De Naam van God

  • ‘En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, zodat de liefde, waarmee U Mij liefgehad hebt, in hen is en Ik in hen’ (Johannes 17:26).

Uit het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw in Sichar, blijkt dat er tussen de Joden en de Samaritanen verschil van mening heerste over de plaats van aanbidding. De verering van God werd door beide volksgroepen uitgevoerd, daarbij rekening houdend met allerlei uiterlijke vormen. Er werden vaststaande zinnen gesproken, de lichaamshouding was belangrijk, net als de plaats waar men bad. Jezus zegt in dit gesprek dat deze uiterlijkheden totaal onbelangrijk zijn, Hij zegt:

  • ‘Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid’ (Joh.4:21-24).

Veel kerkgangers hebben hier geen idee van en verliezen zich in nutteloze disputen, zoals de vraag of men tot Jezus moet bidden of tot de Vader en of je de Vader moet aanspreken als Vader, Heer, Gd, (zonder ‘o’ uit angst voor de Joden) of gewoon God. Ook de verzonnen Drie-eenheidsleer heeft miljarden betoverd sinds het concilie van Nicéa.

Jehova’s Getuigen

De Jehova’s getuigen hebben met dit ‘naamtoveren’, een van de pijlers van hun leer gemaakt. Als men bidt, moet men de naam van Jehova aanroepen, anders luistert God niet, want dit is zijn naam (Jesaja 42:8). In feite bestaat er bij hen de angst dat (als men bidt zonder de naam ‘Jehova’ te gebruiken) het wel eens zou kunnen gebeuren dat er een ander met je gebed aan de haal gaat en zich met je gaat bemoeien. Hier blijkt ook duidelijk hoe in deze leer de uiterlijkheden voorrang hebben en men onbekend is met de aard van het ware gebed. Hoewel ze veel spreken over het koninkrijk, zijn ze totaal onbekend met het Koninkrijk van de hemelen.

Jezus zei in zijn hogepriesterlijk gebed:

  • ‘Ik heb uw Naam (Gods Wezen) geopenbaard aan de mensen, die U Mij uit de wereld gegeven hebt’ (Joh.17:6).

In geest en in waarheid

De Naam die Jezus geopenbaard heeft, is niet een of andere eigennaam, maar het wezen van de Vader. Een openbaring van de Naam van God is dat, wanneer men tot Hem nadert, men moet komen in geest en in waarheid. Een openbaring van de Naam van God is dat men (als zoon van God, die steeds meer geopenbaard wordt) God ‘Vader’ kan noemen. Iemand kan in de naam van Jezus tot de Vader bidden en op deze manier een Bijbels juiste formule gebruiken. Toch zal dit gebed zonder geloof volkomen zinloos zijn, want het is een formule en er wordt niet in geest en waarheid gebeden. Omgekeerd zal iemand in geloof bidden (dit is in geest en in waarheid) maar hij spreekt daarbij God bijvoorbeeld slechts als Heer aan. Dan zal dit gebed toch verhoord worden, want het wordt gedragen door een juiste innerlijke houding.

Het gebeurt vaak dat in een samenkomst iemand in zijn openlijke gebed de mooiste volzinnen gebruikt en volkomen juiste woorden kiest, terwijl men toch moet constateren dat er vrome geesten aan het woord zijn. Die demonen ontloopt men niet door ‘echt Bijbels’ te bidden, maar wel door in geest en in waarheid te bidden. Als men geen zicht heeft op de geestelijke wereld in het Koninkrijk van de hemelen, wordt het uiterlijk van het gebed erg belangrijk gevonden. De vraag of men tot Jezus moet bidden óf in zijn Naam tot de Vader, is dwaas als men kennis van de Naam van God heeft. De Heer liet dit geheel in het midden. In Johannes 16:23 zegt Hij dat men de Vader in zijn (Jezus’) naam moet vragen. In Johannes 14:14 luidt het echter:

  • ‘En wat u ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen. Als u Mij iets vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen’.

Geheimen geopenbaard

Aan Abraham werd geopenbaard, dat de God die hem riep, de Schepper is van hemel en aarde. Aan Mozes maakte God zijn eigennaam bekend: JHWH, Jahweh, Heer. Maar aan de kinderen van het nieuwe verbond is de ware naam van God bekend gemaakt door Gods Geest. Een ongelooflijk veel heerlijker openbaring door de werken van Jezus en zijn apostelen. Want door deze nieuwe naam openbaring leren de kinderen van God het wezen van de Vader kennen. Dit is het essentiële van het nieuwe verbond.

Een verduisterde god

In het oude verbond gold dat de verborgen dingen voor de Heer zijn. Dat deze woorden zo graag in de kerken geciteerd worden, komt omdat men in feite in het oude verbond leeft en men blijft staan bij het ‘onbekende van God’. Deze mensen hebben een gebedshuis; het kerkgebouw. Zij hebben uitgekiende formuliergebeden (dan maak je in ieder geval geen fouten) en er zijn allerlei voorschriften over de gebedshouding- en oefeningen: hoed op of af, staande, knielend of zittend; en zo voort.

Het plan van God

Het nieuwe verbond wordt openbaar, als men in Jezus’ Naam demonen uitdrijft en als mensen gedoopt worden met Gods Geest. In het nieuwe verbond kan men bidden in geest en in waarheid. Paulus bevestigt in 1 Corinthiërs 2:11 dat het woord uit Deuteronomium 29:29 waarheid is, maar tegelijk wijst hij erop, dat deze Geest, die de diepten van God doorzoekt, in ons woont, zodat wij zouden wéten… In het oude verbond kende men de doop in Gods Geest niet en daarom bleven er vraagtekens over. In het nieuwe verbond krijgt men door Gods Geest inzicht in Gods gedachten en Gods plan met de mens.

‘Gebedsoefeningen’

Het gebed in geest en waarheid is geen zelfkastijding om God te pleasen; Jezus wordt ook niet vertederd door oogjes dicht en handjes samen. De Vader van Jezus Christus is geen Baäl, noch Heer van de meditatie. Hij is de God die door geloof en door geest en waarheid, te kennen is. Ook wordt God niet door het gebed van mensen veranderd, want Hij is Dezelfde van eeuwigheid tot eeuwigheid. Zijn plannen staan vast en worden niet veranderd door lange gebeden, heftige bewegingen of schitterende woorden. Door het gebed in geest en waarheid verandert een kind van God echter zélf. Op die manier wordt hij ingepast in het plan van God en kan de Heer zijn doel met de gemeente bereiken. De Heer Jezus heeft de Naam van de Vader bekend gemaakt en Hij zal verder gaan met het bekendmaken ervan door Gods Geest. Dit is de groei in het Koninkrijk van God. Op die manier zal men vervuld worden tot álle volheid van God.