten op straffe van satan). Maar zo heeft God het dus bedoeld toen Hij de mens schiep: leven in twee werelden. God begon met Adam al contact te zoeken om uiteindelijk volkomen één met hem te worden.

Groot en klein geloof

In de Bijbel is sprake van klein geloof, maar ook van vermeerdering van geloof en van groot geloof. Uw geloof kan alleen vermeerderen als uw kennis toeneemt, niet van de aardse dingen, maar van de onzichtbare wereld. Hoe meer u van de geestelijke wereld weet en van haar bewoners, van haar krachten en haar wetten, des te meer kunt u geloven en in uw handel en wandel ervan laten zien.

Jezus getuigde van de hoofdman te Kapernaüm dat deze een groot geloof had. Dit stond in verband met diens kennis m.b.t. de onzichtbare wereld. Hij had de woorden begrepen, die Jezus over het Koninkrijk van de hemelen gesproken had in de Bergrede en de gelijkenissen. Hij had het vermogen deze beelden uit de zienlijke wereld over te zetten in de onzienlijke werkelijkheid en daardoor zag hij hoe zijn knecht genezen kon. Hij zag de ziekte van zijn ondergeschikte als een vijandige macht en Jezus als autoriteit in de hemelse gewesten. De genezing van zijn stervende knecht berustte op wetten in de geestelijke wereld, waar Jezus gesteld was boven alles, ‘hetzij tronen, heerschappijen, overheden en machten’ (Col.1:16). Zoals de hoofdman op aarde zijn soldaten kon commanderen, zo was de Heer in staat in de onzienlijke wereld de ziekteverwekkers te sommeren heen te gaan (Luc.7:1-10).

In het geloof uitstappen?

De kerken en hun synode zeggen: ‘Je moet in het geloof uitstappen..!’ Dit is een vage en onduidelijke kreet. Waar zit men eigenlijk dat men kan uitstappen? Men moet blijven in het geloof, wandelen in het geloof, strijden in het geloof en overwinnen in het geloof, dat wil zeggen als geestelijke mensen leven vanuit de onzichtbare wereld. Niet uitstappen, maar blijven! Het gaat bij het geloof in God om het telkens vergroten van de kennis van de waarheid en van de wetten van het Koninkrijk van de hemelen.

Hoe groter de kennis wordt van het plan van God dat zijn oorsprong vindt in de liefde van God voor de mens en van de manier waarop Hij bezig is dit te realiseren, hoe groter het geloof in God, het vertrouwen in God en hoe groter de verwachtingen zijn richting God. Als u steeds meer in het geloof gaat handelen, zult u steeds meer de heerlijkheid van God op aarde en de redding en verlossing door Jezus Christus gaan zien. Daarom bidt de apostel:

  • ‘Dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht en u een leven leidt dat de Heer waardig is’ (Col.1:9).