Levensvernieuwing

Een van de grote waarheden die de Bijbel ons leert, is het feit dat niemand in staat is het menselijk gedrag blijvend te veranderen, tenzij er een diepere verandering van het innerlijke gebeurt. Wij kunnen de manier van leven van de mens niet wijzigen, als er niet iets gebeurt dat zijn hart raakt en verandert. We mogen daarom het evangelie niet verwarren met een moraalleer die het gedrag van de mens in toom probeert te houden door middel van goede raad of allerlei geboden. De redding van de mensheid ligt niet in de verandering van uiterlijke zaken, maar in de verandering van het hart. Zoals Jezus zei:

  • ‘Want uit het hart komen verkeerde overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen’ (Matth.15:19).

De daden van een mens weerspiegelen wat er in zijn binnenste leeft. Niemand pleegt een moord, tenzij hij haat in zijn hart heeft. Een mens wordt tot diefstal aangezet wanneer er gierigheid en hebzucht in zijn innerlijk aanwezig zijn. Alles wat gedaan wordt, hetzij goed of kwaad, komt voort uit het menselijk hart en door zijn door God ingeschapen geweten. Dit geweten laat de mens spreken, óf het wordt door de mens zelf bewust dichtgeschroeid met brandijzers.

Het evangelie is geen poging om het menselijk gedrag te controleren door middel van goede raad of strenge wetten. God is de Schepper van hemel en aarde en van alles wat daar bij hoort. De oplossing die Hij aanbiedt aan de mensheid is de verandering van de gezindheid van zijn hart en de bevrijding van de slavernij van de zonde. Dáár ligt namelijk het werkelijke probleem van het menselijke geslacht. Het slechte gedrag van mensen en een corrupte maatschappij zijn alleen maar symptomen van diepere oorzaken. Ze zijn geen kwaad dat op zichzelf staat.

Veel filosofieën en godsdiensten proberen de maatschappelijke misstanden te bestrijden door middel van discipline en positieve gedachten. God pakt echter de wortel van het kwaad aan. Hij biedt een oplossing aan in de vorm van een scheppingsdaad:

  • ‘Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen’ (2 Cor.5:17). 
  • In Efeziërs 2:10 lezen we: ‘Want zijn schepping zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, zodat wij daarin zouden wandelen’.

Niemand wordt ‘goed’ door het doen van goede werken. Immers, de goede werken die God wil dat we doen, moeten een weerspiegeling zijn van wat er in ons innerlijk leeft. Wie met een onveranderd hart kerkje speelt, verbergt zijn ware gevoelens onder een religieuze mantel. Daarom zeggen de Woorden van God:

  • ‘Hij heeft, niet om de werken van de gerechtigheid die wij gedaan zouden hebben, ons gered, maar vanuit Zijn ontferming door het bad van de nieuwe geboorte en van de vernieuwing door Gods Geest’ (Titus 3:5).

De oplossing die God aanbiedt aan allen die gered willen worden, is de verandering en bevrijding van de innerlijke mens.

Geen gehuichel meer

In plaats van het kwaad door wetten en regels onder controle te houden of de zonde te verbergen achter een religieus masker, mag de zondaar naar Jezus Christus gaan om vernieuwing van zijn karakter te ontvangen. De apostel Petrus zei daarover:

  • ‘Door Hem zijn wij met kostbare en zeer grote beloften gezegend, zodat u daardoor deel zou hebben aan de goddelijke natuur en ontkomen zou aan het verderf dat door de begeerte in de wereld heerst’ (2 Petr.1:4).

De oplossing die God de zondaar aanbiedt, is de vernieuwing van zijn karakter en de verandering van zijn hart. We kunnen de gedachten van God pas echt in acht nemen, als onze Verlosser (Jezus Christus) ons hart transformeert, zoals Ezechiël 36:26,27 zegt:

  • ‘Een nieuw hart zal Ik u geven, een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat u naar mijn inzettingen leeft en serieus mijn verordeningen onderhoudt’.

Dit nu is de inhoud van het evangelie van Jezus Christus, die aan de zondaar een nieuwe geboorte aanbiedt in antwoord op zijn berouw en geloof. Gods oplossing voor de zondaar bestaat niet in het opleggen van religieuze verplichtingen, maar in een innerlijke verandering. Op de vernieuwing van het hart zal ook de wijziging van het gedrag volgen, de verandering van het gezinsleven en tenslotte de verandering in de maatschappij. Is het verwonderlijk dat de Bijbel daarom zegt:

‘Mijn zoon, geef Mij je hart’!