Een gebondene vrijgemaakt!

  • ‘Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door de satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’

In Lucas 13:10-17 staat het verhaal over de bevrijding van een gelovige vrouw, die 18 jaar gebonden was geweest door de satan. Zij kwam in aanraking met het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen, want Jezus ‘was bezig onderwijs te geven in een van de synagogen’. De geestelijke wereld, die vanaf het begin van de schepping ver af en toegesloten was, werd door de Heer dichterbij gebracht en geopenbaard. Zijn evangelie bracht grote blijdschap onder allen die door de duivel waren overweldigd. Verademing volgt altijd op grote nood en die was ruimschoots onder de synagogenbezoekers aanwezig, net zoals er vandaag in alle kerken veel zieken en gekwelde mensen zijn. Jezus begon de grote verandering te brengen, toen Hij in de synagoge te Nazareth zei dat Hij gestuurd was ‎‎om goed nieuws te brengen aan de armen.‎: ‎‎

  • ‘Hij heeft mij gezonden om de vrijheid voor de gevangenen uit te roepen en het gezichtsvermogen voor de blinden te herstellen, om de onderdrukten vrij te laten, om het jaar van de gunst van de Heer te brengen.

Het al 17 eeuwen misvormd evangelie

Het jubeljaar dat de Heer inluidde, zet zich tot in onze tijd voort. De apostel Paulus zei immers:

  • ‘Zie, nu is het de tijd van de redding, zie, nu is het de dag van de verlossing’ (2 Cor.6:2).

Dat hier zo weinig van te merken is, is te wijten aan het feit dat het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen al 17 eeuwen niet meer wordt gebracht in de kerken (de martelaren niet meegerekend). Ieder die zich echter vasthoudt aan dit evangelie mag de bijbehorende tekens en wonderen verwachten. In Jesaja 61:2,3 wordt het jubeljaar verbonden met de dag van wraak van onze God, om alle treurenden te vertroosten. Bij het brengen van dit evangelie worden immers de vijanden van God en de mens gebonden, uitgedreven en naar de afgrond verwezen, zodat de slachtoffers mogen jubelen over hun verkregen vrijheid.

Door wie was de vrouw gebonden?

In de kerken van nu is er veel nood, onzichtbaar en zichtbaar. Wie merkte in de synagoge te Kapernaüm op, dat een (trouwe) bezoeker een misvormde demon in haar had? De leer van Jezus ontmaskerde deze sterke macht. In dit verhaal strompelt op sabbat een kromgebogen vrouw de samenkomst binnen. Zij kon moeilijk zingen: ‘Kom, nader voor zijn aangezicht, zing Hem een vrolijk lofgedicht’. Het vervolg: ‘De Heer is God, erkent dat Hij ons heeft gemaakt’, klonk haar als een bespotting in de oren. Zij was een misvormde, bewerkt door de vijand van God, de duivel. Openlijk wordt meegedeeld dat de satan haar 18 jaar in zijn greep had. De Bijbelse diagnose gaf de juiste weergave van haar ziekte aan: zij had een geest van zwakheid.

Demonen

  • Het valt altijd op dat de (verblinde) heidenen dikwijls meer inzicht in de geestelijke wereld hebben dan alle ‘zich christelijk noemenden’ in de kerken.
  • De Chinezen kwamen met hun acupunctuur, omdat zij geloofden dat de demonen een destructieve invloed uitoefenen op de levensstroom.
  • De oude en moderne heidenen beschermen zich tegen deze demonen door middel van amuletten, mascottes en bezweringen.
  • Het Joodse monotheïsme kende maar één God. Daarom loochenden de Sadduceeën bijvoorbeeld het bestaan van engelen of geesten (Hand.23:8).

De Godslastering van de kerken: Zondag 10

Velen namen aan dat boze geesten uit God voortkwamen, net als vandaag. Zo staat er in 1 Samuël 16:14,15 dat koning Saul door een boze geest die van de Heer kwam, werd overvallen. Deze maakte hem bang zodat hij hysterisch kwaad werd. De boze geest, zonder verdere aanduiding, werd hier gebracht als een boze geest die ‘door God was gestuurd’. De enige God werd tenslotte voor alles verantwoordelijk: Hij porde David aan om het volk te tellen en als de koning zich dan laat beïnvloeden, wordt hij zwaar gestraft (2 Sam.24). Dezelfde opvatting komen we ook in alle kerken tegen: God zendt een watervloed in zijn toorn, maar ook het roeibootje dat de benauwde bidder zal redden. Een latere historieschrijver corrigeert deze visie uit het boek Samuël met de woorden: ‘Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan Israël te tellen’ (1 Kron.21:1). Het Nieuwe Testament leert duidelijk dat God geen onheil zendt, maar dat de duivel de veroorzaker is van alle kwaad.

Wanneer Paulus zijn werk niet meer volgens plan kan doen, schrijft hij: ‘De satan heeft ons tegen gehouden’ (1 Thess.2:18). In Handelingen 16 lezen we dat Paulus door Gods Geest verhinderd werd het woord in Asia te spreken en dat de Geest van Jezus niet toeliet naar Bithynië te reizen. In dit geval was het een aanduiding om naar Tróas te gaan, waar de Heer aan zijn medewerker zijn reisplan bekend maakte, namelijk om naar Macedonië in Europa te gaan.

De kromgebogen vrouw

De aanwezigheid van de kromgebogen vrouw werd in de synagoge slechts geduld. Waren de fanatieke rabbijnen niet door nauwgezette studies tot de volgende conclusie gekomen:

  • ‘Wie een kreupele, een verlamde, een blinde en een met uitslag gekwelde ziet, die spreekt: Geprezen is Hij, die naar gerechtigheid richt…’

Zij zochten dus bij de zieke de schuld van het lijden. ‘Vrome’ geesten zijn uiterst wrede geesten!

Een dochter van Abraham

Toen Jezus de ongelukkige vrouw zag, werd Hij niet alleen haar uiterlijke toestand getroffen, maar Hij merkte ook op wie zij in de geestelijke wereld was. In Johannes 2:25 staat, dat de Heer wist wat in de mens was. Hij herkende deze lijdende vrouw als een dochter van Abraham. Hij typeert haar niet zo, omdat zij een Jodin was, maar omdat zij het geloof van deze aartsvader bezat. Deze geloofde immers hoop tegen hoop dat God zijn belofte aan hem en zijn vrouw zou waar maken. Abraham merkte wel op wat met zijn vrouw en hem in de natuurlijke wereld aan de hand was. Zijn lichaam was verstorven omdat hij ongeveer honderd jaar oud was, net als dit met de moederschoot van Sara het geval was. Zonder te verflauwen in zijn geloof twijfelde hij echter niet aan de belofte, maar bij het ouder worden werd hij zelfs gesterkt in zijn vertrouwen op God (Rom.4:16-22). De door de satan aangevallen vrouw kende de beloften, die in het oude verbond waren uitgesproken:

  • ‘Ik, de Heer, ben uw Dokter!’ (Ex.15:26).
  • ‘Hij zond zijn woord, Hij genas hen’ (Ps.107 20).
  • ‘Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw kwalen geneest’ (Ps.103:3).

Natuurlijk was zij niet van de ene dag op de andere een dochter van Abraham geworden. Zij had een zware strijd gestreden. Zij had veel leringen waarbij ze opgevoed was, moeten verwerpen. Ze wist zeker dat God alleen barmhartig en vol van goedheid is en dat zijn wegen en gedachten hoger en beter waren dan die van de schriftgeleerden en farizeeën. In de 18 jaar was haar geloof getest en het was niet bezweken. De lange tijdsduur van het lijden vermeerdert immers de beproeving, maar voor haar gold dat de volharding, het geduld en het uithoudingsvermogen van de heiligen werd geopenbaard. Zij liet God niet los, want iedere sabbat kon men haar in de synagoge vinden. Wanneer Jezus als het vleesgeworden Woord van God met haar geconfronteerd wordt, zegt Hij dan ook:

  • ‘Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door satan geboeid werd gehouden, mocht zij op de sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’

De Heer genas niet willekeurig, maar Hij erkende dat Hij in dit geval niet anders mocht handelen, ‘want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen’ (2 Cor.1:20). Hij was gekomen om de wil van de Vader te doen en de ‘profeten te vervullen’ (Matth.5:17). Een korte tijd een kwaal hebben en dan plotseling genezen worden, is heerlijk. Deze vrouw moet echter denken aan de dag, toen zij achttien jaar terug last van haar rug begon te krijgen en hoe de ziekte haar lichaam langzamerhand had gesloopt. Ondanks deze beproeving was zij sterker in het geloof geworden, was zij werkelijk gegroeid tot een dochter van Abraham. Zij zou het kunnen beamen:

  • ‘Daarom verzaken wij onze plicht niet. Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd’ (2 Cor.4:16).

Jezus zei dat deze gelovige vrouw, dit kind van God, 18 jaar door de satan was gebonden. De bewering dat een kind van God niet gebonden kan zijn, is daarom een grove ontkenning van wat er in de Bijbel staat. De Bijbel leert: ‘Een kind van God heeft recht om niet gebonden te zijn; recht op verlossing!’

Het geloof beproefd – De blindgeborene

Waarom moeten sommige kinderen van God zo lang wachten op hun genezing of op hun bevrijding? Wanneer wij het antwoord hierop zoeken, is het nodig om een paar andere voorbeelden van langdurig lijden van gelovige mensen te bekijken. In Johannes 9 vinden we de geschiedenis van de blindgeborene. Hier is ook sprake van tientallen jaren lijden, want de man ‘had zijn leeftijd’ om zelfstandig te kunnen denken en spreken. Deze blinde heeft ongetwijfeld ook een enorme geestelijke strijd gekend. Luisterend naar de leringen van de leiders had ook hij zich afgevraagd:

‘Wie heeft gezondigd, ik of mijn ouders?’

Ook hij was met dit schuldvraagstuk geconfronteerd, maar ook hij was in de loop van de jaren tot het inzicht gekomen, dat deze leer verwerpelijk was, omdat zijn God één was, enkel goed en barmhartig. Hij geloofde de woorden van Jezus, ‘dat de werken van God in hem moesten worden geopenbaard’. Jezus ‘moest’ hem genezen en hem geven wat God in zijn Woord had beloofd. Ook hij moest losgemaakt worden van banden van de duisternis.

Ongetwijfeld heeft de blindgeborene al die jaren uitgezien naar de verlossingstijd, naar het aangename jaar van de Heer. Hij hoorde bij hen ‘die de verlossing in Israël verwachtten’ (Lucas 2:38). Ook hij kende de profeten, dat er hoofdsieraad zou komen voor as, het lofgewaad voor een benauwde geest, dat de overoude puinhopen waar hijzelf bij hoorde, herbouwd zouden worden. De opmerking van Jezus, dat noch hij noch zijn ouders door hun zonde schuld hadden aan zijn blindheid, sloeg bij hem aan. Dat was voor hem de balsem uit Gilead, toegereikt door de grote Genezer.

De openbaring dat Jezus de werken van God moest uitvoeren en dat Hij het licht van de wereld was, sloot volledig aan bij zijn verwachtingen. Men wordt immers niet zomaar een gelovige die stand houdt. Er was bij de blindgeborene een periode van geloofsgroei aan voorafgegaan. Daarom slaagde hij ook voor zijn eindexamen, toen de Heer op de grond spuwde, van het speeksel slijk maakte en dit in zijn ogen wreef. Hij werd niet boos en was niet gekwetst of beledigd door wat Jezus met hem deed, omdat hij Hem geloofde en vertrouwde. In deze hartgesteldheid ging hij op het Woord van de Heer de weg naar Silóam.

Job en zijn ‘vrienden’

Ook Job ging een lange, bange weg, toen hij door de satan werd aangevallen. Hij zat eerst ook vol problemen met een god die beide kanten uit kon, zowel ten goede als ten kwade. Tenslotte leerde ook deze gelovige zijn les, dat God rijk is aan barmhartigheid en ontferming (Jac.5:11).

De opstanding van Lazarus

God is goed! Deze waarheid moet de christen in alle omstandigheden continu vasthouden. Zo stelde Jezus zijn reis naar de zieke Lazarus nog twee dagen uit en wachtte tot zijn vriend gestorven was. Toen was Hij blij, dat Hij niet aanwezig was geweest, want dit sterven werd een gelegenheid om het geloof van zijn leerlingen in Hem tot grote hoogte op te voeren.

De verlamde in het badhuis

Tenslotte had de zieke in Bethesda ook een heel groot geloof. Immers zag hij 38 jaar lang onafgebroken uit naar zijn genezing. Tussen allemaal zieken, blinden, verlamden en gehandicapten, wachtte ook hij op de beweging van het water: hoop tegen hoop! Hij had dit ‘ziekenhuis’ niet verlaten, omdat hij op het tijdstip wachtte, hetzij overdag, hetzij ‘s nachts, dat hij eens de eerste zou zijn die in het water afdaalde, nadat dit door een ‘engel’ was bewogen.

Een engel van de Heer…???

De verwarring in de handschriften over deze ‘engel van de Heer…’, zoals Nieuwe Vertalingen(!) hebben, is enorm. De Statenbijbel en de Lutherse vertaling hebben kortweg ‘engel’. De Leidse vertaling en die van Brouwer laten Johannes 5:9 geheel weg! Kortom: bewust nooit bekeerden zonder Bijbels gelegd Fundament staan hiermee buiten. Uit de hele beschrijving kunnen we echter opmaken, dat hier sprake is van occulte genezingen.

  • In onze tijd zou een soortgelijke zieke, jaar in jaar uit in Lourdes moeten wachten, totdat het geluk ten deel valt via een Mariabeeld. Net als de Compostellaganger, kruipend naar een altaar met… alweer een ander Mariabeeld.   

De taferelen die zich in Bethesda bij de beroering van het water voordeden, laten zich wel raden. Zeker was het niet naar de wil van God dat de sterksten, de mensen met de meeste vrienden, steeds geselecteerd werden om te worden genezen. Jezus wist dat deze man een ongelooflijk uithoudingsvermogen had laten zien door 38 jaar lang bij dit water te blijven liggen. Vandaar zijn retorische vraag: ‘Wilt u gezond worden?’ Bijna 40 jaren zag deze zieke uit naar bedrieglijke tekens en wonderen. Al die tijd was zijn geloof naar de verkeerde kant in de geestelijke wereld gericht geweest. In dit opzicht heeft hij ook in onze tijd zeer veel navolgers, die het verwachten van allerlei paranormale kracht openbaringen. Jezus wees hem echter op een andere weg. Hij stuurt deze man gezond en wel uit deze duistere omgeving weg. Als dan later de genezene misschien zijn dankoffer in de tempel brengt, waarschuwt de Heer hem met de woorden: ‘Zondig niet meer’, of liever ‘zondig niet langer’.

Paranormale geneeswijze – een gevaarlijke zaak!

Wie zijn herstel verwacht door middel van paranormale verschijnsels, komt bedrogen uit. Wij weten niet waarom de ene mens vanaf zijn jeugd verschrikkelijk wordt aangevallen, terwijl de andere in hetzelfde gezin zonder moeite en gezond kan opgroeien. Wij weten niet waarom sommige kinderen van God zo snel genezen en anderen een lange weg van volharding en geduld moeten gaan. Het zal wel samenhangen met de geestelijke roeping en opleiding van henzelf of van degenen die hen omringen, maar allen mogen verwachten dat de Heer zijn beloften van herstel en genezing vroeg of laat zeker zal inlossen.

De belofte wordt vervuld

Jezus zei tegen de vrouw: ‘Je bent verlost’, alsof de genezing al was gebeurd. Hij zag dat in de onzienlijke wereld de geest van zwakheid haar losliet. Petrus gebruikt deze voltooid tegenwoordige tijd bij de vertroostende opmerking: ‘door zijn striemen bent u genezen’ (1 Petr.2:24). Even zeker als door het lijden aan het kuis onze zonden zijn vergeven en wij voortaan in gerechtigheid zullen leven, even zeker is zijn lichaam gestriemd, zodat wij van de ziekte verlost, in gezondheid zullen leven.

Wie gelooft, leeft in de gééstelijke wereld in de zekerheid, dat hij het beloofde al ontvangen heeft! Tegelijkertijd legt Jezus de vrouw de handen op, waarmee Hij haar claimt voor het Koninkrijk van God en herstel intreedt. Dan richt zij zich op en wordt de genezing zichtbaar. De vrouw herkent in heel dit gebeuren een werk van God en zij verheerlijkt Hem. De overste van de synagoge stemt met deze eer voor de Allerhoogste niet in, maar reageert slechts bekrompen en geërgerd op het schenden van het sabbatsvoorschrift, waardoor zelfs aan God verboden zou zijn om te werken.

Zij kan echter Psalm 100 uitzingen:

  • ‘Ga tot zijn poorten in met lof, met lofzang in zijn heilig hof. Looft Hem daar met hart en stem prijs zijn naam, verheerlijkt Hem! Want goedertieren is de Heer, zijn goedheid eindigt nimmermeer. Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het laatste nageslacht’.