De doop mét vuur

De strijd met het rijk van de duisternis

  • ‘Ik ben gekomen om vuur te werpen op de aarde en wat wil Ik nog meer, nu het al ontstoken is! Maar Ik moet met een doop gedoopt worden en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. Denkt u dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde? Nee, zeg Ik u, maar eerder verdeeldheid. Want van nu aan zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. Zij zullen tegen elkaar verdeeld zijn: vader tegen zoon, en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter en schoondochter tegen haar schoonmoeder.
  • En Hij zei ook tegen de menigte: Wanneer u een wolk ziet opkomen vanuit het westen, zegt u meteen: Er komt regen. En zo gebeurt het. En als er een zuidenwind waait, zegt u: Er komt hitte. En het gebeurt. Huichelaars, de aanblik van de aarde en van de hemel weet u te duiden. Hoe kan het dan dat u deze tijd niet weet te duiden?’ (Lucas 12:49-56).

Op het moment dat men het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen brengt, is er altijd een rechtstreekse strijd met het rijk van de duisternis (wij spreken uit decennia lange ervaring, Webb). Jezus zei daarom bij de terugkeer van de 72 uitgezonden leerlingen:

  • ‘Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen’.

In het Bijbelgedeelte hierboven spreekt Jezus over de tekens van de tijd. Hij wijst erop dat veel mensen in de natuurlijke wereld aardige prognoses kunnen maken en voorspellingen kunnen doen. Deze mensen zijn echter niet in staat de geestelijke achtergrond van hun tijd te onderkennen. Met het brengen van het evangelie van Jezus en het toepassen ervan, was immers de strijd ontbrand in de hemelse gewesten. De godsdienstige leiders zagen daar toen niets van. De geestelijke wereld was voor de orthodoxie een afgesloten terrein en is dit vandaag nog steeds.

Jezus was echter met zijn geest, begeleid door Gods Geest, in de onzienlijke wereld doorgedrongen (geen 1/3e ‘godheid’ uit een verzonnen Drie-eenheid). Net als de richter Simson zocht Jezus de vijand op eigen terrein. Hij was namelijk steeds te vinden bij gebondenen, bezetenen, zieken en zondaars en Hij bevrijdde en genas hen door hen te scheiden van de demonen van satan die hen overweldigd hadden.

De vijand wordt wakker

Door zijn optreden trok Jezus de aandacht van de verontruste vijand. Daarom getuigde Hij:

  • ‘Ik ben gekomen om vuur te werpen op de aarde en wat wil ik nog meer, nu het al ontstoken is!’ Of in een andere vertaling: ‘Wat begeer Ik anders dan dat het al ontstoken is?’

Jezus schuwde deze strijd niet, maar zocht hem juist op. Met het ‘vuur’ bedoelde de Heer de troepenconcentraties van de duivel, die Hem moesten tegenhouden om zijn werk van herstel te doen. De demonen voelden zich immers bedreigd en de satan, de ‘overste van de wereld’, verplaatste daarom op strategische wijze zijn legers naar het meest bedreigde doel.

Bijbehorende artikelen:

  1. Rekenen op fel verzet
  2. Kunnen wij de doop met vuur aan?