
- ‘Een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen’ (1 Cor.3:11).
In de Bijbel is geen enkele geloofsbelijdenis opgesteld, waarmee men moet instemmen of die een opnieuw geboren christen moet ondertekenen. Maar als iemand het doel van zijn geloof wil bereiken, dat is de volkomenheid en het behoud van zijn ziel, dan zal hij de weg van het ware leven moeten gaan. De Bijbel spreekt over het enige fundament dat onder ieders leven hoort te liggen en dus onder de gemeente van God. Paulus had dit fundament in de gemeente gelegd en hij schreef: ‘Een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen’ (1 Cor.3:11). Op dit fundament moet de tempel van God ontstaan. Niet in een aards Jeruzalem, maar in het hemelse, in de stad van God. Het is satan echter alle eeuwen door gelukt is om dit fundament te verbreken, te beschadigen en te vernielen. Waar het Bijbelse fundament niet werd gelegd, kon het huis van God niet gebouwd worden. Het is daarom geen wonder dat na 18 eeuwen, het kerkvolk nog steeds zit bij de puinhopen en ruïnes van het huis van God, de gemeente (de martelaren niet meegerekend).
Het enige Bijbels Fundament

In Hebreeën 6:1 en 2 wordt over deze eerste beginsels van het christendom gesproken. Wanneer dit fundament gelegd is, kan de mens en de gemeente volgens de apostel Paulus, ‘zich richten op het volkomene’. Wanneer het ware fundament ontbreekt (of gedeeltelijk is gelegd door vrome demonen én mensen) is deze geestelijke volwassenheid niet te realiseren. Het valt op dat het streven naar de volmaaktheid bij praktisch alle zich christelijk noemenden, als een hersenschim gezien wordt. Opnieuw geboren kinderen van God verliezen echter dit doel niet uit het oog. Zij houden zich daarom allereerst bezig met het fundament en dit weer herstellen.
Bekering van dode werken

De eerste stap die de mens moet doen om op de levensweg te komen, is dat hij zich moet bekeren. Hij hoort het Woord van God en de beloften van het evangelie (Rom.10:14,15). Dit is de aanleiding voor hem om met het oude, zondige leven te breken. Hij keert zich af van het kwaad en richt zijn geest tot God. Er staat:
- ‘Zovelen Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden’.
Het geloof, een functie van de menselijke geest, aanvaardt dat Jezus voor de zonde van de wereld gestorven is. De bekeerde aanvaardt dit voor zijn eigen leven. Hij weet dat hij van zijn schuld bevrijd is. Op dat moment kan Gods Geest contact met zijn geest hebben. Vanuit die verbinding wordt de nieuwe mens geboren. Bekering is mogelijk omdat Jezus Christus als Lam van God voor de zonde van de hele wereld gestorven is. Daarom is Jezus het fundament van de bekering.
‘Maar dit zou ik niet durven zeggen, dit kun je toch niet weten…!’
De vijand heeft dit deel van het fundament aangetast en weggebroken. In de geschiedenis van ‘christelijke’ kerken hoort en leest men zelden of nooit over bekering en nieuwe geboorte. Door de dwaling van de uitverkiezing beweert men zelfs dat een mens zich niet kán bekeren. De Dordtse leerregels beweren dat de mens ná(!) zijn nieuwe geboorte zich gaat bekeren. Volgens deze geschriften moet men deze genade eerst bezitten, voordat men zich bekeren kan. Op deze manier maakt men echter de woorden van God krachteloos, die de mens oproepen: ‘bekeer u en breek met het kwaad.’
In de kerken spreekt men van verbondmatige bekering (ook letterlijk via Abraham). Zo maakt men de nieuwe geboorte tot een theologisch begrip zonder enige vaste inhoud. Wie aan een kerkganger vraagt: ‘Geloof je dat Jezus voor je zonden gestorven is?’, krijgt maar met moeite een positief antwoord. Op de vraag: ‘Weet je dat je een kind van God bent?’ zegt een kerkganger bijna altijd: “Dit zou ik niet durven zeggen” of: “dit kun je toch niet weten…!” Dit allereerste deel van het Bijbelse Fundament wordt op die manier al aangetast en afgebroken. Het fundament mist daardoor direct al een solide basis.
Geloof in God – De zon van de gerechtigheid

Wanneer iemand Jezus aanneemt, aanvaardt hij dat zijn zonden vergeven zijn. Hij weet zich een rechtvaardige door het geloof in deze schuldvergeving. Hij gelooft dat hij heilig en rein is. Door dit geloof belijdt hij een nieuwe schepping te zijn, erfgenaam van God en mede-erfgenaam van Jezus Christus. Door dit geloof aanvaardt hij dus het principe van de nieuwe mens. De nieuwe mens heeft geen contact meer met satan en zijn demonen en verwacht niets meer van zichzelf. De oude mens is met Christus gestorven. Zoals Jezus vrijwillig zijn leven aflegde, zo heeft ook de opnieuw geboren mens zijn oude, natuurlijke leven vrijwillig afgelegd. Hij geeft het in de dood om een nieuw leven te leiden. Dit nieuwe leven noemen we ook wel: leven in de hemelse gewesten.
Ook dit deel van het fundament is aangetast. Men belijdt niet, dat men een rechtvaardige is, maar wel dat men een zondaar tot zijn dood blijft; dus tot het einde verbonden blijft met de demonen. Men leeft niet meer uit het geloof in de beloften van God. Jezus zei dat de gelovigen zieken de handen op zouden leggen tot genezing, dat zij duivelen zouden uitwerpen en in Hem zouden verheerlijken. In God geloven betekent daarom: alles geloven wat Hij gesproken heeft en al zijn beloften aanvaarden. In de kerken zegt men echter dat de heerlijkste beloften voor vroeger waren en bevrijdingen en genezingen voor ‘toen’. Men beweert het Woord van God lief te hebben, maar men veracht de grote opdracht van Jezus uit Marcus 16:15-20. De Heer had al door dat ze Zijn opdracht zouden verwerpen, daarom zei Hij:
- ‘Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan hét geloof vinden op de aarde?’
De leer van dopen

De Hebreeënschrijver spreekt over een leer van dopen. Het woord dopen is hier geen werkwoord, maar een zelfstandig naamwoord. Het Bijbels Fundament kent daarom de doop IN water en de doop met Gods Geest en de doop met vuur.
Bij de doop IN water getuigt de mens door een uiterlijk teken van wat er in de onzienlijke wereld met hem gebeurd is. Het oude is voorbijgegaan en alles is nieuw geworden. De waterdoop is dus een belijdenis voor God, de engelen en mensen in de zichtbare wereld, van zaken die in de onzichtbare wereld met de mens gebeurd zijn. Bij de meeste van de zich ‘christelijk noemende’ kerken is hiervan niets meer over gebleven:
- De Bijbel zegt: ‘Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden’. Door de invoering van de babybesprenkeling wordt van de dopeling geen geloof meer gevraagd.
- De Bijbel stelt: ‘Bekeer u en ieder van u laat zich dopen’. Bij de babybesprenkeling is geen sprake van de baby die zich bekeerd.
- De Bijbel spreekt over de doop als bad van de nieuwe geboorte. De babybesprenkeling kent geen nieuwe geboorte, maar moet hooguit bouwen op een veronderstelling; dus niet op een zekerheid. Bij de babybesprenkeling denkt men niet aan sterven en opstanding, noch aan de besnijdenis van het hart en een gebed van een goed geweten.
De kerken hebben de doop IN water volkomen van zijn inhoud beroofd. De babybesprenkeling is een zaak van vlees en bloed geworden, waarbij men de uitgevonden formule van Vader, Zoon en ‘De Heilige Geest’ als 3 aparte personen misbruikt. De besprenkeling is een zaak van ouders en natuurlijke afstamming geworden. Zelfs ‘vader Abraham’ wordt er bij gehaald, terwijl de Bijbel zegt:
- ‘Die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn’.
Er is geen ander fundament dan de Bijbelse doop door onderdompeling van de volwassen gelovigen. Nooit kan de ware gemeente gebouwd worden op een wankel fundament.
De doop met Gods Geest is een Bijbelse zaak. Johannes zei: ‘Hij zal u dopen met Gods Geest’. Jezus is het fundament, want Hij is de doper. De doop met Gods Geest leidt tot een huwelijksgemeenschap. De geest van de mens wordt met Gods Geest verbonden. ‘Die zich aan de Heer hecht, is één geest met Hem’. De menselijke geest en de goddelijke Geest moeten in volkomen harmonie met elkaar zijn in de tempel van God, dat is in de nieuwe, opnieuw geboren mens. De inwonende Geest wil zijn gaven en krachten in de ware gelovigen ontplooien en deze geestelijke gaven zijn onmisbaar tot opbouw. De doop met Gods Geest wordt in de kerken ontkend door de bewering dat de mens bij zijn nieuwe geboorte ook automatisch Gods Geest ontvangt. Jezus zegt tegen hen die Hem liefhebben: ‘Wij zullen tot Hem komen en bij Hem wonen’. Wie de doop met Gods Geest niet aanvaardt, tast het fundament aan.
De doop met vuur wordt ook door de kerken ontkend. Eigenlijk is dit heel logisch, want als men de doop met Gods Geest niet erkend, ontbreekt elk geestelijk inzicht. Dit zorgt ervoor dat de strijd in de hemel geen issue is voor kerkmensen. Erger nog: ze schrijven alle ellende toe aan de enkel goede God. De satan en zijn demonen blijven in de kerken buiten schot en dus wordt er ook niet tegen hen gestreden.
Oplegging van handen

De schrijver van de Hebreeënbrief spreekt over een onmisbaar deel van het Bijbels Fundament: de oplegging van handen. Wanneer men de handen op iemand legt, claimt men die persoon voor het Koninkrijk van God. Dit wordt daarom ook gedaan in gemeenten die het eeuwig evangelie vasthouden. Men legt iemand de handen op bij de doop met Gods Geest. Jezus verbindt zijn zegen aan dit vragen door zo’n persoon, op dat ogenblik te dopen met Gods Geest. Men legt de handen op wanneer men iemand in de naam van Jezus bevrijdt en verlost van de inwonende demonen of hem geneest. Bij zijn bekering breekt de mens met de demonen buiten zich, maar bij de verlossing worden de demonen, die in hem wonen, uitgedreven.
Ook van dit deel van het fundament is in de kerken niets meer over. Men wil nog wel de handen op een lichamelijk zieke leggen tot genezing, maar heeft geen inzicht in bevrijding en verlossing. Men meent dat een kind van God niet gebonden kan zijn. Daarom wil men zelf niet bevrijd worden en komt dus aan de bevrijding van een ander niet toe. Men legt wel de handen op tot genezing van het lichaam, maar niet tot genezing van de ziel die aangetast is. Men zegt in de kerken zelfs dat men een bezetene, een geesteszieke, de handen niet mag opleggen. Door gebrek aan inzicht wordt dus de geesteszieke dit helend en genezend deel van het fundament onthouden. Opnieuw geboren kinderen van God weten echter dat zij de demonen niet de handen opleggen, maar op de zieke mens om hem te bevrijden en te verlossen van deze demonen.
Opstanding van de doden

De leer van de opstanding van de doden hoort bij het fundament; dus bij de eerste beginsels en het onvokomene. Het gaat hier niet om de lichamelijke opstanding op de jongste dag, want dat is het sluitstuk van de algehele voltooiing van de tempel van God. Bij het fundament wordt gewezen op de gééstelijke opstanding. Opnieuw geboren christenen zijn opgestaan tot een nieuw leven. De Bijbel zegt daarover:
- ‘Het uur komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen en die haar horen, zullen leven’ (Joh.5:25).
- ‘Wie gestorven is aan de zonde, is volgens de wet vrij van de zonde’ (Rom.6:18).
- ‘Als wij samengegroeid zijn met wat gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met wat gelijk is aan zijn opstanding’ (Rom.6:5,7).
De innerlijke mens is bij zijn bekering opgestaan uit de dood tot het leven. Hij is overgegaan van de duisternis naar het licht. Daarom is het onmogelijk dat de innerlijke mens, dus ziel en geest, kunnen sterven.
Ook dit deel van het fundament is door de kerken aangetast. Er zijn kerken die de zogenaamde zielenslaap leren. Men gelooft dat de ziel sterft en dat de hele mens bij zijn sterven dood is. Als dit waar was, zou men het volgende zien:
- ‘De innerlijke mens komt bij de nieuwe geboorte uit de dood tot het leven en staat op uit de doden. Hij zou dan weer opnieuw sterven en op de jongste dag voor de tweede maal opstaan…’
Jezus zei echter dat de gelovige de dood in eeuwigheid niet zal zien en ook niet proeven (Joh.8:51,52):
- ‘Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven en iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft u dat?’ (Joh.11:25,26). ‘Ik ben het levensbrood. Als iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven en wie er van eet, zal niet sterven’ (Joh.6:48-51).
Jezus is de Levensboom, waarvan opnieuw geboren kinderen van God eten. Wanneer iemand begraven wordt, is hij voor hen die achterblijven zogenaamd dood, maar voor God die in de onzienlijke wereld is, leeft hij (Luc.20:38). Daarom tast de leer van de zielenslaap het fundament aan, dat is Jezus Christus (1 Cor.3:11).
Het eeuwig oordeel

Het eeuwig oordeel is de scheiding tussen de duisternis en het licht, tussen het goede en het kwade. Dit oordeel is al begonnen. De scheiding begint immers bij het huis van God. Wij zijn getrokken uit de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van Gods geliefde Zoon. Wanneer de Hebreeënschrijver spreekt over het eeuwig oordeel, bedoelt hij niet het laatste oordeel. Want de schrijver spreekt hier niet over het volkomene, maar over de eerste beginsels.
In het leven van een bekeerde mens begint het oordeel al bij de besnijdenis van het hart en niet die naar het vlees, waar er scheiding komt tussen goed en kwaad. Paulus schreef:
- ‘Het hechte fundament van God heeft dit merk: De Heer kent de zijnen en: Iedereen, die de naam van de Heer noemt, breekt met de ongerechtigheid’ (2 Tim.2:19).
Wanneer er in een mensenleven leven scheiding gemaakt wordt tussen goed en kwaad, wordt duidelijk wie bij God hoort. Aan de menselijke zijde geldt: er is een breuk met de ongerechtigheid gekomen. Gods Geest overtuigt immers van zonde, van gerechtigheid en van oordeel, dat is scheiding tussen goed en kwaad. In de uiteindelijke oordeelsdag wordt definitief in de hemel en op de aarde de eeuwige scheiding voltrokken tussen het goede en het kwade. Er is geen verzoening mogelijk tussen licht en duisternis, tussen goed en kwaad. Alleen scheiding is mogelijk en daarom is de leer van de alverzoening een regelrechte dwaling.
Aantasting fundament
We zien in de kerken dat het Bijbels Fundament geheel of gedeeltelijk aangetast is. Kinderen van God die het hele Bijbelse Fundament in hun leven gelegd hebben, kunnen dan ook niet lid blijven van een kerk zonder Bijbels Fundament. Opnieuw geboren christenen zijn geroepen tot heiliging, dat wil zeggen tot afzondering en scheiding van het kwaad. Zonder deze heiliging zal niemand God zien. Daarom moet het Bijbels gelegd worden in iedere persoon afzonderlijk. Waar het geheel of gedeeltelijk ontbreekt, kan Gods Geest niet verder bouwen. Niemand kan ongestraft het fundament aantasten, want daarmee tast hij Jezus Christus aan en het plan voor de bouw van de tempel, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is!