Jehova’s Getuigen aangeklaagd

Met mierenvlijt proberen ze hun lectuur en leer te slijten, deur aan deur: Jehova’s Getuigen. En niet zonder gevolg. De meer dan twee miljoen getuigen van Jehova weten hun product goed te verkopen. Hun organisatie hoorde tot voor kort tot de snelst groeiende religieuze organisaties in de Verenigde Staten. Maar dat is aan het veranderen. En dat begon al in het jaar 1975. Dat jaar moest voor Jehova’s Getuigen de grote omwenteling in de geschiedenis brengen, maar het jaar ging zonder wereldschokkende gebeurtenissen voorbij. Sindsdien zijn heel wat Jehova’s Getuigen gaan twijfelen aan het Brooklyn Genootschap en aan de waarheid waarop de leiding in Amerika het patent heet te hebben.

Vandaag de dag begint het machtige bolwerk scheuren te vertonen. Teleurgesteld verlaten Getuigen de organisatie, ze zijn ontgoocheld en verbitterd. Ze hebben allemaal kritiek op de strakke organisatie. Zo probeert een groep ex Jehova’s Getuigen al een paar jaar het ‘uitsluitingsbeleid’ aan de orde te stellen. Ook misstanden binnen de organisatie, zoals geweld en seksueel misbruik, komen naar buiten. In ons land werd eind vorige eeuw een ‘Nederlandse Vereniging van Ontgoochelden’ opgericht – Jehova’s Getuigen die elkaar steun geven in de moeilijke periode na de losmaking of uitsluiting.

Boekbespreking

Gelukkig zijn er inmiddels (ex Jehova’s Getuigen) die hun geweten nog niet hebben dichtgeschroeid met brandijzers. Dat lezen we ook in het boek ‘Jehova Getuigen aangeklaagd’. Ook al is het meer dan 50 jaar geleden, het verhaal van de hoofdpersoon, Nico Klein, is nog steeds actueel. Hieronder een korte beschrijving van zijn worsteling, die hij doormaakte vanaf het moment dat hij besefte dat het Genootschap het wel eens bij het verkeerde eind zou kunnen hebben.

Verward in het web

Nico raakte bij zijn een eerste kennismaking met de Getuigen, diep onder de indruk van de Bijbelkennis van de mannen die bij hem aan de deur kwamen. In die periode had hij te maken met veel problemen in zijn gezinssituatie. Daardoor liet hij zich makkelijk overhalen om mee te doen aan een Bijbelstudie. Tijdens die studies werd hij grondig getraind in de leer van het Genootschap. Op het laatst was in zijn leven alleen nog maar plaats voor de ‘waarheden’ die door ‘Gods kanaal’ tot hem kwamen. Toen de dag van zijn doop kwam, werd hem gevraagd:

  • ‘Zul je altijd doen wat het Genootschap vraagt?’ Uit volle overtuiging antwoordde hij daar bevestigend op!

Hypnotisering

Nico werd een trouw en kritiekloos Getuige. Als hij al twijfels had over wat hem geleerd werd, zijn oudsten wisten dit vriendelijk maar zeer beslist uit zijn hoofd te praten. Er mocht geen tijd verloren gaan met het napluizen van wat er allemaal geleerd werd. De leidende broeders wisten wat goed voor hem was. En altijd was er de angst voor ‘Armageddon‘. En daarom ging Nico fanatiek verder. Deur na deur. De boeken en tijdschriften die hij van het Genootschap (tegen vooruitbetaling!) gekocht had, moesten tegen elke prijs verkocht worden. Zelfs toen hij ziek werd en hij het vooropgestelde quotum niet kon bereiken. Hij was naar zijn idee een oprechte getuige van de ‘Koninkrijksboodschap’.

Vooral doorwerken…

Maar toch… Nico had zo zijn vraagtekens over de voorschriften en richtlijnen van het Genootschap om de Getuigen maar zoveel mogelijk te laten ‘produceren’. Toen hij tijdens de deur-aan-deur-actie christenen ontmoette, die getuigden van de zekerheid van hun geloof, voelde hij een heimwee naar een andere geloofsbeleving in zich opkomen. Door de groeiende contacten met deze mensen begon Nico zélf zijn Bijbel te onderzoeken. En kritische vragen te stellen. Dat werd hem niet in dank afgenomen.

  • ‘Is het Genootschap een organisatie die zich baseert op de Bijbel?’

Nico stelde zichzelf die vraag wel honderd keer. Dankzij zijn (privé)speurtocht door de Bijbel gingen zijn ogen langzaam maar zeker open. Hij begon het Genootschap te zien als een ‘puur menselijke organisatiestructuur met enkele knappe koppen aan de top, die uit waren op macht en geld.’ Toen het jaar ’1975′ dan ook geruisloos voorbijging, was Nico er helemaal van overtuigd dat hij er mee moest stoppen. Pogingen door het Genootschap om Nico te ‘paaien’, liepen op niets uit. Nico had de waarheid geproefd en was vastbesloten die weg verder in te slaan. Hij werd dan ook uitgesloten van de organisatie.

Het verhaal van Nico geeft duidelijk aan wat de tactiek is van de Jehova’s Getuigen. Een discussie gaan ze niet aan, ze proberen iemand op het emotionele vlak te raken. Luisteren kunnen ze niet, wel praten over allerlei verzonnen, onpersoonlijke leerstukken. Daar alleen mogen ze over praten. Als een Jehova Getuige zich in zijn opvattingen bedreigd voelt, gaat hij snel op iets anders over of hij stopt het gesprek en vertrekt.

Vervulling met Gods Geest? Nog nooit van gehoord!

Wij hadden eens een gesprek met een leidinggevende Jehova met 35 jaar ‘deurervaring’ en vroegen hem of hij wel vervuld was met Gods Geest. Zijn antwoord was dat hij dit als een normaal proces bij zijn bekering tot het genootschap beleefde, maar van een persoonlijk Pinksteren had hij nog nooit gehoord. Wij vertelden hem dat hij zonder Gods Geest een loslopend leeg vat was waar God en Jezus niets mee kunnen bereiken. Een antwoord had deze man (en zijn vrouw) hier niet op en verlieten onze voordeur. Na herhaaldelijk terugroepen (ja, het kan, Jehova’s terugroepen tot je voordeur), wist hij nog steeds geen antwoord. Hij moest wel erkennen dat de doop met Gods Geest hem na bijna 40 jaar onbekend was en dit door Brooklyn ook nooit was geleerd. Of hij (en zijn vrouw) ooit nog terugkomen betwijfelen we zeer, maar laten hun door God ingeschapen geweten henzelf oordelen. Ieder ziet zijn eigen werken en als deze slechts rampen voortbrengen weet hij of zij dat ze goed of fout zijn. Aan de vruchten herkent men immers de boom. En als deze bomen geen vruchten voortbrengen maar alleen angst, worden ze omgehakt. 

  • Wij (vrije gelovigen) spreken over onze geloofsbeleving met een lévende Heer, Jezus Christus (en niet over een aardige timmerman van 2.000 jaar geleden). Dat zal hen misschien doen nadenken over wat het Stalen Genootschap daar tegenover stelt.

Wie met deze mensen in gesprek wil raken, zal echter ook iets moeten weten van hun achtergronden. Niet alleen van hun leer, maar (vooral) ook van de sfeer waarin zij leven. Van een systeem waarin ze zich moeten schikken in harnassen; een keurslijf waarin hun levenspatroon is geperst. De ‘bekeringsgeschiedenis’ van Nico Klein kan daarbij goede informatie bieden, zoals die alleen door een insider kan worden neergezet. Aanbevolen lectuur voor wie er in contacten met Jehova’s Getuigen niet op uit is om een woordenstrijd te winnen, maar er voor pleit om zielen te winnen voor onze Heer, Jezus Christus.