
Jezus zegt in Marcus 16:16: ‘Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden’.
Het woord ‘behouden’ betekent dat iemand gered wordt. Deze redding is slechts het begin van de weg die naar het leven leidt. Om het doel van God met de mens te bereiken, moet men niet stil blijven staan bij het behouden worden alléén. Het hele Bijbelse fundament is meer dan alleen de waterdoop. Men zegt te gemakkelijk: ‘Ik ben toch gedoopt?’, alsof dit het eindpunt is. En daarbij bedoelt men meestal niet de doop door onderdompeling, maar dat men als niets wetende baby, besprenkeld is. Een stap die door hun ouders gezet is.
Wie zelf de eerste stap zet door zich te laten dopen IN water, geeft daarmee – naar Marcus 16 – aan dat er sprake is van geloof. Dat is de Bijbelse volgorde: wie gelooft en zich daarna laat dopen. Dit proces is van grote invloed in iemands leven. De Bijbel spreekt in dit verband over dood, begrafenis en opstanding. Dit kan dus niet uitgebeeld kan worden door het besprenkelen met wat druppels water. De babybesprenkeling is in strijd met de betekenis van de Bijbelse doop.
De doop van Jezus

Johannes dompelde Jezus onder ín het water van de Jordaan, want er staat: ‘En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water’ (Matth.3:16). De Heer zei in dit verband: ‘want op deze manier past het ons alle gerechtigheid te vervullen’. Hij werd in water gedoopt en na zijn doop steeg Hij op uit het water. Wanneer Jezus zegt ‘op deze manier’ bedoelt Hij dat dit de manier is waarop gedoopt moet worden. De Bijbel spreekt verder over ‘het bad van de nieuwe geboorte’ (Titus 3:5). Hiermee wordt bedoeld dat het woord van God als een reinigend waterbad werkzaam is. Er wordt daarom gesproken van ‘het waterbad met het woord’.
Zoals een mens in de natuurlijke wereld van vuil gereinigd wordt door het water, zo wordt de innerlijke mens gereinigd van zijn zondeschuld door zich geestelijk onder te dompelen in de woorden van God. Deze reinigen hem en doen hem vernieuwd als een rechtvaardige opstaan. Zo zei de Heer tot zijn leerlingen: ‘U bent nu rein, om het woord, dat Ik tot u gesproken heb’ (Joh.15:3). Jezus Christus is als Lam van God voor de zonde van de hele wereld gestorven (Joh.1:29). Wanneer men met de innerlijke mens, dat is met ziel en geest, deze uitspraak aanvaardt, heeft men deel aan deze reiniging en begint er een nieuw leven. Romeinen 6:4 verwoordt het als volgt:
- ‘Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, zodat net als Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen’.
Hier is sprake van een geestelijk gebeuren. Er is een ‘doop-in-zijn-dood’, een deel hebben aan het sterven van Christus voor alle zonden. Omdat de dopeling mét Jezus gestorven is, is er in zijn bestaan een scheiding gekomen tussen het leven zoals hij dit vroeger leidde, geïnspireerd door de machten van de duisternis en het leven dat nu geleid wordt door de woorden van God. Hij legt de oude mens af en doet de nieuwe mens aan, die naar de wil van God geschapen is.
De ‘majesteit van de Vader’ – dat is Gods kracht of Gods Geest – heeft Jezus uit de doden opgewekt. Deze wekt ook de gelovige op tot een nieuw leven, waaraan ook zijn sterfelijk lichaam deel mag hebben. Hij ervaart de helende en genezende kracht van God. Dit hele proces is te vergelijken met een emigratie naar een ander land. Iemand begint daar dan een heel nieuw leven onder nieuwe wetten. Zo symboliseert ook de doop het uitgaan van de innerlijke mens uit de wereld en zijn naturalisatie in de hemelse gewesten: de gelovige wordt hemelburger.
Kinderen

De doop is een belijdenis. Jezus zei:
- ‘Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is’ (Matth.10:32). ‘U zult mijn getuigen zijn’ (Hand.1:8).
Bij de doop belijdt men openlijk voor God en mensen, voor heilige en voor gevallen engelen, dat men voor Jezus Christus gekozen heeft. Vrijwel alle kerkgangers maken deze keus niet; ze houden de fundamentele Bijbelse volgorde niet aan of verwerpen dit fanatiek. De babybesprenkeling is ontstaan omdat men leerde dat baby’s ook in het oude verbond van de voorvaders, van God met zijn volk inbegrepen zijn. Zij werd in de loop van de eeuwen in alle kerken een traditie. Men leerde dat de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen zou zijn, maar de besnijdenis was een teken dat men bij het natuurlijke geslacht van Abraham gerekend werd. In het nieuwe verbond is echter geen natuurlijke lijn van geslachten. Door de babybesprenkeling stijgen de volks– en familiekerken dan ook niet uit boven het peil van het oude Israël. Zij blijven op hetzelfde niveau en er worden geen geestelijke mensen gevormd.
Het bloed van de martelaren

De kerken besprenkelen een baby en deze persoon doet op latere leeftijd ergens een belijdenis door alleen het woord ‘ja’ te zeggen na het oplezen van een voorgekauwd formulier. De Bijbel spreekt echter nergens over een besprenkeling of belijdenis doen. Kerkmensen zullen eeuwenoude on-Bijbelse tradities echter niet snel loslaten. Wie zich wél laat dopen IN water kan daardoor zelfs zijn werk verliezen, uitgekotst worden door families en in dorpse gemeenschappen als paria worden behandeld. In de middeleeuwen werd men zelfs verbrand na de volwassendoop. Jezus heeft echter de weg aangewezen waarlangs men tot God kan gaan. Andere wegen zijn er niet. Jezus doopte geen baby’s en kinderen, Hij legde hun de handen op en zegende hen. Hij zei:
- ‘Want voor hen (ongedoopte baby’s en kinderen) is het Koninkrijk van God’ (Marcus 10:13-16).
Uit het feit dat de leerlingen wilden verhinderen dat de kleinen tot Jezus gebracht werden, blijkt dat zij zeker niet gewend waren deze te dopen.
Doop i.p.v. besnijdenis?
In het oude verbond was de besnijdenis iets dat met handen gebeurde. Er werd een uiterlijk teken aangebracht. In het nieuwe verbond is er een teken aan het hart, dat is de innerlijke mens, dat is in de onzienlijke wereld. In het oude verbond was alles afgestemd op de aarde en op het zintuiglijk waarneembare. In het betere verbond, dat op betere beloften berust, is alles op de hemel en op de geestelijke wereld gericht. Het nieuwe verbond heeft een geestelijke besnijdenis, zoals er in Colossenzen 2:11 en 12 staat:
- ‘In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus. U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt.’
Daarom is de geestelijke realiteit van de besnijdenis van het hart en de nieuwe geboorte, in de plaats van de natuurlijke besnijdenis gekomen. Zoals in het natuurlijke leven de navelstreng tussen moeder en kind na de geboorte doorgesneden wordt, zo wordt in de innerlijke mens het oude leven van het nieuwe gescheiden door het zwaard van Gods Geest, het Woord van God. De nieuwe mens komt los te staan van de oude. Dit is in de onzienlijke wereld een duidelijk teken dat iemand een kind van God geworden is.
‘Wat aarzelt u nog? Sta op, laat u dopen!’ (Handelingen 22:16)